Wel ernstige bezwaren ten aanzien van witwassen ondanks aangifte van aanwezigheid groot contant geldbedrag

Gerechtshof Amsterdam 6 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2704

Verdachte is in beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 8 juni 2016, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van verdachte. Naar het oordeel van het hof zijn voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Het hof heeft daarbij acht geslagen op het feit dat de verklaring van de verdachte over de aanwezigheid en de bestemming van het geld aanzienlijk verschilt van de verklaringen van de door hem genoemde geldverstrekkers.

Voorts heeft het hof gelet op de omvang van het geldbedrag en de omstandigheden waaronder het geld op de verdachte zou zijn overgedragen. Daar komt bij dat het bedrijf waarvoor de verdachte zegt werkzaam te zijn vooralsnog niet te vinden is.

Nu verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland en gelet op het feit waarvoor ernstige bezwaren aanwezig zijn en nu uit het dossier naar voren komt dat de verdachte veel internationale reisbewegingen maakt, is het hof van oordeel dat er sprake is van vluchtgevaar.

Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte zich klaarblijkelijk vaker bezighoudt met transacties als thans aan de orde. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.

Het hof ziet geen reden, gelet op het feit dat de verdachte al enige tijd op vrije voeten is (geweest) om de onderzoeksgrond mede aan de voorlopige hechtenis ten grondslag te leggen.

Gelet op het bovenstaande is het hof met het openbaar ministerie van oordeel dat er ernstige bezwaren en gronden zijn voor de voorlopige hechtenis van de verdachte en zal het hof de beschikking van de rechtbank vernietigen en de gevangenhouding van de verdachte bevelen voor een termijn van 60 dagen, zoals door de officier van justitie bij de rechtbank gevorderd.

Het hof beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 60 dagen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF