Vrijspraak voor opzetwitwassen en schuldwitwassen: geen wetenschap dan wel redelijk vermoeden van illegale herkomst

Rechtbank 's-Hertogenbosch 7 maart 2013, LJN BZ3456

Het Openbaar Ministerie stelt dat op basis van het dossier van 22.000 pagina's kan worden vastgesteld dat medeverdachte 1 een spil was in een crimineel samenwerkingsverband dat zich jarenlang bezig heeft gehouden met grootschalige handel in hennep en hasjiesj.

Het OM acht het ongeloofwaardig dat verdachte in het geheel niet geweten zou hebben van criminele activiteiten van wijlen haar echtgenoot of van de link tussen hem en haar broer.

Dat verdachte het vermoeden van deze criminele activiteiten en daarmee de criminele herkomst van gelden heeft gehad blijkt volgens het OM uit het feit dat het om verhullende activiteiten met grote hoeveelheden - voornamelijk contante - gelden gaat. Dit tegen de achtergrond van het exorbitante uitgavenpatroon van haar en wijlen haar echtgenoot, waarbij veelal cash werd afgerekend. Verdachte dient haar stelling dat zij van niets wist aannemelijk te maken door hierover een verklaring af te leggen.

Het Openbaar Ministerie concludeert tot bewezenverklaring van schuldwitwassen.

De officier van justitie eist een werkstraf voor de duur van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat niet bewezen kan worden dat de gelden waar het in deze zaak om gaat afkomstig zijn uit enig misdrijf. De verdediging onderbouwt dit met stukken die zien op de vermogenspositie van wijlen medeverdachte 1 en wijlen persoon 3, de vader van medeverdachte 1. De verdediging concludeert dat de Audi RS6 met legale middelen is betaald. Ten aanzien van de creditcards stelt de verdediging zich op het standpunt dat er meer legale contanten beschikbaar waren dan er stortingen zijn gedaan. Ten aanzien van de overige auto's waar de tenlastelegging op ziet stelt de verdediging dat er geen bewijs is dat deze auto's van wijlen medeverdachte 1 waren.

Oordeel rechtbank

Bij beoordeling van het tenlastegelegde dient de vraag te worden beantwoord of verdachte en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijze had(den) moeten vermoeden dat gelden waarmee auto's zijn aangeschaft, (reparatie)kosten ten behoeve van een of meer van deze auto's zijn gedaan of transacties met creditcards hebben plaatsgevonden onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor een veroordeling van opzetwitwassen dan wel schuldwitwassen is, naast het wettig en overtuigend bewijs van een illegale herkomst van de gelden, bewijs van de wetenschap van die illegale herkomst vereist.

Op grond van het dossier kan de rechtbank een dergelijke wetenschap of redelijk vermoeden bij verdachte niet vaststellen. De rechtbank begrijpt dat verdachte stelt dat de door het Openbaar Ministerie gestelde uitgaven aan auto's en creditcardtransacties haar, gelet op de inkomsten van medeverdachte 1, geen redenen gaven om te twijfelen over de herkomst van die gelden.

De rechtbank oordeelt dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naar voren is gekomen dat wijlen haar echtgenoot medeverdachte 1, over aanzienlijke gelden uit legale bedrijfsactiviteiten en familierelaties beschikte. Het door het Openbaar Ministerie gestelde exorbitante uitgavenpatroon kan gelet op deze omstandigheid naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer leiden tot de conclusie dat verdachte daarom moet hebben geweten danwel redelijkerwijs moest vermoeden van een illegale herkomst van de gelden. Ook uit de wijze waarop de transacties met de creditcards en het op naam zetten van een voertuig hebben plaatsgevonden, kan naar het oordeel van de rechtbank deze wetenschap of dit redelijk vermoeden niet zonder meer volgen.

Nu zoals hiervoor overwogen de rechtbank van oordeel is dat het wettig en overtuigend bewijs voor de vereiste wetenschap danwel het redelijk vermoeden bij verdachte ontbreekt, dient reeds hierom vrijspraak te volgen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF