Vrijspraak opmaken valse werkgeversverklaring schoonvader en -zus: geen bewijsmiddel dat verdachte wist van feitelijke situatie en dus dat hij opzet had

Rechtbank Gelderland 31 oktober 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5834

Verdachte wordt vrijgesproken van het valselijk opmaken van de werkgeversverklaring van zijn schoonzus. Zij was niet als werknemer in dienst van bij het bedrijf van zijn vrouw en dus diende er ook geen werkgeversverklaring te worden opgesteld dan wel gebruikt waarin dit wel werd gesteld.

Weliswaar heeft verdachte deze werkgeversverklaring opgesteld en komen de gegevens die daarin worden vermeld niet overeen met de gegevens uit andere bronnen, zoals de zich in het dossier bevindende loonstrook en arbeidsovereenkomst, maar dat laat onverlet dat niet uit het dossier blijkt dat verdachte dit wist. Niet kan worden bewezen dat verdachte de opzet had een valse werkgeversverklaring op te maken.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat verdachte wist dat de onderhavige werkgeversverklaring vals was. Verdachte betwist echter dat hij wist hoe de feitelijke situatie was en daarmee dat hij het opzet had op het doen opmaken dan wel gebruik maken van een valse werkgeversverklaring. Nu zich in het dossier geen bewijsmiddel bevindt waaruit deze wetenschap blijkt, dient verdachte te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Verdachte wordt ook vrijgesproken van het opmaken van een valse werkgeversverklaring voor zijn schoonvader. Verdachte heeft hierover gesteld dat hij de werkgeversverklaring heeft opgesteld op verzoek van zijn vrouw ten behoeve van zijn schoonvader. Uit het dossier valt niet af te leiden dat verdachte op het moment van opstellen van de verklaring heeft geweten dat de door hem ingevulde gegevens niet klopten. Het vorenstaande brengt mee dat verdachte voor dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Verdachte heeft zich wel schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een werkgeversverklaring voor zijn schoonmoeder, terwijl deze daar al langere tijd niet meer in dienst was. Door het tonen van onder andere deze werkgeversverklaring heeft zij een hypotheek verkregen. 

Gelet op het gegeven dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt, wordt verdachte voor dit feit veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF