Wetswijzigingen 2026: meerdaadse samenloop, eEvidence, douanegegevens en vier andere regelingen

In de loop van 2026 worden enkele wetswijzigingen gepubliceerd of van kracht die het strafrecht en de strafvorderlijke gegevensvergaring raken. Het gaat onder meer om de herziene regeling van de meerdaadse samenloop in het Wetboek van Strafrecht, het Europese pakket over elektronisch bewijsmateriaal, een nieuwe grondslag voor gegevensverstrekking door de douane en een gewijzigde Schepenwet met een handhavingsonderdeel. Daarnaast de Cyber Resilience Act, de strengere regels voor duurzaamheidsclaims en de meld- en vergewisplicht bij arbeidsongevallen voor uitleners.

De herziene regeling van de meerdaadse samenloop

Meerdaadse samenloop doet zich voor wanneer een persoon meerdere op zichzelf staande strafbare feiten heeft gepleegd en daarvoor terechtstaat. De kern van de herziening zit in de artikelen 57 tot en met 63 Sr. Bij gelijktijdige berechting wordt het strafmaximum verhoogd: de op te leggen gevangenisstraf of hechtenis mag voortaan tot de helft boven het hoogste strafmaximum uitgaan, waar dat eerder een derde was. In artikel 58 wordt daartoe "een derde" vervangen door "met de helft". Voor de ongelijktijdige berechting wijzigt artikel 63 Sr zo dat de rechter alleen de eerstvolgende veroordeling bij de strafoplegging hoeft te betrekken. Per amendement is daarbij de mogelijkheid gecreëerd dat de rechter in bijzondere gevallen, bij feiten die zijn bedreigd met een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer, bovenop de met de samenloopregeling bepaalde straf een gevangenisstraf oplegt van ten hoogste een derde van het maximum dat op het nieuw te berechten feit is gesteld.

De herziening gaat terug op een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2011, dat door de Hoge Raad op 19 februari 2013 in het belang der wet is vernietigd. De wetgever diende in 2015 het wetsvoorstel in dat tot deze wet heeft geleid. De herziene regeling is per 1 juli 2026 in werking getreden.

eEvidence-pakket

Het Europese pakket over elektronisch bewijsmateriaal bestaat uit Verordening (EU) 2023/1543 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel, en Richtlijn (EU) 2023/1544 over de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers, beide van 12 juli 2023. De verordening is van toepassing met ingang van 18 augustus 2026 en heeft rechtstreekse werking. Strafvorderlijke autoriteiten in de lidstaten kunnen onder voorwaarden rechtstreeks een bevel tot bewaring of verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal richten aan een dienstaanbieder in een andere lidstaat, ongeacht waar de gegevens zijn opgeslagen. De verordening onderscheidt abonneegegevens, verkeersgegevens en inhoudelijke gegevens; financiële diensten zijn van de regeling uitgezonderd. Na een verstrekkingsbevel gelden termijnen van tien dagen, in spoedgevallen acht uur; een bewaringsbevel verplicht tot bewaring gedurende zestig dagen, met een verlengingsmogelijkheid van dertig dagen.

De Nederlandse inbedding loopt via de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal, die het Wetboek van Strafvordering wijzigt en de rol van de officier van justitie en de rechter-commissaris, de weigeringsgronden en een afwijking op de strafbaarstelling van artikel 184 Sr regelt. Het wetsvoorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer; de minister van Justitie en Veiligheid zond de nota naar aanleiding van het verslag op 26 mei 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36905, nr. 6). De implementatiedeadline van de richtlijn van 18 februari 2026 is niet gehaald, zodat de implementatie achterloopt terwijl de verordening vanaf 18 augustus 2026 hoe dan ook met de Europese termijnen te maken krijgt. De Autoriteit Consument en Markt is aangewezen als toezichthouder op de registratie- en vertegenwoordigersplicht uit de richtlijn. De minister heeft aangegeven dat de uitvoeringswet pas in werking treedt wanneer dat technisch en organisatorisch verantwoord is.

Gegevensverstrekking door de douane aan politie, KMar, FIU en FIOD

De Wet gegevensverstrekking douane voor uitvoering politie- of toezichtstaken wijzigt de Algemene douanewet. Zij creëert een wettelijke grondslag voor de inspecteur van de douane om in de toezichtsfase, voordat sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, gegevens te verstrekken aan de politie, de Koninklijke Marechaussee, de Financiële inlichtingen eenheid en de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst, waaronder gegevens waarop de geheimhoudingsplicht rust. De verstrekking blijft beperkt tot gegevens die al bij de douane aanwezig zijn, zoals aangiftegegevens, gegevens over goederenstromen en reizigersgegevens.

De nadere uitwerking staat in het Besluit gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- en toezichtstaken, Besluit van 1 juni 2026, Stb. 2026, 130, dat het Algemeen douanebesluit aanpast. Het besluit regelt onder meer het soort gegevens dat kan worden verstrekt, de beveiliging van de overdracht, de ondersteuning bij de interpretatie van de gegevens, de belangenafweging, de eisen aan een verzoek en regels ter voorkoming van discriminatie.

De wet en het besluit zijn op 1 juli 2026 in werking getreden.

De gewijzigde Schepenwet

De wijziging van de Schepenwet is per 1 juli in werking getreden. Deze rijkswet stamt uit 1909 en wordt op verschillende punten gemoderniseerd: het toepassingsbereik voor onder de vlag van het Koninkrijk varende zeeschepen wordt geactualiseerd en geüniformeerd voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, er komt een bredere grondslag om besluiten van de Internationale Maritieme Organisatie (International Maritime Organization, IMO) en Europese regelgeving te implementeren, en de procedure voor het erkennen en aanwijzen van klassenbureaus en onderzoeksinstanties wordt vereenvoudigd. Verder wordt een grondslag opgenomen voor ongevallenonderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Voor de handhaving zijn twee onderdelen van belang. De wet voegt een grondslag toe waarmee de Scheepvaartinspectie zelf een bestuurlijke boete kan opleggen, in plaats van aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast bepaalt de wet dat strafrechtelijke handhaving kan plaatsvinden op basis van Engelstalige normen, zodat omvangrijke technische internationale Codes niet langer hoeven te worden vertaald; dit sluit aan bij eerdere bepalingen in de Scheepvaartverkeerswet en de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.

Cyber Resilience Act

De Cyber Resilience Act, in het Nederlands de Verordening cyberweerbaarheid, is op 10 december 2024 in werking getreden en heeft rechtstreekse werking. De verordening stelt cyberbeveiligingseisen aan producten met digitale elementen. De meldplicht voor fabrikanten bij actief uitgebuite kwetsbaarheden en ernstige incidenten geldt vanaf 11 september 2026; de bepalingen over de notificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties gelden vanaf 11 juni 2026 en de overige verplichtingen, waaronder de eisen aan veilig ontwerp en de CE-markering, vanaf 11 december 2027. Bij overtreding voorziet de verordening in boetes tot € 15 miljoen of 2,5% van de wereldwijde jaaromzet.

Omdat het een verordening met rechtstreekse werking betreft, wordt de regeling niet omgezet in nationale wetgeving. De Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid wijst de bevoegde autoriteiten aan en regelt het toezicht, de handhaving en de bijbehorende boetebevoegdheden; de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt aangewezen als aanmeldende autoriteit en het Nationaal Cyber Security Centrum fungeert als meldpunt. Dit onderwerp ligt primair in het cyberbeveiligingsrecht en wordt langs bestuursrechtelijke weg gehandhaafd.

Strengere regels voor duurzaamheidsclaims

De regels voor duurzaamheidsclaims volgen uit Richtlijn (EU) 2024/825 van 28 februari 2024, ook bekend als de Empowering Consumers for the Green Transition-richtlijn. Deze richtlijn wijzigt Richtlijn 2005/29/EG over oneerlijke handelspraktijken en Richtlijn 2011/83/EU over consumentenrechten. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk 27 maart 2026 omzetten en passen de bepalingen toe vanaf 27 september 2026. Algemene milieuclaims als "groen", "duurzaam" of "milieuvriendelijk" zijn vanaf dat moment alleen toegestaan met aantoonbare onderbouwing, duurzaamheidskeurmerken moeten berusten op onafhankelijke certificering of overheidsvaststelling, en de richtlijn bevat per se-verboden voor bepaalde misleidende praktijken. De richtlijn schrijft sancties voor van ten minste 4% van de omzet of € 2 miljoen wanneer geen omzetgegevens beschikbaar zijn.

Nederland implementeert de richtlijn met de Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten (Kamerstuk 36873), die Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wijzigt. De Tweede Kamer deed het voorstel op 23 april 2026 als hamerstuk af en de Eerste Kamer op 26 mei 2026. De inwerkingtreding is voorzien op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, rond de toepassingsdatum van de richtlijn van 27 september 2026. De handhaving van de regels over oneerlijke handelspraktijken berust bij de Autoriteit Consument en Markt. Dit onderwerp ligt primair in het consumentenrecht.

Meld- en vergewisplicht bij arbeidsongevallen voor uitleners

De Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet. De uitlener, zoals een uitzendbureau of payrollbedrijf, krijgt een eigen meldplicht bij een meldingsplichtig arbeidsongeval met een ter beschikking gestelde werknemer, naast de bestaande meldplicht van de inlener. De inlener moet een ernstig ongeval voortaan ook rechtstreeks aan de uitlener melden. Daarnaast geldt voor de uitlener een vergewisplicht: na een ongeval gaat deze na of de inlener voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen en legt dit schriftelijk vast. Een eerder voorgestelde vergewisplicht vooraf is in de loop van de behandeling geschrapt.

De Tweede Kamer deed het voorstel op 26 februari 2026 als hamerstuk af en de Eerste Kamer op 17 maart 2026. De beoogde inwerkingtreding was 1 juli 2026, maar het daarvoor benodigde KB is nog niet verschenen.

, ,
Print Friendly and PDF ^