Particuliere opdrachtgever krijgt taakstraf voor illegale asbestsanering

Een particulier die zelf zijn Wassenaarse villa van asbest heeft ontdaan, heeft van de Haagse rechtbank een taakstraf gekregen van 200 uur of drie maanden celstraf. Niet alleen heeft hij zichzelf in gevaar gebracht met deze werkwijze, maar ook andere mensen die in het huis werkten. Tevens werd door de rechtbank valsheid in geschrifte bewezen.

In november 2012 kreeg de Inspectie SZW een melding dat in een Wassenaarse villa op niet juiste wijze asbest zou zijn verwijderd. Uit een asbestinventarisatie van zijn villa bleek dat er asbest in het huis zat. Volgens de wet moet dat door een gecertificeerd bedrijf worden verwijderd. Gezien de kosten om dit door een gecertificeerd bedrijf te laten doen, besloot de eigenaar het asbest door een niet-gecertificeerd bouwbedrijf te laten verwijderen danwel zelf de handen uit de mouwen te steken.

Daar hij een sloopvergunning wilde aanvragen voor het pand, moest het pand ‘asbestvrij’ verklaard worden. Door hem werd een tweede inventariseerder ingeschakeld. Bij het verlenen van de opdracht gaf de particulier aan dat er geen asbest in het pand aanwezig was of was geweest. Tijdens dit tweede onderzoek bleek echter dat er in het pand nog op diverse plaatsen asbestrestanten waren die hij wederom trachtte zelf weg te halen. Uiteindelijk schakelde hij een derde inventarisatiebureau in.

Dit bureau trof visueel geen asbest meer aan en maakte een rapport waarin stond dat er geen asbest meer aanwezig was. Nadat inspecteurs van de Inspectie SZW kennis hadden genomen van deze praktijken is er een onderzoek gestart. Dit onderzoek is op enig moment overgedragen aan de politie Haaglanden.

Omdat de eigenaar met deze werkwijze tegen de wet in handelde en hiermee niet alleen zijn eigen gezondheid maar ook die van anderen in gevaar heeft gebracht, heeft hij nu een taakstraf gekregen van 200 uur of drie maanden naar de gevangenis. Daarnaast heeft hij nog vier maanden voorwaardelijk gekregen.

Niet alleen de eigenaar is overigens veroordeeld. De werkvoorbereider van een bouwbedrijf en het bouwbedrijf hebben respectievelijk 80 uur taakstraf en een € 15.000,- boete gekregen. Zij waren volgens de rechtbank op de hoogte van deze verkeerde werkwijze en hebben meegewerkt aan het bemiddelen tussen particulier en inventariseerders.

Bron: Inspectie SZW

Print Friendly and PDF ^

Eis: 1 Miljoen euro boete voor Abengoa voor jarenlang overtreden van milieuvergunning

Het Functioneel Parket heeft op 28 januari in de rechtbank in Rotterdam een boete van 1.000.000 euro geëist tegen het bedrijf Abengoa BioEnergy Netherlands B.V. voor het jarenlang overtreden van de milieuvergunning. Hierdoor hadden omwonenden last van stankoverlast. De officier van justitie eiste behalve de boete ook een voorwaardelijke stilleging van zes maanden. Abengoa produceert sinds mei 2010 bio-ethanol in haar inrichting in Rotterdam. Sinds die tijd klagen omwonenden over stankoverlast. Het gaat om meer dan 1000 klachten alleen al in 2013 en 2014. Uit onderzoek door de Politie en metingen van de DCMR blijkt dat Abengoa meer geur uitstootte dan was toegestaan volgens de milieuvergunning.

Woongenot omwonenden aangetast

De officier van justitie noemde de overtredingen op zitting ernstig: “Een milieuvergunning is een zorgvuldig tot stand gekomen balans tussen economische belangen en de belangen van gezondheid, veiligheid en milieu. Door de vergunning te overtreden stelde Abengoa de productie boven het welbevinden van omwonenden. Zelfs de nodige bestuurlijke interventies hebben Abengoa niet tot een andere houding kunnen bewegen.” De officier van justitie stelt dat abengoa met haar wijze van bedrijfsvoeren het woongenot van veel mensen heeft aangetast: “Mensen worden wakker van de geur, vinden het vervelend, misselijkmakend, krijgen er hoofdpijn van, sluiten noodgedwongen hun ramen, voelen zich zelfs genoodzaakt  hun woning tijdelijk te verlaten, worden boos, voelen zich aan het lijntje gehouden als het veelvuldig klagen tot niets leidt, vrezen dat het de waarde van hun huizen aantast.” Pas in 2014 werden de problemen opgelost door het bedrijf. De officier noemde dit op zitting onvoorstelbaar: “Het heeft dus vier jaar moeten duren, vier jaren van klachten uit de omgeving, vier jaren van niet voldoen aan vergunningvoorschriften, voordat Abengoa besluit om het bedrijfsproces te stoppen bij niet toegestane geuremissie.”

Abengoa is eerder door de rechtbank veroordeeld tot een boete van 55.000 euro, vanwege een arbeidsongeval ten gevolge van een slechte veiligheidscultuur bij het bedrijf. Het bedrijf is tegen het vonnis in appel. De houding van het bedrijf is nog steeds hetzelfde als toen, stelde de officier op zitting: “Ten alle tijden productie vòòr omgeving.” Daarom eist de officier van justitie dit maal een boete van 1.000.000 euro en een voorwaardelijke stillegging van zes maanden als stok achter de deur.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^

NVWA-IOD houdt verdachten van illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen aan

De Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA-IOD) heeft maandag 18 januari drie verdachten aangehouden in een onderzoek naar de illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen. De mannen uit het oosten van het land zijn in verzekering gesteld. De NVWA-IOD doet onder leiding van het Functioneel Parket onderzoek naar de verkoop en het op de Europese markt brengen van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. De middelen zijn onder meer afkomstig uit China. In september 2014 doorzochten rechercheurs daarom een woning en 2 bedrijfslocaties in het oosten en het westen van Nederland. Zij namen toen een grote hoeveelheid administratie en enkele duizenden kilo's vermoedelijk illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag. Gespecialiseerde rechercheurs hebben diepgravend onderzoek verricht in de inbeslaggenomen administratie.

Illegale handel

Binnen de Europese Unie mogen alleen toegelaten gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Deze middelen zijn uitgebreid getoetst op mogelijke schadelijke effecten voor het milieu, de volksgezondheid en de arbeidsomstandigheden van de gebruiker. Niet-toegelaten middelen zijn niet getest. Daardoor kan er gevaar ontstaan voor mens, dier en milieu.

Daarnaast is illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen concurrentievervalsend. Bedrijven die de regels ontduiken hoeven minder kosten te maken dan een handelaar die zich wel aan de regels houdt. De economie is gebaat bij eerlijke handel, mede daarom pakt de overheid de illegale handel aan.

Bron: NVWA

 

Print Friendly and PDF ^

'Op naar een algemene boetebevoegdheid in de Omgevingswet'

In deze bijdrage wordt het sanctiestelsel in het voorstel voor een Omgevingswet (zoals aangenomen door de Tweede Kamer) besproken aan de hand van een vergelijking met boetesystemen in andere wetten en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State. Lees verder:

 

Voor het raadplegen van dit artikel dient u te zijn geabonneerd op het Tijdschrift voor Omgevingsrecht. 

 

Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak: Er kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het door de verdachte vervoerde bestratingsmateriaal een afvalstof is in de zin van de Wet Milieubeheer

Gerechtshof Amsterdam 20 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5631

Op 9, 10, 13 en 14 februari 2012 heeft de verdachte ongeveer 6.700 ton gebruikt bestratingsmateriaal, te weten stoeptegels, stenen en trottoirbanden, vervoerd vanuit haar inrichting te Nieuw Vennep naar een terrein te Hillegom en aldaar los gestort. Voor dit transport beschikte de verdachte niet over een begeleidingsbrief zoals bedoeld in artikel 10.39 van de Wet Milieubeheer.

Namens de verdachte heeft haar bestuurder [bestuurder] tegenover de politie meer in het algemeen verklaard dat de verdachte de op haar inrichting te Nieuw Vennep aangevoerde gebruikte tegels, stenen en stoepranden koopt van gemeenten. De verdachte breekt vervolgens de bestrating op en haalt deze uit de grond. Het naar Hillegom vervoerde bestratingsmateriaal heeft zij verkocht aan [bedrijf 2] De koopster had haar verzocht het materiaal af te leveren op het terrein in Hillegom.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de bestuurder verklaard dat het bestratingsmateriaal geschikt is voor hergebruik. Het wordt opgeslagen in haar depot en gaat daarna naar een opdrachtgever, die er een straat van maakt, aldus de bestuurder.

In het kader van een onderzoek door de Provincie Zuid-Holland is namens de koopster verklaard dat het de bedoeling was het bestratingsmateriaal in Hillegom te verpakken en op te slaan.

De vraag die het hof moet beantwoorden is of het door de verdachte vervoerde materiaal afval in de zin van de Wet milieubeheer is. Voor het antwoord op deze vraag dient aansluiting te worden gezocht bij Europese wet- en regelgeving en jurisprudentie.

Ten tijde van het ten laste gelegde was de Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen van toepassing.

Richtlijn 2008/98/EG geeft de volgende relevante definities:

Artikel 3 Definities

“1. afvalstof: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; […]

6. afvalstoffenhouder: de afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft; […]

14. verwerking: nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;

15. nuttige toepassing: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt. Bijlage II bevat een niet-limitatieve lijst van nuttige toepassingen;

17. recycling: elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;

19. verwijdering: iedere handeling die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Bijlage I bevat een niet-limitatieve lijst van verwijderingshandelingen.

In het Shell-arrest van het Hof van Justitie van 12 december 2013 (ECLI:EU:C:2013:821) heeft het Hof over ‘het zich ontdoen van een afvalstof’ overwogen dat voorwerpen of stoffen die voor de houder ervan geen nut hebben of meer hebben, zodat dit voorwerp of deze stof een last is waarvan deze zich wil ontdoen, vallen onder het begrip afvalstof in de zin van de richtlijn 2006/12 (ingetrokken op 12 december 2010 en opgevolgd door Richtlijn 2008/98).

Of stoffen gekwalificeerd kunnen worden als afvalstoffen wordt dus primair bepaald door het gedrag of de intentie van de houder, namelijk of deze zich van de betreffende stoffen ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

Niet alleen de intentie van de verdachte als houder is van belang. Ook is van belang hoe de stof bij de verdachte terecht is gekomen. Immers, de kwalificatie ‘afvalstof’ komt pas te vervallen indien de stof een procedé voor nuttige toepassing volledig heeft ondergaan. Derhalve is van belang om te kunnen vaststellen of het door de verdachte vervoerde bestratingsmateriaal reeds als afvalstof was aan te merken op het moment van verkrijging.

Mede bij gebreke van enige aanwijzing in andere zin zal het hof op grond van voornoemde verklaringen van [bestuurder] en hetgeen de raadsman hierover ter terechtzitting in hoger beroep heeft opgemerkt, tot uitgangspunt nemen dat het onderhavige materiaal afkomstig is van gemeenten. Over de intentie van deze gemeenten met betrekking tot het materiaal is echter niets bekend geworden. Hier is geen onderzoek naar gedaan. Hoewel het er alle schijn van heeft dat de betreffende gemeenten het aan de verdachte verkochte bestratingsmateriaal als een last beschouwden waarvan zij zich wilden ontdoen – en het derhalve een afvalstof betrof –, is niet uit te sluiten dat dit niet het geval is en dat de gemeenten het bestratingsmateriaal aan de verdachte hebben verkocht met de intentie dit zonder bewerking te doen hergebruiken. Het hof kan dan ook niet beoordelen of het materiaal op het moment van verkrijging door de verdachte (reeds) een afvalstof was en dientengevolge eerst een behandeling voor nuttige toepassing behoefde om niet langer als afvalstof te kunnen worden gekwalificeerd.

Dat voor de verdachte het bestratingsmateriaal een last was waarvan zij zich wilde ontdoen, is evenmin komen vast te staan. Namens de verdachte is dit ontkend en de verklaring dat zij het materiaal heeft verkocht ten behoeve van hergebruik vindt ondersteuning in de voormelde mededeling namens de koopster aan de Provincie Zuid-Holland.

Bij deze stand van zaken kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het door de verdachte vervoerde bestratingsmateriaal een afvalstof was en zij derhalve een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39 van de Wet Milieubeheer nodig had, respectievelijk zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen heeft ontdaan zoals onder 1 en 2 ten laste gelegd.

Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van hetgeen haar onder 1 en 2 is ten laste gelegd.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^