Vrijspraak afvalstoffen-zaak: Geen opzet tenlastegelegd, dus overtreding in de zin van de WED. Meer dan drie jaar verstreken en dus sprake van verjaring.

Rechtbank Rotterdam 1 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8287

De grondslag voor het verwijt wordt gevormd door artikel 10.54 lid 1 van de Wet milieubeheer. Het gaat om een verbodsbepaling die ingevolge artikel 1a juncto artikel 2 WED, een misdrijf oplevert voor zover zij opzettelijk is overtreden. Voor zover dit economisch delict geen misdrijf is, is het een overtreding. Omdat de steller van de tenlastelegging aan de verdachte rechtspersoon geen opzettelijk handelen verwijt, is sprake van een verdenking van een overtreding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf van 3 jaar voor oplichting en flessentrekkerij

Een 45-jarige man uit Moergestel is veroordeeld tot 3 jaar cel voor oplichting en flessentrekkerij. De rechtbank Zeeland-West-Brabant acht bewezen dat hij tussen 2007 en 2011 meerdere bedrijven voor in totaal een paar miljoen euro heeft benadeeld. De officier van justitie had 4 jaar gevangenisstraf geëist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraffen voor niet-ambtelijke omkoping Havensteder

De kasbeheerder van de Rotterdamse woningverhuurder PWS (het latere Havensteder) alsmede een tussenpersoon zijn op 14 november veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden voor niet-ambtelijke omkoping.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling overtreding van voorschrift gesteld bij art. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Rechtbank Oost-Brabant 17 oktober 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5716

De rechtbank veroordeelt verdachte voor overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren meermalen gepleegd tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van art. 5 Brzo door een rechtspersoon

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 oktober 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6288

Verdachte heeft zich, als feitelijk leidinggevende van de BV, in de periode van 9 september 2013 tot en met 18 november 2014 schuldig gemaakt aan de overtreding van een aanzienlijk aantal vergunningsvoorschriften en heeft niet alle maatregelen getroffen die nodig zijn om een zwaar ongeval te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken. Daarnaast was het veiligheidsbeheerssysteem voor wat betreft onderdeel d niet op orde, waardoor verdachte artikel 5, derde lid, van het Brzo heeft overtreden. De aan de vergunning verbonden voorschriften en het Brzo hebben tot doel om gevaar voor mens en milieu te voorkomen en de veiligheid van de werknemers van verdachte te waarborgen. De rechtbank acht dit ernstige feiten. Door na te laten deze voorschriften uit te voeren, heeft de BV de op haar rustende zorgplicht verzaakt hetgeen de rechtbank kwalijk vindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^