Vrijspraak van brand door schuld

Rechtbank Noord-Nederland 7 oktober 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:4854

Essentie

Aan verdachte is ten laste gelegd dat door zijn schuld brand in een kledingwinkel is ontstaan, waardoor gemeen gevaar voor het pand en de belendende panden, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van anderen is ontstaan en dat zijn gedraging de dood van een man ten gevolge heeft gehad. De rechtbank heeft overwogen dat er geen sprake is van een causaal verband tussen de aanmerkelijke onvoorzichtige gedraging van verdachte en het ontstaan van de brand. Weliswaar was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aanmerkelijke onvoorzichtige gedraging van verdachte doordat hij de slangen en aansluitingen van de kachel niet op deugdelijkheid heeft gecontroleerd, doch kan niet worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door het niet controleren van de slangen en aansluitingen, dus door de aanmerkelijke onvoorzichtigheid van verdachte. De rechtbank heeft verdachte derhalve vrijgesproken.

Feiten

Op zaterdag 19 oktober 2013 om 17.21 uur ontving de Meldkamer Noord-Nederland een melding in verband met een brand in een kledingwinkel in de binnenstad van Leeuwarden. In de belendende panden op de begane grond waren winkels en een kapperszaak gevestigd.

De brandweer trof bij aankomst een felle uitslaande brand aan in de kledingwinkel. Kort na aankomst van de brandweer om 17.31 uur werd bekend dat de bewoner van adres 3 het latere slachtoffer genaamd, zich nog in zijn woning bevond en ingesloten was door de rook. De brandweer was uiteindelijk niet in staat het slachtoffer te redden.

De brand is ontstaan in de kledingwinkel door een mobiele gaskachel met een losse gasfles. Bij of in deze gaskachel ontstond een steekvlam. Deze steekvlam kwam vervolgens in contact met zich in de winkel bevindende brandbare kleding, waardoor deze vlam vatte. Op basis van het onderzoek wordt door de Inspectie Veiligheid en Justitie geconcludeerd dat de slechte brandpreventietoestand van de panden een niet te onderschatten rol heeft gespeeld in de branduitbreiding en rookverspreiding bij deze brand. De bouwkundige situatie voldeed op verschillende punten niet aan de basale vereisten, waardoor het slachtoffer onder meer niet over een veilige vluchtweg beschikte en de brandweer niet in staat was hem te bereiken en te redden.

Verdachte regelde de dagelijkse gang van zaken in de kledingwinkel voor de eigenaresse, die elders woonachtig is. De centrale verwarming in de winkel stond niet aan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de centrale verwarming niet gebruikt kon worden, omdat deze "op slot was gezet door een ambtenaar". Toen het kouder werd, heeft verdachte naar aanleiding van de klachten van het winkelpersoneel besloten een tweedehands gaskachel met een losse gasfles van een particulier via marktplaats aan te schaffen.

Deze gaskachel is op 14 september 2013 aangeschaft. Verdachte heeft deze gaskachel in de winkel geplaatst. Hij heeft de gaskachel en de aansluitingen van de slang op de gaskachel en de gasfles niet gecontroleerd voordat hij de gaskachel in gebruik heeft genomen.

Volgens verdachte heeft hij vóór 19 oktober 2013 de gaskachel twee of drie keer gebruikt. Op 19 oktober 2013 zette verdachte aan het begin van de middag de gaskachel aan.

Aan het einde van de werkdag -er waren nog klanten in de winkel- liep verdachte naar de gaskachel en hij draaide de gaskachel een kwartslag van de muur, zodat hij bij de kraan van de gasfles kon komen. Hij maakte vervolgens draaiende en duwende bewegingen bij de gaskachel, waarbij een sissend geluid was te horen. Er ontstond toen een steekvlam die in contact kwam met de zeer brandbare kledingstukken die in de nabijheid van de gaskachel hingen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam heeft gehandeld. Hij had ervoor kunnen en moeten kiezen de door hem gerunde kledingzaak te verwarmen door middel van de aanwezige centrale verwarmingsinstallatie. In plaats daarvan heeft hij gekozen voor een mobiele gaskachel, die niet geschikt is voor gebruik in een kledingzaak. Hij heeft de gaskachel dicht bij zeer brandbare kleding geplaatst en in gebruik genomen zonder deze te controleren op een goede werking. Hij heeft de aansluitingen niet gecontroleerd en heeft evenmin de veiligheids- en gebruiksvoorschriften doorgenomen. Hij had moeten constateren dat een slangklem ontbrak. De wartel van de drukregelaar was ook minimaal bevestigd. De oorzaak van de steekvlam is gelegen in de onjuiste bediening door verdachte en/of de onjuiste aansluitingen.

