Dit artikel beoogt de reikwijdte van het ne bis in idem-beginsel nader te onderzoeken. Daartoe zal de rechtspraak van de Hoge Raad na het welbekende arrest inzake het alcoholslotprogramma (hierna: het Alcoholslotprogramma-arrest) worden besproken. Niet alleen in het kader van verkeersdelicten, zoals bij het samengaan van een strafvervolging met de oplegging van een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer, de verplichting tot deelname aan een geschiktheidsonderzoek naar de rijvaardigheid of de (van rechtswege) ongeldigverklaring van het rijbewijs, maar ook bij de samenloop van een civiel- en strafrechtelijk traject is door of namens de verdachte veelvuldig een beroep gedaan op het Alcoholslotprogramma-arrest. De arresten die naar aanleiding daarvan zijn gewezen staan centraal in deze bijdrage. Bij de bespreking hiervan zal de focus liggen op de uitleg die de Hoge Raad geeft aan het begrip ‘bis’ (tweede vervolging), nu het bij samenloop van enerzijds een strafrechtelijk en anderzijds een bestuursrechtelijk dan wel civielrechtelijk traject vooral draait om de vraag of dit bestuursrechtelijke of civielrechtelijke traject kan worden aangemerkt als een vervolging.
Read More