Verduistering: HR herhaalt relevante overwegingen inzake het begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen”. Conclusie AG contrair.

Verdachte heeft een auto gehuurd voor een bepaalde periode, welke tot 31 juli 2013 zou duren. Op die dag werd de auto niet teruggebracht en heeft de verhuurder tevergeefs contact gezocht met verdachte en hem rekeningen gestuurd. Verdachte heeft erkend dat hij de auto heeft gehuurd. Verbalisant heeft nog getracht te bemiddelen tussen verhuurder en huurder over de betaling van de facturen, maar verdachte is een toezegging om daartoe over te gaan niet nagekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Eigendom goederen gefailleerde vereist voor bedrieglijke bankbreuk

Art. 341, aanhef en onder 1˚, Sr beoogt te treffen onder meer alle handelingen van de in staat van faillissement verklaarde, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers verricht, waardoor hetgeen rechtens onder het bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorde te komen, buiten diens bereik en beheer wordt gehouden. Daarvan kan geen sprake zijn indien de desbetreffende goederen omdat zij aan een derde toebehoren buiten het faillissement blijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling in hb wegens doen van onjuiste aangifte omzetbelasting. HR: Oordeel dat het OM niet ism ATV-richtlijnen heeft gehandeld door tot strafvervolging over te gaan is ontoereikend gemotiveerd.

Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 een onjuiste aangifte omzetbelasting heeft gedaan en dat het fiscaal nadeel dat als gevolg daarvan is geleden, € 12.000 - dus minder dan € 12.500 - bedraagt. Gelet hierop is 's Hofs oordeel dat het Openbaar Ministerie niet in strijd met de ATV-richtlijnen 2006 heeft gehandeld door tot strafvervolging over te gaan, ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het in die richtlijnen gehanteerde drempelbedrag voor ondernemers € 12.500 bedraagt. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorafgaande opmerkingen HR over bewijsmotiveringsvoorschriften nav bestaande onduidelijkheden omtrent toepassing van de voorschriften door hof igv van bevestiging / vernietiging mondeling vonnis

Het is de Hoge Raad bekend dat onduidelijkheden bestaan omtrent de toepassing van de bewijsmotiveringsvoorschriften door een gerechtshof in geval van bevestiging dan wel vernietiging van een mondeling vonnis van onder andere de politierechter. De Hoge Raad merkt daarom het een en ander op over de toepassing van deze bewijsmotiveringsvoorschriften.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen mbt het voorafgaand aan de tz / tijdens de inhoudelijke behandeling kenbaar maken van de wens van de verdediging de getuigen alsnog te horen na afwijzing

Hoge Raad 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2022

De verdachte is bij arrest van 19 november 2014 door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden met een voorwaardelijk gedeelte van zes maanden met een proeftijd van twee jaren wegens, onder meer, bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^