Witwassen: "Onmiddellijke" afkomst uit "eigen" misdrijf? HR herhaalt overwegingen m.b.t. “verwerven” en “voorhanden hebben”.

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2962

In het bestreden arrest ligt als oordeel van het Hof besloten dat niet aannemelijk is geworden dat het aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Het Hof heeft daartoe in aanmerking genomen dat door of namens de verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat dit geldbedrag uit eigen misdrijf afkomstig is, in welk verband het Hof mede betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte verdere vragen omtrent de herkomst niet heeft willen beantwoorden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie in het belang der wet: Conclusie AG over de vraag of de oproeping van de veroordeelde voor de behandeling van het door haar ex art. 22g.3 Sr ingediende bezwaarschrift betekend moet worden

Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1209

Deze vordering tot cassatie in het belang der wet betreft een beslissing van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 19 december 2016 waarbij de oproeping van de veroordeelde voor de behandeling van het door haar op grond van art. 22g lid 3 Sr ingediende bezwaarschrift nietig is verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt aan te leggen maatstaf (beginselen van een behoorlijke procesorde) bij de beoordeling van een verzoek tot het overleggen van nieuwe bescheiden en stukken van overtuiging in h.b.

Hoge Raad 7 november2017, ECLI:NL:HR:2017:2818

Het eerste middel behelst onder meer de klacht dat de weigering van het hof een door de verdachte geschreven stuk, inhoudende zijn op schrift gestelde bezwaren (standpunten en verweren, met toelichting daarop), in ontvangst te nemen strijdig is met de in art. 414, eerste lid, tweede volzin, Sv aan de verdachte gegeven bevoegdheid om in hoger beroep nieuwe bescheiden over te leggen. Het hof heeft zijn weigering bovendien ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt consequenties die moeten worden verbonden aan de niet-naleving van art. 407 Sv doordat bij het instellen van het h.b. een ontoelaatbare beperking is aangebracht in de omvang van het beroep

 Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2819

Het middel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat verdachte – ondanks de namens hem bij akte van 25 november 2014 aangebrachte ontoelaatbare beperking – in zijn hoger beroep kon worden ontvangen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM?

Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2801

Het eerste middel klaagt er over dat het hof “ten onrechte geen zelfstandig oordeel over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het vervolgingsrecht heeft gevormd en zich gebonden heeft geacht aan eerdere beslissing naar aanleiding van ander onderzoek ter terechtzitting, in een andere samenstelling.”

Read More
Print Friendly and PDF ^