De feiten die aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggen zijn gepleegd vóór 1 juli 2011. Gelet op ontbreken bijzondere overgangsregeling is oude bepaling van van toepassing.

Rechtbank Rotterdam 17 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8664

Artikel 36e Sr is bij de inwerkingtreding per 1 juli 2011 van de wet van 31 maart 2011 (Stb 2011, 171), de Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming, aanzienlijk gewijzigd. Bij deze wetswijziging is geen bijzondere overgangsregeling getroffen zodat het normale overgangsrecht van toepassing is zoals dat voortvloeit uit artikel 1 Sr en artikel 1 Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: De uitspraak op een vordering tot ontneming van w.v.v. moet de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2009

Ingevolge art. 511e, eerste lid, Sv (in eerste aanleg) en art. 511g, tweede lid, Sv (in hoger beroep) is op de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel art. 359, derde lid, Sv van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat die uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klacht die strekt tot vernietiging van de uitspraak in de ontnemingszaak wanneer de cassatiemiddelen in de hoofdzaak gegrond worden bevonden voldoet niet aan vereisten wettig cassatiemiddel

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over recht om getuigen daadwerkelijk te (doen) ondervragen en verschil karakter tussen straf- en ontnemingsprocedure

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023

De ontnemingsprocedure heeft een ander karakter dan de strafprocedure. Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan ingevolge art. 338 Sv door de rechter slechts worden aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen. In de ontnemingsprocedure is de rechter voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebonden aan art. 511f Sv waarin is bepaald dat de rechter die schatting slechts kan ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van ruim 1,5 miljoen euro in zaak Baybaşin blijft in stand

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023

De uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch in de ontnemingszaak tegen Baybaşin waarbij een ontnemingsmaatregel van ruim 1,5 miljoen euro werd opgelegd, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist. Baybaşin werd in 2002 in de strafzaak tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens onder andere het medeplegen van moord en pogingen tot uitlokking daartoe, het medeplegen van gijzeling en het als bestuurder deelnemen aan een criminele organisatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^