WODC: Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel | nopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelingsplicht voor verdachten?

In 2000 heeft prof. dr. E.J. Koops een omvangrijke publicatie over het decryptiebevel aan de verdachte geschreven (E.J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur?). Daarin kwam hij tot de slotsom dat een dergelijke regeling een inbreuk op het nemo tenetur-beginsel maakt en dat er onvoldoende argumenten waren om die inbreuk te rechtvaardigen. Hij liet echter ruimte voor een andere afweging indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding zouden geven. De huidige ontwikkelingen – in het bijzonder ten aanzien van kinderpornografie en encryptietechniek, maar ook met betrekking tot de jurisprudentie van het EHRM ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel – geven aanleiding om het onderzoek uit 2000 te actualiseren. Deze actualisatie is gerealiseerd aan de hand van literatuuronderzoek, analyse van de buitenlandse rechtsontwikkeling en vijf semi-gestructureerde interviews met deskundigen uit de opsporingspraktijk.  

Inhoud

  1. Inleiding
  2. De omsleutelplicht voor verdachten anno 2000
  3. Ontwikkelingen in cryptografie en cryptogebruik
  4. Ontwikkelingen in de Europese rechtspraak van art. 6 EVRM
  5. Ontwikkelingen in het Nederlands recht
  6. Ontwikkelingen in het buitenlandse recht
  7. Analyse
  8. Conclusies en aanbevelingen

 

Lees hier het volledige onderzoek.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF