Artikel: Eerste Belgische uitspraken in SkyECC-zaken

Nu pas beginnen de rechtszaken die voortvloeien uit de massale onderschepping van SkyECC-communicatie tot in de Belgische rechtbanken door te sijpelen, in tegenstelling tot in Nederland waar dat al langer het geval is (zie o.a. Computerrecht 2021/237 en 2022/257). Het onderzoek in het ‘moederdossier’ is gericht tegen onbekenden wegens lidmaatschap en leiderschap van en deelname aan een criminele organisatie die de communicatie-applicatie Sky ECC en bijhorende smartphones zou aanbieden aan personen die erop gebrand zijn hun communicatie van justitie af te schermen (Computerrecht 2022/41). Uit de onderschepping van communicatie in het kader van dat onderzoek is gebleken dat de SkyECC-telefoons hoofdzakelijk voor crimineel doeleinden werden aangewend. De oorspronkelijk gevatte onderzoeksrechter maakte het volledige dossier daarom over aan de federaal procureur die verschillende opsporingsonderzoeken naar SkyECC-gebruikers heeft opgestart. In wat volgt, ligt de focus op de procedurele argumenten aangevoerd in twee van die ‘dochterdossiers’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Voorwaarden aan zelfonderzoek

Sinds een aantal jaren is het niet ongewoon dat bedrijven die worden geconfronteerd met een verdenking van strafbare feiten niet afwachten waar het Openbaar Ministerie mee komt, maar zelf een onderzoek laten doen. Zo’n onderzoek kan op verschillende strafbare feiten zien, verschillende juridische en niet-juridische invalshoeken hebben en zijn bedoeld voor intern of (mede) voor extern gebruik. Vaak wordt het uitgevoerd door of onder leiding van advocaten. Onomstreden is deze praktijk zeker niet. Denk bijvoorbeeld aan de ophef, tot en met Kamervragen aan toe, over een zelfonderzoek naar belastingontduiking dat in opdracht van Baker Tilly Berk was verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Klassenjustitie, witteboordencriminaliteit en de Goddelijke Komedie

De afdoening van de witwasstrafzaak tegen ING was voor de Kamerleden Nispen en Buitenweg aanleiding om een Kamermotie in te dienen waarin werd gevraagd om een onderzoek naar klassenjustitie in Nederland. Was de transactie van € 775 miljoen tegen de bank (rechtspersoon) en het niet vervolgen van bestuurders een voorbeeld van ‘illegitieme bevoordeling van de heersende klasse in de Nederlandse strafrechtketen’, oftewel klassenjustitie? En is de afdoening illustratief voor een breder patroon van bevoordeling van wittenboordencriminelen? Het verkennende kwalitatieve onderzoek biedt een zeer lezenswaardige verkenning van het concept van klassenjustitie, verschijningsvormen en mogelijke verklaringen. Een eenduidig antwoord op de vraag die de aanleiding was voor het onderzoek – is er sprake van klassenjustitie bij wittenboordencriminaliteit – moeten de onderzoekers echter schuldig blijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Reguleren met de meldingsplicht

De meldingsplicht is de afgelopen dertig jaar een even populair als problematisch instrument gebleken. De wettelijke verplichting om een voorgenomen activiteit aan het bevoegde gezag kenbaar te maken, biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om zonder tijdrovende vergunningprocedures toch op de hoogte te zijn van geplande activiteiten. Door een ‘stormachtige groei’ ofwel ‘wildgroei’ is echter een grote diversiteit in meldingenstelsels ontstaan met een ‘lappendeken in de rechtsbescherming’ als gevolg. De meldingsplicht is daarom wel getypeerd als een ‘schimmig’ en ‘ongedefinieerd instrument’. Onder aanvoering van staatsraad advocaat­generaal (A­G) Widdershoven, die in zijn conclusie voor de Afdeling bestuursrechtspraak vier categorieën van meldingenstelsels onderscheidde, hebben verschillende auteurs in de rechtswetenschappelijke literatuur deze diversiteit gesystematiseerd. Daarmee is de problematiek echter niet opgelost.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Nemo tenetur-rechtspraak Hoge Raad doorstaat Straatsburgse toets, soort van

Op 4 oktober jl. heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak gedaan in de zaak De Legé tegen Nederland.1 In deze fiscale boetezaak had verzoeker De Legé verzuimd om door de Belastingdienst voor de belastingheffing gevorderde relevante informatie te verstrekken, te weten bankafschriften van een bankrekening die hij in Luxemburg aanhield. Naar de uitkomst van deze zaak werd in bepaalde kringen met veel belangstelling uitgekeken, omdat de uitleg die zowel door de civiele, de fiscale als de strafkamer van de Hoge Raad aan het nemo tenetur-beginsel wordt gegeven niet vrij is van kritiek.

Read More
Print Friendly and PDF ^