Vrijspraak oplichtingszaken: Rb kan niet vaststellen dat betrokkenen bewogen zijn tot verrichten van handelingen door oplichtingsmiddelen. Geen valse hoedanigheid gelet op gebruiken huurbranche.
/Rechtbank Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5594
De rechtbank dient te onderzoeken of wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, in casu vijf maal oplichting in de zin van artikel 326 Sr, en dat op de wijze zoals in de tenlastelegging is omschreven. Daarbij kan het zijn dat wat in het spraakgebruik wordt verstaan onder ‘bedrog’ verschilt van het juridische begrip oplichting zoals bedoeld in artikel 326 Sr en dat niet iedere vorm van ‘bedrog’ onder het bereik van deze strafbaarstelling kan worden gebracht.
Read More