Politieke interesse voor Haags fraudespreekuur

De aanpak van insolventiezaken door de rechtbank Den Haag, het zogenaamde 'Haagse project' dat onder leiding van officier van justitie Johanna Reddingius werd geïnitieerd,  werpt zijn vruchten af en wekt daarmee de interesse van de landelijke politiek. Tweede Kamerlid Peter Oskam (CDA) bezocht eind vorige week het team Insolventies van de rechtbank. Het Kamerlid wilde meer weten over de Haagse aanpak van zaken waarbij sprake is van onvermogen tot betalen en mogelijke fraude. Sinds 2010 is de rechtbank bezig om eenvoudige faillissementsfraude gericht aan te pakken. Deze aanpak blijkt succesvol en vindt inmiddels navolging bij andere rechtbanken.

Nieuwe wetgeving

Aanleiding voor het bezoek van het Kamerlid was de voorgenomen nieuwe wetgeving op het gebied van fraude bij faillissementen. Deze wetgeving introduceert onder andere een bestuursverbod voor bestuurders die herhaaldelijk hebben gefraudeerd in de aanloop naar een faillissement, aanvullende stafmaatregelen en een uitbreiding van de taak van de curator door hem te verplichten melding te doen bij fraude. In het verleden was de aangiftebereidheid van curatoren vaak laag, mede omdat er door werkdruk bij de politie vaak weinig met een melding werd gedaan.

Fraudespreekuur

Om deze problemen het hoofd te bieden, is de rechtbank Den Haag in 2010 gestart met het project bestrijding eenvoudige faillissementenfraude. Onderdeel hiervan is een ‘fraudespreekuur’, waarbij instanties krachten bundelen om fraude tegen te gaan. 4 keer per jaar organiseert het team Insolventies samen met het Openbaar Ministerie, de FIOD, de Belastingdienst en een in faillissementsfraude gespecialiseerde curator deze bijeenkomst. Curatoren die tijdens hun werk tegen problemen aanlopen die met fraude te maken hebben, kunnen er terecht. Het blijkt te werken. De aangiftebereidheid van curatoren is gestegen – jaarlijks worden in Den Haag inmiddels ongeveer 40 tot 50 zaken door de politie in onderzoek genomen. Deze zaken worden op speciale themazittingen door de politierechter behandeld. Andere rechtbanken hebben inmiddels een vergelijkbaar fraudespreekuur in het leven geroepen.

 

Bron: de Rechtspraak

 

Print Friendly and PDF ^

Fraudespreekuur voor curatoren bij Haagse rechtbank

In 2010 is in Den Haag gestart met het project bestrijding eenvoudige faillissementsfraude. Het Insolventieteam van de Haagse rechtbank werkt hierbij nauw samen met het Openbaar Ministerie in Den Haag aan de bestrijding  van faillissementsfraude in het algemeen en eenvoudige faillissementsfraude in het bijzonder. In faillissementen waar fraude wordt gesignaleerd, stimuleren de rechters-commissaris de curator melding te doen bij het fraudemeldpunt van het Openbaar Ministerie. Bij de politie Den Haag is capaciteit beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken naar eenvoudige faillissementsfraude: zaken waarin de bestuurder van een onderneming heeft nagelaten te voldoen aan de verplichting om direct na datum faillissement een deugdelijke administratie aan de curator te overhandigen, of waarin de bestuurder zich schuldig heeft gemaakt aan een enkele onttrekking van geld of goederen uit de boedel. Jaarlijks worden in Den Haag inmiddels ongeveer 40 tot 50 zaken door de politie in onderzoek genomen. Deze zaken worden behandeld door de politierechter op speciale themazittingen. Tussen het Insolventieteam van de Haagse Rechtbank en de afdeling fraude van het Haagse Openbaar Ministerie vindt 4 keer per jaar overleg plaats over de lopende faillissementen waarin sprake is van een (mogelijke) fraudecomponent.

Spreekuur

Het team Insolventies van de Haagse rechtbank organiseert sinds begin februari 2013 daarnaast ook een fraudespreekuur voor curatoren. Tijdens dit spreekuur, dat vier keer per jaar wordt gehouden, kunnen curatoren faillissementen waarin het vermoeden van fraude een rol speelt en waarbij zij vragen hebben over de verdere aanpak, voorleggen aan een team van specialisten. Het spreekuur vindt plaats onder leiding van de heer mr H. van Dorp. Het team van specialisten bestaat verder uit de Haagse fraudeofficier van justitie, mevrouw mr J.C. Reddingius, een medewerker van de FIOD, een medewerker van de afdeling invordering van de Belastingdienst en een curator gespecialiseerd in de behandeling van frauduleuze faillissementen, mr. W.J.B. van Nielen.

Krachten bundelen

Faillissementsfraude kost de samenleving op jaarbasis minimaal een miljard euro en werkt daarnaast sterk ontwrichtend en normvervagend. Om faillissementsfraude effectiever te bestrijden, hebben alle instanties die betrokken zijn bij de opsporing en vervolging daarvan, hun krachten gebundeld. Daarnaast zijn ook initiatieven ontwikkeld om het plegen van faillissementsfraude te bemoeilijken – preventieve maatregelen worden en zijn getroffen in de vorm van het opstellen van een barrièremodel.

Vermoeden van fraude

Voorafgaand aan of volgend op een faillissement kunnen bepaalde handelingen door bestuurders van een onderneming worden verricht die als strafbare feiten kunnen worden gekwalificeerd. Bijvoorbeeld het ‘laten verdwijnen van’ of aanleveren van een onvolledige administratie, of het wegsluizen van gelden of goederen die tot de (bijna) failliete boedel behoren. Curatoren in faillissementen krijgen van bestuurders van de failliete onderneming niet altijd zonder meer geloofwaardige antwoorden op de vraag waar de administratie van de onderneming is gebleven. Dit terwijl het niet direct overhandigen aan de curator van een goede en volledige administratie in een faillissement in beginsel al faillissementsfraude oplevert. De administratie is voor de curator cruciaal om goed zicht te verkrijgen op de omvang van de boedel én om te kunnen controleren of de ondernemer zich aan alle (financiële) regels heeft gehouden. Ook een bestuurder die in het zicht van het faillissement flinke sommen geld uit het bedrijf heeft gehaald om privé te besteden, kan een aangifte terzake faillissementsfraude verwachten.

Aanmelden voor spreekuur

Curatoren die in (één van) hun faillissementen te maken hebben met een fraudezaak kunnen zich voor dit spreekuur aanmelden. Indien u een casus hebt die zich voor dit fraudespreekuur leent, dient u deze, voorzien van uw vragen, te mailen naar mw. D.D. Vorst, juridisch medewerkster insolventiekamer.

Bron: de Rechtspraak

Zie ook:

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrifte

Gerechtshof Den Haag 19 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4625 De verdachte en haar mededader hebben niet voldaan aan de verplichting om de administratie van hun onderneming te blijven voeren. Voorts hebben de verdachte en haar mededader een deel van de inventaris aan de failliete onderneming onttrokken, waardoor deze buiten het beheer van de curator werd gehouden. Daardoor hebben zij de afwikkeling van het faillissement bemoeilijkt en andere crediteuren van de onderneming benadeeld. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. 

Verdachte wordt voor feit 1 en 2 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf ter zake van het onder 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde levert op een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Tot slot wordt de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ter zake tot het bedrag van € 15.155,53 toegewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Eerste Faillissementsfraudespreekuur voor curatoren een feit

In het arrondissement Noord-Nederland heeft deze week het eerste fraudespreekuur plaatsgevonden onder leiding van de rechter-commissaris belast met faillissementen. In het fraudespreekuur leggen curatoren een vermoeden van faillissementsfraude voor aan een groep van specialisten. Deze groep bestaat uit een rechter-commissaris, een fraudeofficier van justitie en medewerkers van de recherche, de FIOD en de Belastingdienst. Dit team beoordeelt de door de curator ingebrachte zaken en bepaald de vervolgacties. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het doen van aangifte door de curator, wat een strafrechtelijk onderzoek en eventuele vervolging van (ex-)bestuurders en/of (ex-) leidinggevenden tot gevolg kan hebben. Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Verbeteren registratie faillissementsfraude

Eén van de vragen die door de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan de Algemene Rekenkamer is voorgelegd in verband met het rapport van de Algemene Rekenkamer 'Resultaten verantwoordingsonderzoek 2014 bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie 2014 (IV)' is hoe de registratie van faillissementsfraude kan worden verbeterd. De FIOD en het Openbaar Ministerie hebben de laatste jaren al een aantal stappen hebben gezet om de registratie te verbeteren. De Algemene Rekenkamer is van mening dat het zicht op de aanpak van faillissementsfraude kan verbeteren door de volgende indicatoren/gegevens in samenhang te presenteren:

  • aantal faillissementen;
  • aantal meldingen of aangiftes van faillissementsfraude;
  • aantal meldingen/aangiftes dat leidt tot onderzoek door de FIOD en door de politie;
  • aantal niet onderzochte meldingen/aangiftes;
  • aantal vervolgingen door de arrondissementsparketten en door het functioneel parket;
  • aantal veroordelingen;
  • aantal strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bestuursverboden.

Veel van deze gegevens kunnen op regionaal niveau van politie en OM verzameld worden. Dit geeft de mogelijkheid om de aanpak tussen regio’s onderling te vergelijken. Door de verschillende werkwijzen die worden gehanteerd per regio (zoals spreekuren voor faillissementsfraude of speciale faillissementsfraude themazittingen) is het mogelijk om te leren welke aanpak (het meeste) resultaat genereert en om te bepalen welke regio’s voorop lopen of achterblijven.

De genoemde indicatoren geven weliswaar inzicht in de vorderingen van de versterking van de strafrechtelijke handhaving van faillissementsfraude, maar geven geen absoluut en volledig inzicht in (of schatting van) het aantal faillissementen waarin sprake is van faillissementsfraude. Het is niet eenvoudig om te bepalen wat het totaal aantal frauduleuze faillissementen is. Meer inzicht kan mogelijk gerealiseerd worden in samenspraak met insolventie-advocaten, rechter-commissarissen en bijvoorbeeld het WODC door onderzoek te verrichten op basis van de verslagen van curatoren aan de rechter-commissaris over de afhandeling van faillissementen of surveys onder curatoren.

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Vijf verdachten aangehouden in verband met faillissementsfraude

De FIOD heeft op 8 juni jl. twee mannen en twee vrouwen aangehouden voor betrokkenheid bij stelselmatige faillissementsfraude. Het gaat om een 46-jarige vrouw uit gemeente Heerenveen, een 54-jarige vrouw uit gemeente Appingedam, een 54-jarige man uit Noordenveld en een 71-jarige man uit gemeente Opsterland. Afgelopen vrijdag hield de FIOD al een 55-jarige bouwondernemer uit de gemeente Leeuwarden aan. Hij is vandaag door de rechter-commissaris in Zwolle in bewaring gesteld voor 14 dagen.

Tekort in boedel

De verdachten waren betrokken bij meerdere faillissementen waarin vermoedelijk faillissementsfraude zou zijn gepleegd. Het gaat dan om het niet verstrekken van (volledige) informatie aan de curator en vermoedelijke onttrekkingen aan de boedel. Het tekort in de boedel van de faillissementen die onderwerp van onderzoek zijn, is circa 2,5 miljoen euro.

Vermoedelijke werkwijze verdachten

Het onderzoek richt zich op een serie van drie opeenvolgende faillissementen waarin steeds hetzelfde bouwproject een rol speelt. Het gaat om de bouw van een complex appartementen en bijbehorende garages in Assen.  Het eerste bedrijf begon aan de bouw van het complex. Het bedrijf factureerde daarvoor aan de opdrachtgever van de bouw en die betaalde ook. Het vermoeden is dat het bedrijf na enkele maanden de facturen niet meer verstuurde. Een nieuw bedrijf deed dat, terwijl het eerste bedrijf nog steeds aan het bouwen was. Doordat het eerste bedrijf wel kosten maakte voor de bouw, maar geen inkomsten meer had doordat de opdrachtgever nu betaalde aan het nieuwe bedrijf, is een faillissement van het eerste bedrijf onvermijdelijk geworden. Dat faillissement volgt dan ook, de schuldeisers hadden het nakijken. Opvallend is dat hetzelfde vervolgens nog twee keer gebeurde met steeds weer nieuwe bedrijven.

 

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^

FIOD en Functioneel Parket doen onderzoek naar faillissementsfraude

De FIOD heeft afgelopen week onder leiding van het Functioneel Parket een aantal doorzoekingen gedaan en verdachten aangehouden in drie verschillende strafrechtelijke onderzoeken naar faillissementsfraude. De verdenking in alle drie de onderzoeken is onder andere dat niet is voldaan aan de verplichting tot het voeren van een administratie en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op verzoek van de curatoren en/of dat zij (grote) onttrekkingen hebben gedaan aan de failliete boedel. Zo vonden er op dinsdag een tweetal doorzoekingen plaats in bedrijfspanden in de regio Rotterdam in een onderzoek naar faillissementsfraude in de transportwereld. De hoofdverdachte heeft daarbij als een soort bedrijvendokter een prominente rol heeft gespeeld. Er is administratie in beslag genomen en er zijn 2 verdachten in hun woning aangehouden. Eveneens op dinsdag vonden er 4 doorzoekingen plaats in de regio Delfzijl. Twee vonden plaats in woningen behorende tot de hoofdverdachte. In een van die woningen, een boerderij met bijgebouwen, werd als bijvangst een in gebruik zijnde hennepkwekerij ontdekt. Deze is voor de verdere afhandeling overgedragen aan de politie. Ook is de woning annex kantoorruimte van de boekhouder doorzocht. Daarbij zijn als bijvangst vuurwapens en munitie aangetroffen. Ook deze zijn overgedragen aan de politie. Naast administratie is er tijdens de doorzoekingen beslag gelegd op een boot. Op woensdag werd een verdachte aangehouden in de regio Amsterdam en werd een woning doorzocht. Twee verdachten waren ondergedoken nadat de hoofdverdachte door de curator gegijzeld was. De FIOD wist hun verblijfsadres te achterhalen. De hoofdverdachte werd vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris en zijn gevangenhouding is verlengd. Bij de doorzoeking zijn laptops en administratie in beslag genomen. Ook is beslag gelegd op verschillende bankrekeningen.

Zitting faillissementsfraude

Een week eerder eiste het Functioneel Parket bij de rechtbank in Almelo 5 jaar gevangenisstraf tegen de hoofdverdachte in een faillissementsfraudezaak. Afgelopen week werden de overige verdachten op zitting behandeld. De eisen variëren van 24 maanden gevangenisstraf, 18 maanden gevangenisstraf, 9 maanden en 3 maanden gevangenisstraf. Vrijdag werd de laatste eis uitgesproken tegen de notaris in de zaak. Deze hoorde 12 maanden gevangenisstraf en een beroepsverbod het notarisambt uit te oefenen tegen zich eisen.

Week van de bestrijding van faillissementsfraude

De doorzoekingen evenals de zitting maakten deel uit van de week van de bestrijding van faillissementsfraude, onderdeel van een integrale aanpak van faillissementsfraude.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^

'Het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod: een placebo met bijwerkingen'

Het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod roept een aantal indringende vragen op waar niet te gemakkelijk overheen gestapt mag worden. In de huidige vorm is het wetsvoorstel geen medicijn tegen faillissementsfraude, maar slechts een placebo, dat bovendien enkele venijnige bijwerkingen kent. In dit artikel wordt een aantal bijwerkingen van het wetsvoorstel besproken, zoals het te ver oprekken van het begrip faillissementsfraude, de problematische rol die toebedeeld is aan de curator, het gebrek aan een evenwichtige schorsingsregeling en het feit dat geen geld beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering. Het grote maatschappelijke belang dat gemoeid is met faillissementsfraude vraagt een krachtige, goed doordachte en evenwichte aanpak. Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF ^

'OM vervolgt actiever voor faillissementsfraude'

Op 26 mei werden in een themazitting voor de rechtbank in Rotterdam een drietal faillissementsfraudezaken behandeld. Het ging om ondernemers die hun boekhouding niet wilden overdragen aan de curator of die geld danwel goederen hadden doorgesluisd naar een ander bedrijfje terwijl de faillissementsaanvraag al in behandeling was. Het OM eiste straffen tot 180 uur taakstraf en drie maanden voorwaardelijke cel. Het Openbare Ministerie in Rotterdam volgt de succesvolle aanpak van het arrondissement Den Haag om fraude bij faillissementen actief te vervolgen. Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Wettelijke regeling voor aanwijzing toekomstig curator naar Tweede Kamer

Het wordt straks wettelijk mogelijk dat rechters al vóór een faillietverklaring, als een onderneming daar om vraagt, meedelen wie ze in het aanstaande faillissement zullen aanwijzen als curator. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie. De ministerraad heeft ingestemd met indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. De maatregel is onderdeel van het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht. Doel is in relatieve rust en onder toeziend oog van de toekomstige curator het faillissement voor te bereiden. Dit om de schade zoveel mogelijk te beperken en de kans op een verkoop van rendabele bedrijfsonderdelen - ten behoeve van een doorstart - tegen een zo hoog mogelijke prijs en met behoud van zoveel mogelijk werkgelegenheid te vergroten. Deze werkwijze wordt ook wel aangeduid met de term pre-pack.

Het kabinet wil - waar mogelijk - voorkomen dat bedrijven na een faillietverklaring abrupt tot stilstand komen, doordat leveranciers direct weigeren nog te leveren en de klanten en het personeel meteen weglopen op zoek naar een andere toeleverancier of ander werk. Hierdoor verliest de onderneming in korte tijd veel van haar waarde en wordt de kans op een doorstart van gezonde bedrijfsonderdelen kleiner.

Om misbruik van de pre-pack tegen te gaan, zijn de regels ten opzichte van een eerdere versie van het wetsvoorstel aangescherpt. Zo wordt het voor de curator gemakkelijker bestuurders aansprakelijk te stellen als zij de "stille voorbereidingsfase" oneigenlijk gebruiken. Ook kan hij de rechter vragen een bestuursverbod op te leggen. Daarnaast moet de curator al binnen 7 dagen na de faillietverklaring verslag uitbrengen. Dit geeft schuldeisers de mogelijkheid om sneller actie te ondernemen, als zij menen dat het bestuur van de onderneming zich onoorbaar heeft gedragen. Ook kunnen de belangen van werknemers hierdoor beter worden beschermd.

Om voor de aanwijzing van een beoogd curator in aanmerking te komen, zal de schuldenaar straks moeten aantonen wat de meerwaarde is van een "stille voorbereidingsfase" voor de schuldeisers (waaronder de werknemers) en andere betrokkenen, ten opzichte van een regulier (onvoorbereid) faillissement. Bovendien kan de rechtbank aanvullende voorwaarden stellen om de "stille voorbereidingsfase" goed te laten verlopen. Bijvoorbeeld door deskundigen in te schakelen die de beoogd curator kunnen ondersteunen, dan wel door de ondernemingsraad of vakbond te betrekken bij het voorbereidingstraject.

Ook kunnen de rechters bepalen dat de doorstart pas mag worden afgerond, als daarvan aankondiging is gedaan en de schuldeisers en andere potentiële kopers gelegenheid hebben gehad hierop te reageren. Deze voorwaarde zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld wanneer de doorstart die is voorbereid er één is waarbij de oud-eigenaar of het oud-bestuur betrokken zijn. Dit moet leiden tot méér transparantie over wat er zich voorafgaand aan het faillissement heeft voorgedaan en over de doorstart die daaruit eventueel voortkomt. Verder kan de rechtbank een commissie van schuldeisers instellen die de curator adviseert over een eventuele doorstart.

Een toekomstig curator heeft tot taak de belangen van de gezamenlijke crediteuren in het oog te houden. Hij is geen toezichthouder of adviseur van de onderneming. Ook neemt hij niet de leiding van de onderneming over: de ondernemer behoudt voor faillissement zelf het beheer en de beschikking over het vermogen van het bedrijf. Wel wordt van de toekomstig curator verwacht dat hij het voorbereidingstraject kritisch volgt en ervoor zorgt dat de ondernemer bijstuurt wanneer dit traject 'een verkeerde weg' dreigt in te slaan. Dit hoort bij zijn taak als behartiger van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

Bron: Rijksoverheid

 

Print Friendly and PDF ^