Wetsvoorstel onafhankelijke toezichthouder advocatuur in consultatie
/Het kabinet heeft op 10 juli 2026 het concept-wetsvoorstel voor de Wet onafhankelijke toezichthouder advocatuur in internetconsultatie gebracht. Met het voorstel wordt het toezicht op advocaten weggehaald bij de dekens van de elf lokale orden van advocaten en belegd bij één nieuw landelijk orgaan, de onafhankelijke toezichthouder advocatuur. Dit orgaan wordt als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ondergebracht binnen de Nederlandse orde van advocaten. Het voorstel vloeit voort uit de evaluatie van de Wet positie en toezicht advocatuur uit 2015 en uit een reeks kamerbrieven en commissiedebatten over de vraag hoe het toezicht op de advocatuur moet worden ingericht. Naast de introductie van de nieuwe toezichthouder wijzigt het voorstel de samenstelling en de taken van het college van toezicht en bevat het enkele technische aanpassingen van de Advocatenwet en aanverwante wetgeving. De consultatie is aangeboden door staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Van Bruggen en staat open tot medio september 2026.
Van elf lokale dekens naar één landelijke toezichthouder
Het toezicht op advocaten ligt op dit moment bij de dekens van de elf lokale orden van advocaten. Het wetsvoorstel brengt deze taak onder bij één landelijk orgaan, de onafhankelijke toezichthouder advocatuur, die verantwoordelijk wordt voor het toezicht op alle in Nederland op het tableau ingeschreven advocaten. De toezichthouder wordt binnen de Nederlandse orde van advocaten gepositioneerd, als orgaan van deze publiekrechtelijke beroepsorganisatie. Volgens de toelichting is voor plaatsing binnen de beroepsgroep gekozen vanwege de positie van de advocatuur ten opzichte van de Staat; een positionering als zelfstandig bestuursorgaan buiten de advocatuur is afgewogen en niet gekozen. Om ongewenste beïnvloeding vanuit de beroepsgroep en vanuit de overheid te voorkomen, worden in het voorstel verschillende waarborgen opgenomen. Zo kunnen besluiten van de toezichthouder niet bij koninklijk besluit worden vernietigd, waar dat voor de meeste besluiten van organen van de Nederlandse orde van advocaten wel mogelijk is.
Aanleiding: evaluatie van de Wet positie en toezicht advocatuur
Het voorstel bouwt voort op de Wet positie en toezicht advocatuur (Stb. 2014, 354), die op 1 januari 2015 in werking trad en het toezicht op advocaten bij de lokale dekens legde, met een college van toezicht als systeemtoezichthouder. Artikel VIa van die wet schreef een evaluatie binnen vijf jaar voor. Die evaluatie is uitgevoerd door onderzoeksbureau Pro Facto en de Rijksuniversiteit Groningen en resulteerde in het rapport Evaluatie Wet positie en toezicht advocatuur van 5 augustus 2020, dat veertien aanbevelingen bevat en op 21 september 2020 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Uit het rapport volgt dat het toezicht zich na de invoering van de wet in positieve richting had ontwikkeld, terwijl verdere verbeteringen mogelijk en noodzakelijk werden geacht. In de jaren daarna is het toezichtmodel via een reeks kamerbrieven en commissiedebatten stapsgewijs uitgewerkt, waarbij de aanhouding van een advocaat op verdenking van deelneming aan een criminele organisatie mede aanleiding gaf om het toezicht meer op afstand van de deken te organiseren. De memorie van toelichting beschrijft dat de landelijke toezichthouder ook een rol speelt bij de aanpak van ondermijning in relatie tot de advocatuur en dat de toezichthouder en de opsporingsinstanties, met behoud van ieders rol, signalen kunnen uitwisselen.
Samenstelling en benoeming van het bestuur
Het bestuur van de onafhankelijke toezichthouder advocatuur bestaat volgens het voorstel uit vijf leden. Twee van hen zijn advocaat en drie, onder wie de voorzitter, zijn geen advocaat en zijn dat gedurende de drie jaar voorafgaand aan de benoeming ook niet geweest. De leden worden benoemd door de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten, maar pas na een enkelvoudige bindende voordracht van een onafhankelijke benoemingsadviescommissie. Die commissie bestaat uit de vicepresident van de Raad van State, die tevens voorzitter is, de bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten en de voorzitter van de raad van advies van de Nederlandse orde van advocaten. De leden worden benoemd voor vier jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd. De advocaatleden worden vrijgesteld van de verplichting om duurzaam en stelselmatig kantoor te houden. Schorsing en ontslag van een lid geschieden door het hof van discipline, op verzoek van de algemene raad en gehoord de benoemingsadviescommissie.
Reikwijdte van het toezicht en de bevoegdheden
De onafhankelijke toezichthouder advocatuur wordt bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en gaat toezien op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de gelijknamige regeling voor Caribisch Nederland en de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Het voorstel voorziet er verder in dat de toezichthouder ook toezicht gaat houden op de naleving van toekomstige wetgeving, zoals de sanctiewetgeving. De toezichthouder wijst medewerkers van het eigen bureau aan als feitelijke toezichthouders, die beschikken over de bevoegdheden van titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht, waaronder de bevoegdheid om inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen. Advocaten kunnen zich tegenover de toezichthouder en de feitelijke toezichthouders niet beroepen op hun wettelijke geheimhoudingsplicht; de toezichthouder en zijn toezichthouders krijgen een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht, waarmee de vertrouwelijkheid van de advocaat-cliëntinformatie gewaarborgd blijft. De toezichtdossiers vallen om die reden buiten de reikwijdte van de Wet open overheid. Voor de handhaving krijgt de toezichthouder de bevoegdheid om in bij wet bepaalde gevallen een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom op te leggen, om zelfstandig een tuchtklacht in te dienen bij de raad van discipline en om verschillende ordemaatregelen te verzoeken op grond van de artikelen 60ab, 60b en 60c van de Advocatenwet. Een tuchtklacht die voortkomt uit een toezichtonderzoek kan niet worden ingediend wanneer voor hetzelfde feit al een bestuurlijke boete of last onder dwangsom is opgelegd.
Het college van toezicht als blik van buiten
Het college van toezicht blijft bestaan, maar de samenstelling en de taken veranderen. De algemeen deken van de Nederlandse orde van advocaten maakt geen deel meer uit van het college. Het college gaat bestaan uit drie door de Kroon benoemde leden van buiten de advocatuur. De taken worden neergelegd in het nieuwe artikel 36d en omvatten het toezien op de opzet, werking en effectiviteit van de interne risicobeheersings- en controlesystemen van de toezichthouder, het goedkeuren van de begroting en de jaarrekening van de toezichthouder, het adviseren over het meerjarenbeleidsplan en het jaarverslag, en het in het openbaar rapporteren over het beleid en de algemene gang van zaken van de toezichthouder. In de toelichting wordt deze rol omschreven als een blik van buiten, gericht op het vergroten van de legitimiteit van het toezicht en op een permanente gezondheidscheck.
De rol van de lokale deken
Met de komst van de onafhankelijke toezichthouder advocatuur oefenen de elf lokale dekens geen toezichtstaken meer uit. De overige taken van de deken blijven bestaan. De deken blijft voorzitter van de raad van de orde in het eigen arrondissement, geeft voorlichting aan advocaten over de praktijkuitoefening, bemiddelt bij geschillen tussen advocaten en fungeert als vertrouwenspersoon. De behandeling van klachten tegen advocaten op grond van artikel 46c van de Advocatenwet blijft eveneens bij de deken belegd. De onafhankelijke toezichthouder advocatuur en de lokale dekens kunnen onderling informatie uitwisselen, zodat signalen die voor het toezicht van belang kunnen zijn worden gedeeld.
Klachtrecht buiten het voorstel gehouden
Een eerder aangekondigd centraal meldpunt bij de toezichthouder, waar klachten en signalen over advocaten in eerste instantie zouden binnenkomen, maakt geen deel uit van het wetsvoorstel. Volgens het kabinet moet eerst het klachtrecht worden gemoderniseerd. De Nederlandse orde van advocaten brengt daarover in het najaar van 2026 een advies uit, waarna het ministerie bepaalt hoe het klachtrecht wordt ingericht. Daarbij wordt de aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Ellian betrokken, die oproept om zowel het toezicht als het klachtonderzoek bij de onafhankelijke toezichthouder advocatuur onder te brengen. In afwachting daarvan blijft het klachtonderzoek bij de dekens en voorziet het voorstel in een wettelijke grondslag voor de uitwisseling van informatie tussen de toezichthouder, de deken en de raad van de orde. Voor die uitwisseling, die ook bijzondere persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard kan betreffen, wordt in artikel 45aa een verwerkingsgrondslag opgenomen.
Financiering van het toezicht
De advocatuur draagt de kosten van het eigen toezicht. Die kosten worden via de begroting van de Nederlandse orde van advocaten doorbelast aan individuele advocaten. De toezichthouder stelt een eigen toezichtbegroting op, die wordt goedgekeurd door het college van toezicht na het horen van de algemene raad. Het voorstel bindt de groei van die begroting aan een plafond: de begroting kan jaarlijks niet meer stijgen dan de loon- of prijsmutatie en de naar kosten herleidbare mutaties in de taken van de toezichthouder. Een vergelijkbare systematiek geldt al voor de begroting van de Autoriteit Financiële Markten op grond van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019. Voor de oprichting van de toezichthouder heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid incidentele middelen beschikbaar gesteld, onder meer voor een kwartiermaker.
Overige wijzigingen
Naast de invoering van de toezichthouder bevat het voorstel enkele wijzigingen van beperkte omvang. De term verwerking op het tableau wordt vervangen door opname op het tableau, en de term schrappen van het tableau wordt voortaan alleen nog gebruikt voor de tuchtrechtelijke maatregel; in andere gevallen wordt gesproken van doorhalen. De inning van het griffierecht in tuchtzaken wordt bij de griffier belegd in plaats van bij de deken, waarbij het griffierecht in eerste aanleg en in hoger beroep € 50 bedraagt. Verder maakt het voorstel het mogelijk om bepaalde contact- en adresgegevens van advocaten op het tableau af te schermen wegens zwaarwegende omstandigheden, met het oog op de toenemende bedreiging van advocaten. Ook wordt de mogelijkheid van elektronisch vergaderen door organen van de Nederlandse orde van advocaten wettelijk verankerd en wordt voorzien in de mogelijkheid van een digitale zitting bij de tuchtrechter.
Afsluiting
Het wetsvoorstel ligt als concept ter consultatie voor; er is nog geen definitieve wettekst en nog geen datum van inwerkingtreding. De internetconsultatie staat open tot medio september 2026. Daarna verwerkt het kabinet de reacties en wordt het voorstel verder uitgewerkt, waarna het naar verwachting begin 2027 voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State wordt voorgelegd. Het voorstel kent een gedifferentieerde inwerkingtreding, zodat de bepaling over de benoeming van de bestuursleden eerder in werking kan treden dan de overige artikelen en de toezichthouder bij de start van het nieuwe stelsel operationeel kan zijn. Intussen lopen de voorbereidingen door, onder meer met de aanstelling van een kwartiermaker die de toezichthouder gaat opzetten.
Klik hier voor de volledige consultatiestukken, waaronder het voorstel van wet en de memorie van toelichting.
