Wederrechtelijk verkregen voordeel, besparing van kosten, (tijdig aanvragen) milieuvergunning

Hoge Raad 20 september 2011, LJN BQ4686


In lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt onder wederrechtelijk verkregen voordeel ook een besparing van kosten begrepen. Op grond van het Urker visafslag-arrest (Gemeente Urk vervolgd wegens overtredingen van de Visserijwet door de gemeentelijke visafslag, HR 8 juli 1992, NJ 1993, 12) is daarbij niet relevant of het voordeel de veroordeelde ook was toegevallen indien de wet niet was overtreden.

Onderhavige uitspraak handelt over een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2009, waarbij het Hof conform het verweer van de verdediging, oordeelde dat het voordeel in dat geval (alleen) bestond uit het niet tijdig aanvragen van een Wm-vergunning voor het opslaan en bewerken van groenafval. Door het OM werd immers niet bestreden dat de wederrechtelijke activiteiten van het veroordeelde bedrijf ten tijde van het plegen van het strafbare feit reeds voldeden aan de voorwaarden van de nadien aangevraagde en verleende Wm-vergunning. Voor het aanvragen van die vergunning betaalde het bedrijf € 2.500,-. Het Hof stelde het bedrag aan bespaarde kosten derhalve op € 2.500,-. Het OM ging hiertegen, onder verwijzing naar het Urker visafslag-arrest, in cassatie.

Tevergeefs: het oordeel van het Hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in de gegeven omstandigheden diende te worden vastgesteld op de besparing van de kosten van de aanvraag van de vereiste vergunning, getuigt naar het oordeel van de Hoge Raad (en AG Knigge) niet van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van art. 36e Sr.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF