Enkele recente ontwikkelingen in milieurechtelijke jurisprudentie

Het afgelopen jaar zijn er weer interessante milieurechtelijke uitspraken gewezen. In deze kroniek uit Bouwrecht worden uitspraken gesignaleerd van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en rechtbanken die het afgelopen jaar zijn opgevallen.

Aan de orde komen uitspraken over onder meer: het Activiteitenbesluit milieubeheer, de (voorbereidings)procedure van een milieurechtelijk besluit, de omgevingsvergunning voor milieu (milieuvergunning), andere milieurechtelijke onderwerpen en de bestuursrechtelijke handhaving.

Lees hier het volledige artikel:

 

 

Print Friendly and PDF ^

De V.O.F. van verdachte heeft runderen niet gemeld aan het I & R systeem en jonge runderen afgevoerd van een verzamelcentra naar een bedrijf waar deze jonge runderen niet naar toe afgevoerd mochten worden

Rechtbank Overijssel 18 september 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4424 Het bedrijf van verdachte heeft runderen niet gemeld aan het I & R systeem en jonge runderen afgevoerd van een verzamelcentra naar een bedrijf waar deze jonge runderen niet naar toe afgevoerd mochten worden.

Gelet op het potentiële gevaar voor de diergezondheid en de volksgezondheid dat van het handelen van verdachte is uitgegaan, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geldboete van substantiële omvang moet worden opgelegd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete van €10.000. De rechtbank heeft zich bij de keuze van de strafsoort in belangrijke mate laten leiden door de overtuiging dat verdachte zich niet primair heeft laten leiden door het onsympathieke idee van het afmaken van gezonde runderen, zoals hij stelt, maar door het financieel voordeel dat te behalen viel door zich van de concurrerende maar correct werkende ondernemingen te onderscheiden door aan de leveranciers minder kosten in rekening te brengen en een illegale afzetmarkt te bedienen en in stand te houden.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Rechtbank Overijssel 18 september 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4423

Het bedrijf zelf wordt veroordeeld tot een geldboete van € 50.000, waarvan als waarschuwing voor de toekomst een bedrag van € 25.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Zakboek Handhaving Milieuwetgeving 2016

'Zakboek Handhaving Milieuwetgeving' geeft een heldere handreiking voor toezichthouders en handhavers van overheden bij hun uitvoering in de praktijk om de fysieke leefomgeving te beschermen. Het bevat veel direct toepasbare informatie in de handhavingspraktijk. De bestuurlijke handhaving staat centraal. Het zwaartepunt van dit boek ligt op het toezicht en de feitelijke sanctionering. De mogelijkheden, maar ook de beperkingen van handhavingsacties worden belicht. Daarbij wordt verwezen naar wet- en regelgeving en jurisprudentie. Juridische begrippen zijn helder uitgelegd en de jurisprudentie is kort en krachtig samengevat.

Deze 2016-editie behandelt ook de verschillen tussen de Omgevingswet en de huidige uitvoeringspraktijk.

Praktische Informatie

Auteur: Dick van der Meijden Aantal pagina's: 492 blz. 1e druk | 2015
ISBN-13: 9789013131932

Klik hier om het boek te bestellen via Jongbloed.

 

Print Friendly and PDF ^

Milieu Officier van Justitie over de gezamenlijke sanctiestrategie bij Brzo-bedrijven: “Zo halen we de echte valsspelers eruit”

Is een bedrijf in overtreding? En doet het bedrijf onvoldoende om het gebrek te verhelpen? Dan kunnen de inspecteurs een sanctie opleggen (waarschuwing, boete of zelfs stilleggen), tot alle overtredingen zijn verholpen. In dat licht is sinds anderhalf jaar de gezamenlijke sanctiestrategie bij Brzo-bedrijven van kracht. Speciale rol daarin is weggelegd voor het Openbaar Ministerie dat verantwoordelijk is voor de strafrechtelijke kant van de handhaving. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

'De punitieve handhaving van de Omgevingswet'

Het onderzoek dat heeft geleid tot het WODC-rapport 'De punitieve handhaving van de Omgevingswet' gaat over de vraag hoe de punitieve handhaving van de nieuwe Omgevingswet zou kunnen worden ingericht. Aanleiding tot het onderzoek vormt de stelselherziening binnen het omgevingsrecht. Bij deze stelselherziening worden verschillende wetten op het terrein van de fysieke leefomgeving geheel of gedeeltelijk geïntegreerd in een nieuwe Omgevingswet. Punitieve handhaving van de wetten en delen van wetten waarvan het voornemen is dat zij uiteindelijk in de Omgevingswet geïntegreerd worden, verloopt thans in belangrijke mate via de Wet op de economische delicten. Sommige al dan niet deels in de Omgevingswet te integreren wetten kennen een mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Dit onderzoek betreft derhalve de keuze hoe de punitieve handhaving van de voorschriften die bij of krachtens de Omgevingswet gesteld worden, vorm moet worden gegeven. Zoals wij zagen ligt het zwaartepunt van de punitieve handhaving bij de wetten die in de Omgevingswet geïntegreerd worden in de huidige situatie in het strafrecht. Maar daarmee is nog niet gezegd dat dit zo moet blijven. Het overgrote deel van de sancties die via strafbeschikking en strafrechtelijke veroordeling worden opgelegd zijn boetes. Dat zou voedsel kunnen geven aan de gedachte dat (ook) in dit deel van het ordeningsrecht op de bestuurlijke boete kan worden overgestapt. Anderzijds zijn er ook strafzaken betreffende overtredingen van uiteindelijk in de Omgevingswet te integreren voorschriften waarin voorwaardelijke en onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen worden opgelegd. Kan, in die situaties, het strafrecht worden gemist? Of is via toepassing van het commune strafrecht al voldoende verzekerd dat bij overtreding van voorschriften uit de Omgevingswet altijd een passende sanctie kan worden opgelegd? Ligt het, bij behoud van de mogelijkheid van punitieve handhaving via het strafrecht, in de rede daarnaast ook de bestuurlijke boete op ruimere schaal te introduceren? Of is het aantrekkelijker de figuur van de bestuurlijke strafbeschikking op uitgebreidere schaal te gaan gebruiken?

Het onderzoek, dat in de periode van juni 2014 tot maart 2015 in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is uitgevoerd door medewerkers van de Juridische Faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen, kent drie delen. Het eerste deel betreft een aantal hoofdstukken waarin beleidsdocumenten, aspecten van het Nederlandse recht en de handhavingspraktijk op het terrein van het omgevingsrecht verkend worden. Het tweede deel betreft een onderzoek naar de inrichting van het Duitse punitieve recht. Het derde deel is een verkenning van opvattingen van personen die werkzaam zijn in de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van omgevingsrecht. Het onderzoek is afgesloten met een zelfstandig leesbare slotbeschouwing.

Print Friendly and PDF ^