Vrijspraak oplichtingszaken: Rb kan niet vaststellen dat betrokkenen bewogen zijn tot verrichten van handelingen door oplichtingsmiddelen. Geen valse hoedanigheid gelet op gebruiken huurbranche.

Rechtbank Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5594

De rechtbank dient te onderzoeken of wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, in casu vijf maal oplichting in de zin van artikel 326 Sr, en dat op de wijze zoals in de tenlastelegging is omschreven. Daarbij kan het zijn dat wat in het spraakgebruik wordt verstaan onder ‘bedrog’ verschilt van het juridische begrip oplichting zoals bedoeld in artikel 326 Sr en dat niet iedere vorm van ‘bedrog’ onder het bereik van deze strafbaarstelling kan worden gebracht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming inzake oplichtingen: concentratie van verweer? toepassen oud of nieuw recht?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3135

Betrokkene is door deze rechtbank op 16 oktober 2014 wegens in totaal 205 oplichtingen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die betrokkene in buitenlandse detentie en in voorarrest in Nederland heeft doorgebracht, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met als proeftijd drie jaar, en met de bijzondere voorwaarde van –kort gezegd- verplicht reclasseringstoezicht tijdens de proeftijd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Komen de kosten die de raadsman in het kader van een 552f-procedure (vordering tot onttrekking aan het verkeer) heeft gemaakt ex art. 591a Sv voor vergoeding in aanmerking?

Rechtbank Noord-Holland 19 mei 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:4137

Rechtbank komt op grond van wetsgeschiedenis, systematiek van de wet en doel van de regeling tot de conclusie dat ook in een geval, waarin de verdachte is vrijgesproken en de officier van justitie een afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer (artikel 552f Sv) heeft ingediend, die is afgewezen, de kosten van de desbetreffende werkzaamheden van de raadsman van verdachte voor vergoeding in aanmerking komen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hypotheekfraude: beroep op schending ondervragingsrecht & onbetrouwbaarheid getuigenverklaringen

Rechtbank Rotterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3679

De verdachte heeft samen met medeverdachten een frauduleuze constructie opgetuigd, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van valse arbeidsovereenkomsten en werkgeversstukken, die door de medeverdachte werden aangeleverd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overwegingen over vaststelling wederrechtelijk voordeel natuurlijk persoon uit handelen van rechtspersoon

Rechtbank Rotterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3680

Veroordeelde is veroordeeld wegens medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (feit 1a en 1b) en telkens oplichting (feit 2b). 

De verdediging heeft aangevoerd dat de veroordeelde handelde namens naam bedrijf en dat niet bewezen is dat de betaalde bedragen aan naam bedrijf in het privévermogen van de veroordeelde terecht zijn gekomen, zodat de veroordeelde geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.

Read More
Print Friendly and PDF ^