Uitspraak in 'Bulgarenfraude’

Rechtbank Rotterdam 19 mei 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3482 Verdachte heeft zich tezamen met anderen zeer vele malen schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift door op naam van derden valse aanvragen zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag in te dienen. De verdachte heeft zich ook tezamen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting. De verdachte en zijn medeverdachten hebben structureel geopereerd met een zekere organisatiegraad en zij zijn berekenend te werk gegaan. De omvang van de fraude en oplichting bestond niet slechts uit de in de bewezenverklaring vermelde aanvragen, doch uit veel meer aanvragen. Door deze grootschalige fraude en oplichting zijn aanzienlijke bedragen door de Belastingdienst uitgekeerd. 

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van geldbedragen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd.

De Belastingdienst is door het frauduleuze handelen van verdachte ernstig benadeeld. De verdachte heeft op doortrapte wijze misbruik gemaakt van het systeem van de Belastingdienst dat is ingesteld om grote aantallen toeslagaanvragen zo snel mogelijk te kunnen verwerken. De Belastingdienst moet daarbij uit kunnen gaan van de juistheid van de ingediende verzoeken om zo de aanvragers zo snel mogelijk te bedienen. De verdachte heeft het vertrouwen dat de basis vormt van het door de Belastingdienst gehanteerde systeem ondergraven en daarbij uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Feit 1 primair: medeplegen valsheid in geschrift

De Wet op de huurtoeslag (WHT) zegt in artikel 9 dat het een vereiste is voor het recht op huurtoeslag dat in ieder geval de huurder op het betreffende adres bij de gemeente staat ingeschreven. Als huurder wordt volgens artikel 1 WHT aangemerkt de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een door hem gehuurde woning. Naast ingeschreven staan, is ook bewoning een (cumulatief) vereiste voor het recht op huurtoeslag. Dit brengt echter ook mee dat als iemand niet staat ingeschreven (maar er misschien wel woont), er om die reden (dus) ook geen recht op huurtoeslag bestaat. En dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat alleen het niet-ingeschreven staan voldoende is om van een valse aanvraag huurtoeslag te kunnen spreken.

Feit 2: medeplegen oplichting

De rechtbank kwalificeert het gebruik van een valse aanvraag als het aanwenden van een listige kunstgreep, nu de Belastingdienst door die valse aanvraag steeds is bewogen tot afgifte van geld. Voor het aanvragen van zorgtoeslag is bewezen dat daarenboven sprake is geweest van een valse hoedanigheid - het zich voordoen als zorgverzekerde -.

Feit 3: medeplegen witwassen

Bewezen wordt verklaard het omzetten van bedragen als vorm van witwassen. Door de verdediging is gewezen op de jurisprudentie van de HR in 25 maart 2014 en 7 oktober 2014 hieromtrent. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank is in vele gevallen sprake van het doen storten van frauduleus aangevraagde en verkregen bedragen op rekeningen van de aanvragers, van welke rekeningen bankpassen en pincodes zijn verkregen en in het bezit waren van de verdachte(n) en waarmede in veel gevallen die bedragen (contant) zijn opgenomen, dan wel dat dit ervoor moet worden gehouden gelet op de verklaringen van (ook) en met name de Bulgaarse aanvragers welke zich in het dossier bevinden. Daarnaast is sprake van het doen storten van zulke, door voornoemde aanvragers aangevraagde en op hun naam uitgekeerde bedragen op de rekening van (een) verdachte zelve, zulks kennelijk met het oog op het contant opnemen van die bedragen. De rechtbank is, wat er ook zij van (de omvang van) het verweer, van oordeel dat hoe dan ook sprake is van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de werkelijke, criminele, herkomst van die bedragen gericht karakter heeft.

Ten aanzien van alle feiten m.b.t. opzet aanvragers

Gelet op de verklaringen van verschillende van hen, kan de rechtbank niet – met voldoende zekerheid – vaststellen of de (Bulgaarse) aanvragers in juridische zin voldoende opzet op het ongeoorloofde karakter van hun aanvragen en daarmede samenhangende uitbetalingen hebben gehad. Dat betekent dat de rechtbank niet tot bewezenverklaring van hun medeplegen van de tenlastegelegde feiten kan komen, daaronder begrepen het verweten witwassen.

Vrijspraak

Het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en/of huur- en zorgtoeslag door verdachte op naam van betrokkene 1, zoals onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan partieel dient te worden vrijgesproken. Hiertoe is ten aanzien van de zorgtoeslag overwogen dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte middels zijn IP-adres zorgtoeslag over het jaar 2010 heeft aangevraagd voor die betrokkene 1 blijkens het dossier over het jaar 2011 wel verzekerd is geweest voor zorg.

Bewezenverklaring

  • Feit 1 primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
  • Feit 2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
  • Feit 3: medeplegen van gewoontewitwassen.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF