Vermelding kantooradres raadsvrouwe, zoals opgenomen in aan schriftuur gehechte brief aan Hof met verzoek om toezending dossier, aan te merken als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c Sv?

Hoge Raad 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:38

Het middel klaagt over schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en bevat onder meer de klacht dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte, aangezien in strijd met art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv geen afschrift van de appeldagvaarding is verzonden naar het kantooradres van de raadsvrouwe. Het middel klaagt niet over niet-naleving van art. 51 (oud) Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR verhaalt: Motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel

Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:66

Het middel klaagt dat de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde gewoontewitwassen ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon opzettelijk nalaten melding te doen van ongebruikelijke transacties (Antilliaanse zaak)

Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3115

Het derde middel klaagt dat het Hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de rechtspersoon waaraan de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke overtreding van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wederrechtelijk voordeel uit witwassen

Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:88

Het middel klaagt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van of uit de baten van het in de strafzaak bewezenverklaarde witwassen ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over opzettelijk wederrechtelijk toe-eigenen in de zin van art. 321 Sr. Conclusie AG contrair.

Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:121

De tenlastelegging en bewezenverklaring zijn toegesneden op art. 321 Sr. Daarom moeten de daarin voorkomende woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend” worden geacht aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 321 Sr. Naar vaste rechtspraak is van zodanig toe-eigenen sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort.

Read More
Print Friendly and PDF ^