Vrijspraak uitkeringsfraude

Gerechtshof Amsterdam 10 juni 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3780

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van de getuigen bij de rechter-commissaris, in hun onderlinge samenhang bezien, voldoende grondslag vormen voor de conclusie dat verdachte in de ten laste gelegde periodes feitelijk heeft samengewoond met de medeverdachte, en zich, door deze situatie niet kenbaar te maken aan de Sociale Dienst of de Dienst Werk en Inkomen, schuldig heeft gemaakt aan hetgeen haar onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

De situatie van de verdachten, zoals die uit het dossier naar voren komt, roept vragen op. Vast is komen te staan dat de kinderen van de verdachte schoolgaand zijn in Amsterdam en dat de verdachte bij de inschrijving van de kinderen op die school als adres te Amsterdam heeft opgegeven. De medeverdachte, vader van één van die kinderen, is de hoofdbewoner van de woning aan adres. Voorts heeft de verdachte voornamelijk pintransacties verricht in de gemeente Amsterdam, bleek haar telefoon ongeveer even vaak zendmasten in Amsterdam aan te stralen, heeft zij getracht haar woning te Zwanenburg ter verhuur en voor woningruil aan te bieden en hebben voormalige buren van de verdachte verklaard dat zij haar niet of weinig zagen op het woonadres waar zij stond ingeschreven. Buren van de medeverdachte hebben verklaard dat zij de verdachte en de medeverdachte vaak samen zagen en dat zij ervan uitgingen dat zij samenwoonden.

Deze omstandigheden wijzen in de richting van het ten laste gelegde samenwonen. De verdachte heeft voor verschillende omstandigheden echter een plausibele verklaring gegeven, die alternatieven voor de ten laste gelegde samenwoning openlaat. Zo heeft zij een plausibele verklaring gegeven voor de school die zij voor de kinderen heeft uitgekozen en voor het bij de inschrijving van de kinderen opgeven van een – het mag duidelijk zijn onjuist – woonadres in Amsterdam. Zij verbleef in verband met het wegbrengen naar en halen van school van de kinderen veel in Amsterdam, deed daar boodschappen en verrichtte daar pintransacties. Dat die pintransacties hoofdzakelijk overdag plaatsvonden en dat zij ook, zo blijkt uit haar bankafschriften, pintransacties in de gemeente Haarlemmermeer heeft verricht, ondersteunt haar verklaring. Dat de verdachte haar woning ter verhuur en voor woningruil heeft aangeboden, betekent niet dat zij met de medeverdachte samenwoonde of bij hem dan wel elders haar hoofdverblijf had. Dat zelfde geldt voor verklaringen van getuigen dat zij haar niet of weinig in haar woning zagen. De indruk van buren van de medeverdachte, dat de verdachte met hem samenwoonde, kan ook zijn ontstaan door de omstandigheid dat de verdachte zich regelmatig bij de medeverdachte ophield in verband met hun

beider zoon en in verband met het uit school halen van de kinderen. Bovendien zijn verschillende getuigenverklaringen weinig concreet en pas lange tijd na de waarnemingen afgelegd.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen en hoewel het verrichte onderzoek tevens vragen oproept, komt het hof tot de conclusie dat de bewijsmiddelen, ook in onderlinge samenhang bezien,

niet de bewezenverklaring kunnen dragen dat de verdachte niet op de door haar opgegeven uitkeringsadressen verbleef dan wel haar hoofdverblijf aldaar niet had. Voorts biedt het dossier onvoldoende grondslag voor het oordeel dat de verdachte in de ten laste gelegde periodes feitelijk heeft samengewoond met de medeverdachte – casu quo zij gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met de medeverdachte – en van deze omstandigheid ten onrechte opzettelijk geen melding heeft gemaakt aan de betrokken instanties.

Derhalve is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF