Veroordeling verduistering toners & computers, vrijspraak (gebruikmaken) valsheid (concept vaststellingsovereenkomst)

Rechtbank Midden-Nederland 8 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3764

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking en heeft daarbij een grote hoeveelheid toners en 24 desktop computers van zijn werkgever weggenomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overtreding EVOA wegens vervoeren vervuilde plastic zakken

Rechtbank Amsterdam 5 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5538

Verdachte wordt verweten dat zij in februari en/of maart 2016 de verordening voor de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) heeft overtreden en dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. De rechtbank zal hierna specifieker op de beschuldiging ingaan. De tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Technische ondersteuning AIVD aan politie, geen toepassing art. 359a Sv bij AIVD-onderzoek

Rechtbank Rotterdam 12 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7037

De verdediging bepleit dat beginselen van een goede procesorde zodanig zijn geschonden, dat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet volgen. De officier van justitie heeft de AIVD ingeschakeld om gegevens uit de telefoon van een medeverdachte te krijgen, met name WhatsApp-gesprekken, waardoor controle en toetsing niet mogelijk zijn. Om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten, zijn doelbewust geen opsporingsbevoegdheden gebruikt om door de AIVD vergaarde informatie te kunnen gebruiken. Voor de verdachte levert dit schending van de artikelen 6 en 8 van het Verdrag voor de rechten van de mens op. Subsidiair moet vanwege het bovenstaande betoog bewijsuitsluiting plaatsvinden ten aanzien van de gegevens die afkomstig zijn uit de telefoon van de medeverdachte.
 

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat art. 63 Wiv 2002 aan de AIVD de bevoegdheid toekent voor het door de officier van justitie verzochte, en vervolgens verrichte onderzoek. Onbekend is waarom dit verzoek aan de AIVD is gedaan. In het dossier bevindt zich geen ministeriële toestemming. Dit betreft echter een interne toestemmingslijn tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de AIVD, die geen deel uitmaakt van het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv.

De officier van justitie concludeert dat geen sprake is van een normschending als bedoeld in artikel 359a Sv. Het openbaar ministerie is reeds daarom ontvankelijk in de vervolging en de gegevens uit de telefoon van de verdachte naam medeverdachte 1 en het naar aanleiding van die gegevens vergaarde bewijs, dienen niet te worden uitgesloten van het bewijs.
 

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat art. 359a Sv ziet op normschendingen in het kader van de opsporing. Artikel 359a Sv vindt geen toepassing bij AIVD-onderzoek, dat plaatsvindt buiten de verantwoordelijkheid van de politie en het openbaar ministerie. Dit neemt niet weg dat onder omstandigheden de resultaten van door de AIVD ingesteld onderzoek niet als bewijs mogen worden gebruikt. Dit speelt bijvoorbeeld in het bijzondere geval dat doelbewust en om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten, geen opsporingsbevoegdheden zijn gebruikt om door de AIVD vergaarde informatie te kunnen gebruiken (vgl. HR 5 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4122).

Art. 63, eerste lid, Wiv 2002, dat gold ten tijde van het verzoek, bepaalt dat de diensten bevoegd zijn op schriftelijk verzoek van het daartoe bevoegde gezag technische ondersteuning te verlenen aan de met opsporing van strafbare feiten belaste instanties. Voor zover de WhatsApp-informatie al is vergaard door de AIVD en niet door de politie zelf, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de officier van justitie doelbewust om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten geen opsporingsbevoegdheden heeft gebruikt om die informatie te ontsluiten en te kunnen gebruiken. De reden voor het verzoek aan de AIVD is onbekend. Het dossier, met name de enkele weergave van de WhatsApp-groep en -gesprekken, duidt daarop ook niet. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het bijzondere geval dat de resultaten van het alsdan door de AIVD ingestelde onderzoek niet tot het bewijs mogen worden gebruikt, doet zich gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank niet voor.

De rechtbank is voorts van oordeel dat geen sprake is van enige schending van beginselen van een goede procesorde.

De rechtbank verwerpt reeds hierom het verweer in al zijn onderdelen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor notoire oplichtster die valse aangifte deed

Rechtbank Midden-Nederland 7 september 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4321

Een 30-jarige vrouw uit Hoofddorp is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk. De vrouw heeft tussen september 2015 en juni 2016 meerdere personen en bedrijven opgelicht. Ook heeft ze een valse aangifte van verkrachting gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procedure ex artt. 98 en 552a Sv: In casu sprake van redelijk vermoeden van schuld & zeer uitzonderlijke omstandigheden waardoor verschoningsrecht dient te wijken voor waarheidsvinding

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:4987

Klager klaagt over de ‘beschikking inzake de onder verdachte Klager in beslag genomen goederen’ van de rechter-commissaris van 13 september 2017, inhoudende dat van het beslag de volledige inhoud van de Iphone 7, een A4 en een handgeschreven briefje ter beschikking van het onderzoek aan de officieren van justitie ter hand zullen worden gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^