HR verduidelijkt regels m.b.t. in de strafmotivering opgenomen f&o, meer in het bijzonder een niet-tenlastegelegd feit

Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2391

Het middel behelst de klacht dat het hof de strafoplegging ontoereikend heeft gemotiveerd, omdat het hof bij de strafoplegging de omstandigheid heeft betrokken dat “sinds de veroordeling waarvan beroep meerdere nieuwe verdenkingen zijn gerezen tegen verdachte ter zake van diefstal.”

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt vereisten opgave van getuigen bij appelschriftuur

Hoge Raad 12 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2324

Aan de opgave van getuigen bij appelschriftuur worden zekere eisen gesteld. Ten eerste kan een niet tijdig ingediende appelschriftuur niet worden aangemerkt als een schriftuur houdende de opgave van getuigen in de zin van art. 410, derde lid, Sv. Voorts kan niet worden volstaan met de opgave van bijvoorbeeld "alle personen, onder wie degenen doch niet uitsluitend, wier verklaringen de rechtbank blijkens de nog uit te werken bewijsconstructie voor het bewijs heeft gebruikt".

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overweging m.b.t. verstekverlening & aanwezigheidsrecht

Hoge Raad 12 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2315

Het eerste middel strekt ten betoge dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte, aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Terugverwijzing bij verzuim in eerste aanleg ex art. 423 Sv, uitzonderingen & personen die een kernrol vervullen

Hoge Raad 7 mei 2017, ECLI:NL:HR:1996:ZD0442

Het middel klaagt dat art. 51 Sv niet is nageleefd: uit de correspondentie gehecht aan de schriftuur zou blijken dat zich in eerste aanleg een raadsvrouwe heeft gesteld zodat de politierechter de zaak ten onrechte bij verstek en in afwezigheid van de raadsvrouwe heeft afgedaan; deswege had het hof de zaak evenmin zonder nader onderzoek dienaangaande bij verstek mogen afdoen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. eenvoudige kasopstelling

Hoge Raad 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2258

Het Hof is bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van een berekeningswijze die pleegt te worden aangeduid als de eenvoudige kasopstelling. Deze berekeningswijze komt niet alleen in aanmerking bij toepassing van het derde lid van art. 36e Sr, maar kan ook worden gehanteerd bij toepassing van het tweede lid van art. 36e Sr, indien het aan de hand van die berekening vastgestelde bedrag in voldoende mate kan worden gerelateerd aan het feit of de feiten waarvoor de betrokkene is veroordeeld dan wel aan andere strafbare feiten als bedoeld in art. 36e, tweede lid, Sr of, voor zover deze zijn begaan voor 1 juli 2011, soortgelijke feiten en/of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, als bedoeld in art. 36e, tweede lid (oud), Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^