Veroordeling voor grootschalige illegale dierenhandel

Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4246 Verdachte heeft in strijd met wet- en regelgeving gehandeld in diverse vogelsoorten. Verdachte heeft onder meer opzettelijk en samen met anderen in een criminele organisatie misbruik gemaakt van een regeling voor vervoer van gezelschapsdieren, door allerlei vogels onrechtmatig als gezelschapsdier in te voeren en ze vervolgens te verhandelen. Door zijn handelen heeft verdachte een risico op de besmetting met en verspreiding van besmettelijke vogelziekten veroorzaakt.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 180 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens het overbrengen van afvalstoffen zonder kennisgeving

Gerechtshof Den Haag 6 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1408 De verdachte was bezig met het overbrengen van drie containers met afvalstoffen van Duitsland, via Nederland naar Singapore, zonder kennisgeving aan (en daarop de toestemming van) de bevoegde autoriteiten. 

Verweren

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het bestanddeel opzet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Vooropgesteld dient te worden dat in het economisch strafrecht het begrip “opzet” in beginsel dient te worden uitgelegd als “kleurloos opzet”. Dit houdt in dat het opzet van de verdachte slechts behoeft te zijn gericht op de tenlastegelegde gedraging (in deze zaak: een handeling als bedoeld in art. 2 onder 35 sub a en/of b van de Verordening verrichten) en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Gelet op de onderhavige tenlastelegging dient de opzet van de verdachte derhalve enkel gericht te zijn op het overbrengen van de drie containers met inhoud, terwijl die overbrenging geschiedt zonder kennisgeving hiervan aan of toestemming hiervoor van de bevoegde autoriteiten. Het verweer wordt verworpen.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat de Questionnaire door Singapore ten tijde van het ten laste gelegde in 2008 al zou zijn beantwoord. Uit de aangeleverde gegevens door de advocaat-generaal - naar aanleiding van het verzoek van het hof in het tussenarrest van 28 januari 2015 - blijkt dit niet het geval te zijn. Ook dit verweer wordt dan ook verworpen. Het verweer dat erop ziet dat de advocaat-generaal het hiervoor bedoelde verzoek van het hof onvoldoende zorgvuldig heeft opgevolgd door geen navraag te doen bij de Europese Commissie zelf, treft geen doel. Verzocht was immers om onderzoek te doen; dit kon op andere wijze plaatsvinden dan door navraag bij de Europese Commissie te doen.

Bewezenverklaring

Opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000, waarvan € 5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Eigenaar bedrijf door milieupolitie aangepakt

Milieuagenten hebben proces-verbaal opgemaakt tegen een eigenaar van een bedrijf vanwege het mengen van diverse afvalstoffen. De politie kwam de overtreding op 20 mei jl. op het spoor tijdens een grote controle op het industrieterrein 'Havenschap Port of Moerdijk'. Hierbij werden acht bedrijven door de milieupolitie bezocht en gecontroleerd op de naleving van diverse milieuwetten. De controle was in samenwerking met opsporingsambtenaren van de omgevingsdienst Midden en West-Brabant, de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, de douane en de havenpolitie.

Afvalsoorten

Tijdens de controle bleek dat een van de bedrijven zich op meerdere aspecten niet aan het activiteitenbesluit hield. Het bedrijf mengde onder andere diverse afvalsoorten, waaronder gevaarlijk afval, met elkaar. Het ging onder andere om slib/modder, plastic afval, oliefilters, jerrycans, blikjes, kleding en batterijen.

Proces-verbaal

Voor het mengen van de afvalstoffen is proces-verbaal opgemaakt op grond van de wet milieubeheer. De eigenaar van het bedrijf heeft op dinsdag 2 juni op het politiebureau een verklaring afgelegd. Het bedrijf kreeg voor verschillende andere overtredingen een waarschuwing. Er werd een termijn afgesproken om passende maatregelen te treffen.

Bron: Politie

 

Print Friendly and PDF ^

Omgevingswet krijgt steun

De nieuwe Omgevingswet, waarin een groot aantal bestaande wetten opgaan, is gericht op duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Schultz ziet grote voordelen in integrale besluitvorming over ruimtelijke projecten "van dakkapel tot Tweede Maasvlakte". Met de nieuwe wet wordt het beleid volgens de minister inzichtelijker, komt er meer ruimte voor lokale oplossingen en kunnen besluiten sneller worden genomen. De Vries (PvdA) is enthousiast: het wordt niet alleen makkelijker, sneller en goedkoper, maar ook mooier en met meer draagvlak. Goed dat er rijksregels vervallen, vindt ook Veldman (VVD), maar voorkom wel dat er vervolgens lokaal weer "een heel regelhuis" wordt opgebouwd.

Decentralisatie de norm

In principe zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet: "decentraal, tenzij". Alleen als aan bepaalde criteria wordt voldaan, gaat die verantwoordelijkheid naar provincie of Rijk. Schultz ziet weinig in het voorstel van Ronnes (CDA) om in de wet op te nemen dat dat alleen mag als sprake is van een "aanmerkelijk belang". Zij wijst op de betrokkenheid van gemeenten en provincies bij de totstandkoming van de wet en voegt toe dat het vooral om houding en cultuur van de bestuursorganen gaat. Overigens kan zij leven met een verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen, zoals Dik (ChristenUnie) wil.

Flexibiliteit

Bestuursorganen willen meer afwegingsruimte, burgers en bedrijven willen meer handelingsruimte. Daarom bevat de wet volgens Schultz meer doelvoorschriften dan middelvoorschriften. Ook kan er gebiedsgericht maatwerk worden geleverd. Zo mogen gemeenten bijvoorbeeld strengere geurnormen stellen. Daarnaast kan een gemeente individueel maatwerk bieden: een bedrijf in een kwetsbaar gebied kan strengere lozingsnormen krijgen opgelegd. Er is "niks mis mee" als daardoor verschillen tussen gemeenten ontstaan, zegt Schultz in reactie op de angst van Madlener (PVV) voor willekeur. Van Veldhoven (D66) stelt voor om te monitoren in hoeverre de flexibiliteit van de nieuwe wet leidt tot meer of minder rechtszaken. De voorspelbaarheid van de uitkomst van geschillen wordt kleiner, denkt Smaling (SP).

Normen in AMvB's

De omgevingsnormen zullen in zogenaamde Algemene Maatregelen van Bestuur worden opgenomen. Schultz wijst erop dat het op dit moment "een rommeltje" is: sommige normen staan in wetten, andere in AMvB's. Burgers en bedrijven zullen snel weten waar zij aan toe zijn, zegt de minister. Zij verzekert de Kamer dat normen in AMvB's net zo zwaar wegen als normen in de wet. Dat bestrijdt Van Tongeren (GroenLinks): AMvB's zijn makkelijker te wijzigen. Zij hamert op het optimaal beschermen van "kwetsbare belangen". Van Veldhoven wil de garantie dat de Kamer in de toekomst toch kan besluiten om de normen in de wet vast te leggen. Het eindoordeel is en blijft aan de Kamer, antwoordt Schultz.

Verstedelijkingsladder

Voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten overheden in de huidige situatie de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking gebruiken. Zo moet voorkomen worden dat lege weilanden worden volgebouwd, terwijl er nog ruimte is in het stedelijk gebied. Met de nieuwe Omgevingswet lijkt die ladder overbodig geworden, zeggen Veldman en onafhankelijk Kamerlid Houwers. De ladder is erg gedetailleerd en vraagt om veel onderzoek, erkent de minister, die het "iets vrijer" wil maken. Zij wil de evaluatie van het instrument afwachten voordat zij verdere stappen zet. Als in de tussentijd quick wins te maken zijn, wil zij daar zeker gebruik van maken.

De Kamer zet de behandeling van de Omgevingswet op een nader te bepalen moment voort. Zij sprak er eerder over op 1 juni. Minister Schultz heeft in reactie daarop schriftelijke antwoorden aan de Kamer gestuurd.

Bron: Tweede Kamer

 

Print Friendly and PDF ^

Oplegging geldboete wegens het opzettelijk vangen van een beschermde inheemse vogel

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2029

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 11 februari 2013 te Gennep tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op en/of in de omgeving van een gebied gelegen aan de Siebengewaldseweg, al dan niet opzettelijk, een putter, althans een of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, heeft gevangen en/of bemachtigd.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is het volgende aangevoerd.

  1. De zich in het dossier bevindende (kleuren-)foto’s, afdrukken van door verbalisant met betrekking tot het plegen van het delict genomen video-opnamen, zijn te onscherp om de daarop vastgelegde personen te kunnen identificeren. Verdachte ontkent dat hij een van die personen is. De verklaring van de verbalisant dat de personen op de foto’s op het politiebureau te Gennep zijn geïdentificeerd als verdachte en zijn broer, is mede gelet op het ontbreken van een opgemaakt proces-verbaal van die identificering, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
  2. De gevangen vogel is niet meer aangetroffen en de foto’s geven geen uitsluitsel of het inderdaad een putter was. Alleen de verklaring van de verbalisant over zijn waarneming dat het een putter was, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
  3. De broer van verdachte is voor hetzelfde feit en op grond van een identiek dossier (onherroepelijk) vrijgesproken. Bij een veroordeling in de onderhavige zaak zou sprake zijn van rechtsongelijkheid.

Het hof overweegt als volgt.

Ad 1. Ter terechtzitting in hoger beroep is de verbalisant (BOA) gehoord over zijn waarnemingen en over de identificatie van de verdachte.

Hij heeft onder meer verklaard dat:

  • Hij zich deze zaak nog goed kan herinneren;
  • Hij een tip had ontvangen dat er een vangnet/mistnet was opgesteld;
  • Hij daar vervolgens in totaal drie dagen heeft gepost, waarbij hij zich op een afstand van 20-30 meter van het vangnet bevond en waarbij hij de bij dat vangnet aanwezige personen duidelijk heeft kunnen waarnemen met behulp van zijn Swarovski 8x42 verrekijker;
  • Hij met zijn Lumix filmcamera beeldopnames heeft gemaakt van die bij het vangnet aanwezige personen, waarvan hij enkele foto’s heeft gemaakt en aan het dossier heeft toegevoegd;
  • Hij na de tweede actiedag met de foto’s naar het politiebureau te Gennep is gegaan en dat tijdens een briefing op die foto’s verdachte, zijn jongere broer en hun vader zijn herkend door de gebiedsbrigadier en de BOA-coördinator;
  • Hij op de derde dag, 11 februari 2013, bij het vangnet dezelfde personen zag die hij de eerdere dagen bij het vangnet had gezien, welke personen hem toen bekend waren als de broers van verdachte. Die twee personen zijn hem op enig moment tot op zeer korte afstand genaderd. Hij heeft hun gezichten toen goed kunnen zien;
  • Die twee personen toen de vangnetten vangklaar opgesteld hebben en er vervolgens een putter in het vangnet is gevlogen. De putter is vervolgens uit het net gehaald en door beiden meegenomen;
  • Verdachte, enkele weken later (hof: volgens het proces-verbaal: op 5 maart 2013) op het politiebureau als verdachte heeft gehoord en dat hij hem toen herkende als betrokkene bij het vangen van de putter;
  • Hij de verdachte die nu voor het hof is verschenen zonder enige twijfel herkent als verdachte, zijnde een van de personen die hij bij de vangnetten heeft gezien.

Uit deze verklaring volgt dat verbalisant op basis van eigen waarneming verdachte zowel tijdens het politieverhoor als ter terechtzitting in hoger beroep heeft herkend als één van de betrokkenen bij het vangen van de putter. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid dan wel de betrouwbaarheid van deze waarnemingen. Deze waarnemingen bevestigen de herkenning van verdachte door de gebiedsbrigadier en de BOA-coördinator op de foto’s tijdens de briefing na de tweede postdag. Uit het onderzoek is het hof niet gebleken dat de foto’s zodanig onduidelijk zijn geweest dat een herkenning van onder meer de verdachte op die foto’s niet mogelijk zou zijn.

Ad. 2 Zonder nadere onderbouwing, valt niet in te zien waarom de als bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant waarin hij uiteenzet waarom hij tot de conclusie komt dat de gevangen vogel een putter is (blz 3 van het proces-verbaal van 25 april 2013), als bewijs voor dit onderdeel onvoldoende zou zijn. Het hof ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant te twijfelen.

Ad 3. De vrijspraak van de broer van verdachte door de economische politierechter te Roermond d.d. 18 september 2014 voor (kennelijk) het onderhavige feit, maakt het oordeel van het hof niet anders.

Het hof verwerpt de verweren.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000.

Het hof heeft bij de straftoemeting enerzijds in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte een beschermde inheemse vogel heeft gevangen waardoor deze vogel uit zijn natuurlijke leefomgeving is gehaald.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^