Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk: niet het parketnummer vermeld en niet duidelijk blijkt dat de vordering verdachte betreft

Rechtbank Noord-Nederland 2 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1987

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing van een persoon die door hem en zijn medeverdachte van zijn vrijheid werd beroofd. Het slachtoffer was een klasgenoot van de medeverdachte. Verdachte heeft deze feiten begaan na een ruzie tussen de medeverdachte en een vriend van het slachtoffer over geld dat niet zou zijn teruggeven. Verdachte heeft zich hierin laten meeslepen en geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.

Het slachtoffer heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 80,00 ter vergoeding van materiële schade en € 1150,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen en dat verdachte met de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor betaling daarvan. Voorts heeft hij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk is nu de vordering niet het parketnummer van de onderhavige zaak vermeldt en ook uit de toelichting niet duidelijk blijkt dat de vordering verdachte betreft. Subsidiair voert de raadsman aan dat het verband tussen de gestelde immateriële schade en de ten laste gelegde feiten niet goed is onderbouwd.

De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is, nu de vordering niet het parketnummer van de onderhavige zaak vermeldt en ook uit de toelichting niet duidelijk blijkt dat de vordering verdachte betreft.
 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF