Vrijspraak oplichting; één onware mededeling (:niet krijgen v problemen na afsluiten abonnementen) is onvoldoende

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1831

Aan verdachte is onder feit 2 oplichting ten laste gelegd.
 

Het standpunt van de officier van justitie

Ook dit feit kan wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte heeft ter terechtzitting de aangifte grotendeels bevestigd en verklaard dat aangeefster op zijn voorstel telefoonabonnementen heeft afgesloten en de daarbij behorende gsm’s aan hem heeft afgegeven. Ook heeft hij bekend dat hij haar heeft gezegd dat hij de telefoonabonnementen van haar naam kon krijgen, zodat ze geen problemen zou ondervinden van het afsluiten van de abonnementen.


Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat aangeefster hem had benaderd omdat zij geld nodig had. Hij heeft voorgesteld dat zij telefoonabonnementen zou afsluiten en dat de daarbij behorende gsm’s door hem zouden worden verkocht en dat hij het geld aan haar zou geven. Hij heeft haar verteld dat hij ervoor kon zorgen dat de abonnementen van haar naam gehaald zouden worden. Hij heeft haar ook verteld dat ze zo duur mogelijke gsm’s moest zien te krijgen. Hij is met haar naar Goes gegaan en zij heeft daar telefoonabonnementen afgesloten. De gsm’s heeft ze nadien aan verdachte gegeven. Hij heeft ze verkocht en van de opbrengst heeft hij 300 tot 400 euro aan aangeefster gegeven. Hij heeft haar niet gedwongen om die telefoonabonnementen af te sluiten, of haar bedreigd om haar te bewegen dat te doen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat die de verklaring van aangeefster, die zegt dat ze onder druk is gezet om de telefoonabonnementen af te sluiten, ondersteunen. Voor oplichting is volgens de rechtspraak nodig dat er meer is dan een enkele onware mededeling, in dit geval het verzwijgen van de problemen die zouden ontstaan door het op naam stellen van het telefooncontract. Aan de eisen van oplichting wordt dan ook niet voldaan, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.
 

Oordeel rechtbank

Van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen kan, gezien de verklaringen in het dossier, alleen het samenweefsel van verdichtsels als passend bij de gang van zaken worden beschouwd. Uit de verklaring van aangeefster en de verklaring ter terechtzitting van verdachte volgt dat verdachte één leugen heeft verteld, te weten dat hij ervoor kon zorgen dat de abonnementen die zij zou afsluiten van haar naam zouden worden gehaald, zodat zij na het afsluiten van de abonnementen niet de maandelijkse bijbehorende kosten zou hoeven te betalen. Blijkens vaste jurisprudentie kan een samenweefsel van verdichtsels niet bestaan uit een enkele leugen.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly and PDF