Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:653
Verdachte wordt verweten dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het laten verbouwen van de kippenstallen zonder voorzorgsmaatregelen te nemen (feit 1), zonder te beschikken over een asbestinventarisatierapport (feit 2), door een bedrijf dat niet in het bezit is van een certificaat als bedoeld in art. 4.54d, eerste lid, Arbeidsomstandighedenbesluit (feit 3) en dat de werknemers van dat bedrijf bij het verwijderen van delen van de wanden uit de kippenstallen onvoldoende bescherming is geboden (feit 4). Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van de onder 1 t/m 4 tenlastegelegde opzetmisdrijven door telkens tot een vrijspraak te komen voor het bestanddeel ‘opzettelijk’, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich in de wandbeplating asbest bevond. Wat resteert is een bewezenverklaring van feitelijk leidinggeven aan een viertal overtredingen.
Read More