Standpunt verdediging

Door de raadsman is vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de oorzaak van de steekvlam niet kan worden vastgesteld waardoor niet kan worden bewezen dat verdachte aanmerkelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De gedragingen van verdachte bestaande uit het aanschaffen, het gebruiken en het bedienen van de gaskachel en -fles vlak voor het ontstaan van de steekvlam zijn onvoldoende voor het aannemen van grove of aanmerkelijke schuld.

Oordeel rechtbank

Onder schuld als delictsbestanddeel wordt volgens vaste rechtspraak verstaan een min of meer grove of aanmerkelijke schuld. De beantwoording van de vraag of er sprake is van schuld in strafrechtelijke zin, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is voorts afhankelijk van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet elke onachtzaamheid, onvoorzichtigheid of onoplettendheid -ook indien deze ernstige gevolgen heeft gehad- kan tot strafrechtelijke aansprakelijkheid leiden. Daarvan kan pas sprake zijn, indien de 'ondergrens' van de aanmerkelijke onachtzaamheid en/of onvoorzichtigheid door het handelen van verdachte is overschreden.

De rechtbank merkt hierbij op dat er veel dramatische gebeurtenissen zijn (zoals verkeersongevallen met dodelijke afloop) waarbij de veroorzaker weliswaar een fout heeft gemaakt, maar dat deze fout strafrechtelijk gezien zo weinig verwijtbaar is, dat het handelen van de veroorzaker ongestraft blijft, hoe moeilijk dat voor slachtoffers of hun nabestaanden ook te verteren is. De ernst van de potentiële gevolgen is echter wèl van belang bij de bepaling van de ondergrens. Er mag dan worden verlangd dat men zorgvuldiger en voorzichtiger handelt dan in andere situaties.

De rechtbank stelt voorop dat het gebruik van een gaskachel in een kledingwinkel op zichzelf aanmerkelijk onvoorzichtig kan zijn als de gaskachel op onvoldoende afstand van de kledingstukken wordt geplaatst, dit in verband met de stralingswarmte die van een gaskachel afkomt. In dit geval is de brand echter niet veroorzaakt door stralingswarmte, zodat de positie van de gaskachel ten opzichte van de kledingstukken in verband met die stralingswarmte niet nader onderzocht hoeft te worden. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het derhalve niet relevant of verdachte op dit punt de veiligheids- en gebruiksvoorschriften heeft doorgenomen. Tevens is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat wanneer een gaskachel tweedehands van een particulier wordt gekocht niet zonder meer het uitgangspunt dient te zijn dat alvorens het in gebruik nemen van de kachel de deugdelijkheid van de gehele gaskachel wordt gecontroleerd. Van belang hierbij kan onder andere zijn de uiterlijke staat van onderhoud, de ouderdom van de kachel, mededelingen van de verkoper omtrent ervaringen met deze kachel en de werking daarvan. Signalen die verdachte een verhoogde staat van alertheid hadden moeten opleveren, zijn de rechtbank niet bekend.

Wel mag steeds worden verlangd dat de slangen en aansluitingen van de kachel worden gecontroleerd voordat de gaskachel in gebruik wordt genomen. Verdachte heeft dit blijkens zijn verklaring ter terechtzitting niet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat dit nalaten in het onderhavige geval, waarin sprake was van gebruik in een kledingwinkel met zeer brandbare kledingstukken, gevestigd in een pand in de oude binnenstad waarboven zich woningen bevonden, aanmerkelijk onvoorzichtig is. Dit is immers een situatie waarin het voorzienbaar is dat disfunctioneren van de gaskachel mogelijk ernstige gevolgen kan hebben.

Voor de beantwoording van de vraag of deze aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft geleid tot de steekvlam en daarmee tot de brand, is de oorzaak van het ontstaan van de steekvlam van belang. Er dient immers sprake te zijn van een causaal verband tussen de aanmerkelijke onvoorzichtigheid van verdachte en het ontstaan van de brand.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op de bewuste namiddag gesis hoorde bij de gaskachel en dat hij daarom probeerde de gasfles dicht te draaien, waarna de steekvlam ontstond.

Door bedrijf Technology B.V. is onderzoek gedaan naar de gaskachel, de gasfles en de aansluitingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de foto's waarmee de gaskachel op marktplaats werd aangeboden, een vergelijkbare gaskachel als referentiemodel en de resultaten van het politieonderzoek. In het rapport dat Technology ter zake van het onderzoek op 14 januari 2014 heeft opgesteld zijn de volgende onderzoeksresultaten opgenomen:

  • De gasfleskraan stond circa 60 graden open ten opzichte van de gesloten stand, op het moment dat de brand ontstond.
  • De gaskachel kan alleen worden uitgeschakeld door de gasfleskraan dicht te draaien.
  • Volgens de marktplaatsfoto lijkt één van de twee slangklemmen op de slang aan de zijde van de gaskachel te ontbreken, maar dit is niet met zekerheid vast te stellen. Wel blijkt uit het politieonderzoek dat in de brandresten één slangklem is aangetroffen.
  • In de gaskachel werden geen gebreken aangetroffen die niet door de brand veroorzaakt kunnen zijn en de aangetroffen slangklem was goed aangedraaid en het is niet aannemelijk dat deze los is geschoten.
  • Uit onderzoek van de politie is gebleken dat de wartel van de drukregelaar ten tijde van de brand minimaal aangedraaid is geweest op de schroefdraad van de gasfleskraan. Bij een dergelijke minimale bevestiging stroomt er een aanzienlijk debiet aan onverbrand gas uit de gasfles. De wartel van de drukregelaar kon met de hand moeiteloos verder aangedraaid worden, maar niet zodanig dat dit een gasdichte aansluiting gaf. Na het verwijderen van het vuil van de schroefdraad was dit wel mogelijk. Het is aannemelijk dat het aanwezige vuil een gevolg is van de brand en de bluswerkzaamheden en het is niet aannemelijk dat de wartel van de drukregelaar tijdens de brand is losgedraaid.
  • Op de marktplaatsfoto is de wartel van de drukregelaar wel geheel aangedraaid.
  • Om de wartel van de drukregelaar strakker aan te draaien dient deze linksom gedraaid te worden in plaats van -zoals gebruikelijk is in Nederland- rechtsom te draaien.
  • Door de brand is geen onderzoek meer mogelijk naar de deugdelijkheid van de rubberen gasslang en de rubberen afdichtingsringen, omdat deze (gedeeltelijk) zijn vergaan.

De rechtbank acht, evenals Technology, de omstandigheid dat de politie in de brandresten slechts één slangklem heeft aangetroffen onvoldoende om vast te stellen dat één van de slangklemmen bij de aansluiting van de gasslang heeft ontbroken.

De rechtbank stelt op grond van het politieonderzoek en de onderzoeksresultaten van Technology vast dat de wartel van de drukregelaar op het moment van het ontstaan van de steekvlam minimaal was bevestigd en dat deze wartel met de hand had kunnen worden vastgedraaid. Doordat de wartel van de gasdrukregelaar niet goed was aangedraaid, was er op het moment van het ontstaan van de steekvlam geen sprake van een gasdichte aansluiting en stroomde er een aanzienlijke hoeveelheid aan onverbrand gas uit de gasfles. Hoewel andere gaslekkages niet kunnen worden uitgesloten omdat onderzoek hierna niet meer mogelijk was, acht de rechtbank het zeer aannemelijk dat de steekvlam mede door de lekkage bij de wartel van de drukregelaar is ontstaan. De rechtbank gaat daarvan dan ook uit.

Op welk moment de wartel van de drukregelaar is losgedraaid of -geraakt, kan op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting echter niet worden vastgesteld. Het enige wat vaststaat is dat de wartel van de drukregelaar op de foto's die op 11 juli 2013 bij de marktplaatsadvertentie zijn geplaatst, was vastgedraaid en dat deze op het moment dat de steekvlam op 19 oktober 2013 ontstond minimaal was bevestigd. Tussen de genoemde data is de wartel van de drukregelaar losgedraaid of -geraakt zonder dat is vast te stellen wanneer en door welke oorzaak dit is gebeurd. Er is dus een niet uit te sluiten kans aanwezig dat bij controle vóór ingebruikname de wartel van de drukregelaar overeenkomstig de foto's op marktplaats nog vastgedraaid zat, te meer daar de kachel na plaatsing in de kledingwinkel in september 2013 nog twee à drie keer goed gefunctioneerd heeft. Hiervan uitgaande moet het oordeel van de rechtbank luiden dat het niet voldoende vaststaat dat controle van de wartel van de drukregelaar vóór ingebruikname het ontstaan van de steekvlam en de daaropvolgende brand zou hebben voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat derhalve geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen het niet controleren van de slangen en aansluitingen van de gaskachel vóór de ingebruikname van de kachel en de steekvlam die de brand heeft veroorzaakt.

Denkbaar en niet in strijd met de inhoud van het dossier is ten slotte -zoals ook door de verdediging is aangevoerd- dat verdachte op het moment dat hij de gasfleskraan wilde dichtdraaien onbewust aan de wartel van de drukregelaar heeft gedraaid. Indien dit het geval is geweest was dit weliswaar onoplettend en onvoorzichtig, maar een dergelijke vergissing bij de bediening van de gaskachel acht de rechtbank onvoldoende voor het aannemen van aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde, nu niet kan worden bewezen dat de brand is ontstaan, omdat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of onachtzaam is geweest.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF