Sine qua non verband tussen ongeval en de dood van het slachtoffer

Rechtbank Zwolle 20 november 2012, LJN BY4282 (gepubliceerd op 27 november) De rechtbank acht voldoende omstandigheden aanwezig om te kunnen concluderen dat verdachte aan het ontstane verkeersongeval schuld in de zin van art. 6 WvW heeft gehad. Het geheel aan gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden overziende, is de rechtbank van oordeel dat het daarbij gaat om schuld die moet worden gezien als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettendheid. Van belang hierbij is dat het ongeval plaatsvond op een zaterdagmiddag op een kruising, waar niet uitsluitend rekening moet worden gehouden met verkeersdeelnemers die van links komen, maar ook met voetgangers die van rechts komen, alsmede met verkeersdeelnemers die – zoals het slachtoffer – fietsende van links komen en de kruising met oversteken.

Uit de verklaring van de bijrijder/getuige volgt dat hij – toen hij door de vooruit van de auto keek – het slachtoffer op haar fiets heeft waargenomen en heeft gezien dat het slachtoffer ten val kwam.

Verdachte heeft verklaard dat zij het slachtoffer niet heeft gezien en al kijkende naar links, rechtsaf de [adres] is opgereden. Uit de camerabeelden is gebleken dat verdachte niet is gestopt voor de kruising. Op grond van voornoemde verklaringen en de camerabeelden is de rechtbank van oordeel dat verdachte met haar rijgedrag in de hierboven geschetste verkeerssituatie zich er onvoldoende van heeft vergewist dat er geen andere verkeersdeelnemers waren. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte het slachtoffer dan ook behoren te zien en moeten stoppen.

Alles overwegende acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag van verdachte, zoals primair ten laste is gelegd.

Uit de medische verklaring van M.J.F. Goezine, arts-assistent Intensive Care d.d. 21 augustus 2011 is de conclusie dat de patiënte van 84 jaar is overleden aan de gevolgen van hemodynamische instabiliteit na een hoog energetisch trauma . Uit het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer, R. Santing, blijkt het volgende.

“Het slachtoffer heeft diverse ernstige letsels: longkneuzing rechts, breuk heiligbeen, breuk schaambeen, hersenkneuzing rechts voor, breuken hals wervelkolom, 7 ribbreuken zowel links als rechts, sleutelbeenbreuk rechts. Het herstel in het ziekenhuis verloopt moeizaam vanwege hart- en longproblemen. Uiteindelijk overlijdt zij op 17 september aan systeemfalen met name nierfalen, bloeddrukdaling en HB daling. Er is geen verklaring voor de spontane val van mevrouw, maar noch de medische voorgeschiedenis noch het beloop in het ziekenhuis wijzen op een aandoening waaraan zij, met of zonder ongeval zou zijn overleden. De conclusie van de arts is dat het niet natuurlijk overlijden door multisysteem falen ten gevolge van meerdere ernstige verwondingen na te zijn overreden door auto na spontane val met fiets.”

Op 4 november 2012 heeft R.C.A. Santing een aanvullende verklaring opgesteld als samenvatting van de medische verklaringen die zich in het dossier bevinden en verklaart onder meer:

“Het feit dat zowel de ribben als het bekken aan beide kanten op meerdere plekken zijn gebroken, wijst op een letsel veroorzaakt door samenpersen of beknelling van het lichaam zoals vermoedelijk is gebeurd toen zij onder de auto terecht kwam. (…) Ongetwijfeld hebben de letsels aan borstkas en bekken het meest bijgedragen aan het overlijden van het slachtoffer. Deze letsels hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de circulatoire instabiliteit, aan de ernstige problemen met de ademhaling en mede daardoor aan het feit dat het niet is gelukt het slachtoffer van de beademing te krijgen.

De letsels die mogelijk zijn veroorzaakt door de val, zoals de hersenschudding, sleutelbeenfractuur en de hoofdwond, zijn niet van dien aard dat beademing noodzakelijk zou zijn geweest. Hiermee is overigens niet gezegd dat het zeker is dat deze minder ernstige letsels zijn veroorzaakt door de val en niet door de auto.”

Op grond van deze medische verklaringen is de rechtbank van oordeel dat de dood van het slachtoffer het rechtstreekse gevolg van het ongeval is, dat is veroorzaakt door verdachte en heeft de val van het slachtoffer voorafgaand aan het ongeval, hooguit bijkomend, minder ernstig letsel opgeleverd.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren in combinatie met een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF