Waterschap De Zeeuwse Eilanden, OVAR art. 10.2 Wet milieubeheer. Zich ontdoen van baggerslib vermengd met bodemvreemd materiaal. Het bewezen verklaarde feit levert geen strafbaar feit op. Voldaan aan de eisen Bouwstoffenbesluit en derhalve aan de vrijstellingsregeling als in art. 10.2 lid 2 Wet milieubeheer.

Gerechtshof  's-Hertogenbosch 17 juli 2012, LJN BX2015


Bewezenverklaard is dat verdachte tussen 27 december 2006 t/m 25 januari 2007 te Middelburg,  op een perceel (een voormalige stortplaats), opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten baggerslib vermengd met plastic en ijzer en hout en fietsbanden en autobanden en tractorbanden en glas en steen, heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten. 

Naar het oordeel van het hof kan bewezen worden dat verdachte zich van afvalstoffen heeft ontdaan door deze afvalstoffen buiten een inrichting te storten met de bedoeling om ze daar te laten als extra afdeklaag op de voormalige stortplaats. Het baggerslip verliest eerst de status van afvalstof nadat het nuttig is toegepast.  

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het Waterschap ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging, omdat - kort gezegd - de uitzonderingsbepaling van artikel 10.2, tweede lid, Wet milieubeheer van toepassing is. Het hof is van oordeel dat op juiste gronden een beroep is gedaan op de vrijstellingsregeling, zoals genoemd in artikel 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer.  Hiertoe overweegt het hof als volgt:

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat naar schatting 1 à 2% bodemvreemd materiaal in de gestorte laag baggerslib aanwezig was. Deze schatting is toegelicht aan de hand van het aantal transporten dat zou hebben plaatsgevonden. In totaal zouden ongeveer 800 vrachtwagenladingen met baggerspecie zijn aangevoerd en zouden ongeveer 5 vrachtwagenladingen met bodemvreemd materiaal zijn afgevoerd. Nu niet is gebleken en ook niet aannemelijk geworden dat de hoeveelheid bodemvreemd materiaal op het perceel van meer dan 10% is geweest en dit door het openbaar ministerie ook niet is gesteld, gaat het hof er bij de beoordeling van de zaak van uit dat aan de in de Beoordelingsrichtlijn genoemde norm is voldaan. 

Alles overziende is naar het oordeel van het hof voldaan aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit en derhalve aan de vrijstellingsregeling zoals bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, Wet milieubeheer. Gelet hierop levert het bewezen verklaarde feit geen strafbaar feit op. Bijgevolg zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF