Verzoek OvJ aan RC om te onderzoeken of geheimhouderstukken kunnen worden beschouwd als voorwerp van strafbare feiten of als stukken die tot het begaan daarvan hebben gediend

Rechtbank Oost-Brabant 26 maart 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:3420 (gepubliceerd op 7 juli 2014)

Op 1 juli 2013 heeft mr. J. Mooijen, officier van justitie bij het Functioneel Parket, in onderzoek Rykiel onderzoekshandelingen uit hoofde van artikel 181 Sv gevorderd, inhoudende het verzoek aan de rechter-commissaris om zich uit te laten over:

  • primair de complete onroerend goed administratie aangetroffen bij de doorzoeking bij verdachte 11, waaronder een zeer grote hoeveelheid notariële stukken en andere geheimhouderstukken;
  • subsidiair de notariële afrekeningen aangetroffen bij verdachte 11.

De officier van justitie verzoekt de rechter-commissaris te onderzoeken of bedoelde geheimhouderstukken kunnen worden beschouwd als voorwerp van strafbare feiten of als stukken die tot het begaan daarvan hebben gediend, dan wel kunnen dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, en de politie en het OM toestemming te geven van die stukken kennis te nemen en daarvan gebruik te maken ten behoeve van het strafrechtelijk financiële onderzoek naar geldstromen en onroerend goed transacties in verband met de verdenkingen. Naar de rechter-commissaris begrijpt heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat zich niet het geval voordoet waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven het verschoningsrecht.

Medio juli 2013 heeft het Openbaar Ministerie, door tussenkomst van officier van justitie “geheimhouding” mr. C. Loos, de geheimhouderstukken ter beschikking van de rechter-commissaris gesteld met daarbij een lijst met een zeer summiere omschrijving van de stukken en enkel een ibn-code, bijvoorbeeld “geheimhouder, afrekening notaris (naam)”, niet genummerd of gerubriceerd en niet gedateerd. Het gaat om een zeer groot aantal geheimhouderstukken met daarbij onder meer ook niet genummerde bijlagen en/of (delen van) administratie, afkomstig van 14 notaris- sen/notariskantoren en 6 advocaten/advocatenkantoren in Nederland en enige notaris- en advocatenkantoren in het buitenland. Een aantal stukken is meerdere malen overgelegd.

Als gevolg van de onoverzichtelijke wijze waarop de stukken ter beschikking zijn gesteld diende dat het kabinet rechter-commissaris alle stukken te nummeren, te rubriceren en te omschrijven, aldus dat met het oog op de te nemen beslissingen kenbaar zou zijn van welke geheimhouder welke stukken ter beoordeling waren voorgelegd. Gelet op de omstandigheid dat een speciale medewerker geheimhouding van de politie met de selectie van de stukken was belast, zoals door de officier van justitie geheimhouding is meegedeeld, had verwacht mogen worden dat, mede gelet op de hoeveelheid stukken en het grote aantal geheimhouders, de politie en/of het openbaar ministerie de selectie van de stukken voor haar rekening had genomen. Als gevolg hiervan heeft deze beslissing wellicht langer op zich laten wachten dan door het Openbaar Ministerie wenselijk geacht. Daarbij heeft ook een rol gespeeld dat meerdere geheimhouders in verband met de hoeveelheid voorgelegde stukken verschillende keren om uitstel van bekendmaking van hun standpunt heeft verzocht.

De stukken zijn door het kabinet rechter-commissaris gespecificeerd en gerubriceerd op de wijze zoals hieronder aangegeven.

De stukken zijn opgeborgen in de kluis, teneinde de betreffende geheimhouders (notarissen en advocaten in Nederland en in het buitenland) naar hun standpunt ter zake te vragen.

Het kabinet rechter-commissaris heeft alle geheimhouders (advocaten en notarissen c.q. diens opvolgers) van wie documenten zijn aangetroffen aangeschreven (met een kopie aan de Deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het betreffende arrondissement respectievelijk de Ring- voorzitter, voor zover het Nederlandse advocaten en notarissen betrof). Daarbij is meegedeeld dat in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachten ter zake -kort gezegd- de verdenking witwassen onder verdachte 11 geheimhouderstukken in beslag zijn genomen en zijn kopieën van alle van de betreffende geheimhouder aangetroffen stukken toegezonden alsmede een gespecificeerd overzicht van de aangetroffen stukken. De geheimhouders zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hun verschoningsrecht ter zake, aan te geven of sprake is van een geheimhoudingsverplichting - ten aanzien van notarissen in het bijzonder indien het stuk is gepubliceerd in openbare bronnen en onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 25 lid 9 van de Wet op het notarisambt (Wna) - en tevens is de vraag voorgelegd of de geheimhouder toestemming zou hebben verleend voor inbeslagname indien dat vooraf was gevraagd. Verder is gevraagd te laten weten of hem/haar bekend is dat het stuk voorwerp is van enig strafbaar feit of daartoe gediend heeft en of bekend is van wie de eventueel op de stukken aangetroffen notities afkomstig zijn. Ten slotte is de mogelijkheid geboden om de stukken te bespreken met de rechter-commissaris in aanwezigheid van de Ringvoorzitter respectievelijk de Deken. Geen enkele geheimhouder heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Van alle Nederlandse geheimhouders is een reactie ontvangen.

De buitenlandse geheimhouders zijn per e-mail benaderd.

Bij de beoordeling van de stukken is de rechter-commissaris erop gestuit dat zich onder de niet genummerde bijlagen ook e-mails bevinden van geheimhouders van wie geen standpunt ten aanzien van de geheimhouding is gevraagd. Het komt de rechter-commissaris voor dat deze stukken voor de beoordeling van de zaak van minder belang zijn en vanwege het ontbreken van een standpunt van de betreffende verschoningsgerechtigden zullen de stukken buiten de beoordeling worden gelaten en worden geretourneerd aan de beslagene.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat de verdenking tegen bovengenoemde verdachten inhoudt het in georganiseerd verband witwassen van crimineel vermogen uit criminele activiteiten, waaronder het exploiteren van internet gokken, en het plegen van valsheid in geschriften alsmede handelen in strijd met artikel 1 lid 1 subsidiair Wet op de Kansspelen (WOK) in de periode 2005-2012. Voorts is een strafrechtelijk financieel onderzoek gestart tegen verdachte 1, verdachte 2, verdachte 3, verdachte 12, verdachte 8, verdachte 13, verdachte 14,verdachte 5, verdachte 15, verdachte 6, verdachte 7, verdachte 4, verdachte 16,verdachte 16, verdachte 17 en verdachte 18 gestart.

De administratie, in het bijzonder de afrekeningen van de onroerend goed transacties inzake de onroerende goederen van de verdachten verdachte 1, verdachte 2, verdachte 3, verdachte 4, verdachte 5verdachte 6, verdachte 7, verdachte 8 en verdachte 9, kan informatie geven over de wijze waarop de onroerend goed transacties door verdachte 11 voor de verdachte vastgoed- eigenaren verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 3 worden geboekt, hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel tot stand komt en hoe geldstromen worden versluierd.

Tijdens de doorzoeking op 24 mei 2013 was verdachte 11 geen verdachte, doch ten tijde van de indiening van deze vordering is zij dat wel.

Het OM heeft het verlangde onderzoek uitvoerig toegelicht en daarbij onder meer het volgende aangevoerd:

  • Uit het opsporingsonderzoek tot dusverre is gebleken dat de verdachten verdachte 1,verdachte 2 en verdachte 3 met het plegen van voornoemde feiten ten minste een wederrechtelijk voordeel hebben verkregen dat voorshands wordt geschat op €40.000.000 (periode 2005-2012).
  • Door voormelde verdachten is een groot aantal Nederlandse en buitenlandse vennootschappen opgericht, mogelijk/kennelijk met het doel om de geld- en goederenstroom van moeilijk te doorgronden constructies te voorzien. Verdachte 19 is met zijn bedrijf verdachte 20 vermoedelijk behulpzaam geweest bij het witwassen van geld door middel van die constructies.
  • Boekhoudkundig roepen bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde stukken omtrent de vennootschapsstructuur van de bedrijven van verdachte 1,verdachte 2 en verdachte 3 vragen op.
  • Over 2004 bedroeg het belastbaar inkomen van verdachte 1 € 25.000. In 2006 is hij veroordeeld voor het opzettelijk telen van 1146 hennepplanten.
  • In 2006 bedroeg het belastbaar inkomen van verdachte 2 € 8.093. In 2005 is hij in Frankrijk veroordeeld wegens medeplichtigheid aan het vervoeren van een hoeveelheid XTC-pillen (bevattende MDMA) van 30.670 stuks.
  • Verdachte 3 was in de jaren 2001-2005 verwikkeld in een persoonlijk faillissement.
  • Onderzoek naar de onroerende zaken portefeuille van verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 3 heeft uitgewezen dat de explosieve groei heeft plaatsgevonden na aanvang van de exploitatie van het internet gokken. Alle daarvoor gebruikte rechtspersonen zijn opgericht na de aanvang van de exploitatie van het internet gokken. Het financieel onderzoek tot dusverre heeft het vermoeden versterkt dat de opbrengst van de illegale internetgoksites via de onderneming verdachte 8 (waarvan verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 3 direct dan wel indirect aandeelhouders zijn of waren) wordt doorgesluisd naar de ondernemingen van deze verdachten en wordt geïnvesteerd in vastgoed.
  • Uit het onderzoek blijkt de verdachten verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 3 ieder een omvangrijke onroerende zaken portefeuille bezitten en dat ook onder meer verdachte 4 veel vastgoed bezit. Deze onroerende zaken portefeuilles zijn opgebouwd tussen 2008 en heden. De vermogenstoename is echter niet te verklaren op grond van het arbeids- en vermogensverleden van de broers verdachten 1 en 2 en verdachte 3. Ogenschijnlijk is de onroerende zaken portefeuille verworven middels diverse hypothecaire leningen. Onduidelijk is hoe en welke zekerheden zijn verschaft om deze hypothecaire leningen te verkrijgen. Dit zal uit de afzonderlijke hypotheekdossiers moeten blijken. Het vermoeden bestaat echter dat er crimineel geld is ingebracht in deze onroerende zaken portefeuille. In het verleden zijn meerdere malen in werking zijnde hennepkwekerijen aangetroffen in onroerende zaken welke in eigendom toebehoren aan verdachte 4. In april en mei 2013 zijn twee hennepkwekerijen ontmanteld in bedrijfspanden te Helmond op naam van verdachte 4. Onderzoek naar deze feiten en/of betrokkenheid van de verdachten verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 3 is nog gaande.
  • Er zijn aanwijzingen voor ABC transacties en/of andere witwas constructies.
  • Er zijn aanwijzingen dat onder meer de geheimhoudingsplicht van artikel 126nd lid 2 Wetboek van Strafvordering is geschonden.

Er zijn aanwijzingen dat witwas constructies plaatsvinden via kwaliteitsrekeningen en dat zaken in de administratie anders worden voorgesteld dan de feitelijke gang van zaken. Daartoe zal vergelijking moeten kunnen plaats hebben met de daartoe beschikbare informatie, zoals de notariële afrekeningen.

De notarissen

De geheimhouderstukken

Uit de verkregen reacties van de notarissen blijkt - verkort weergegeven en voor zover relevant - het volgende:

Alle notarissen, op een vijftal na, waarover hieronder meer, hebben zich ten aanzien van de voorgelegde stukken beroepen op hun verschoningsrecht en zouden geen toestemming hebben gegeven voor inbeslagname indien dat vooraf was gevraagd. Het merendeel van de notarissen heeft aangegeven dat de stukken geen voorwerp van strafbaar feit hebben uitgemaakt of tot het begaan daarvan hebben gediend dan wel daarmee niet bekend te zijn.

De rechter-commissaris heeft geen aanleiding te twijfelen aan het standpunt van de notarissen.

Onder de geheimhouderstukken afkomstig van notarissen bevinden zich de volgende stukken:

  • (concept)koopovereenkomsten onroerende zaken
  • akten en ontwerpakten van levering onroerende zaken
  • akten en ontwerpakten van hypotheek
  • volmachten en ontwerp volmachten
  • nota’s van afrekening betreffende levering onroerende zaken en aandelen, vestiging hypotheek, statutenwijziging
  • akten en ontwerpakten van oprichting van besloten vennootschappen
  • akten en ontwerpakten van levering aandelen
  • akten en ontwerpakten houdende wijziging van statuten
  • notulen van aandeelhoudersvergaderingen
  • nota’s en declaraties betreffende geleverde diensten
  • e-mails aan of van notarissen en/of medewerkers
  • correspondentie aan of van notarissen en/of medewerkers
  • akten en ontwerpakten/documenten betreffende echtscheiding en huwelijkse voorwaarden
  • documenten inzake alimentatieverplichtingen
  • (ontwerp)testament
  • niet voor afschrift gegeven afgegeven akten

Welke stukken vallen niet onder de geheimhoudingsverplichting

De gegevens uit de akten levering onroerende zaken en hypotheekakten zijn grotendeels gepubliceerd in openbare bronnen (Kadaster). Deze akten worden door de rechter-commissaris niet aangemerkt als geheimhou- derstukken.

De gegevens uit de akten van oprichting van besloten vennootschappen en de akten van statutenwijziging zijn grotendeels gepubliceerd in openbare bronnen (Handelsregister van de Kamer van Koophandel). Deze akten worden door de rechter-commissaris niet aangemerkt als geheimhouderstukken.

Met betrekking tot de notariële afrekeningen: Artikel 25 lid 9 Wet op het notarisambt (Wna), voor zover hier van belang, bepaalt dat de notaris, in uitzondering op zijn geheimhoudingsplicht, aan de opsporingsambtenaar, de officier van justitie of rechter-commissaris verstrekt de gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening die deze vordert uit hoofde van de uitoefening van een bevoegdheid op grond van het Wetboek van Strafvordering. Ingevolge deze bepaling rust op de notaris de verplichting gegevens te verschaffen met betrekking tot het betalingsverkeer dat via de derdengeldrekening of kwaliteitsrekening verloopt. Deze informatie- verplichting omvat mede de gegevens die onder de informatieplicht van lid 8 van artikel 25 Wna aan de belastinginspecteur of ontvanger vallen, kort gezegd n-a-w gegevens van de personen die betrokken zijn bij betalingen naar of vanaf de bijzondere rekening, en/of de aard van de transactie, de omvang van de betalingen en de nummers van de bankrekeningen. Indien een daartoe strekkende vordering zou zijn gedaan in het kader van het onderzoek Rykiel had de notaris, in uitzondering op zijn geheimhoudingsplicht, de gevorderde gegevens moeten verstrekken. In dit onderzoek is een groot aantal notariële afrekeningen aangetroffen. Het merendeel van de betalingen via de bijzondere rekening betreffen de levering onroerende zaken, levering aandelen, vestiging van hypotheek en statutenwijzigingen. De notariële afrekeningen worden door de rechter-commissaris niet aangemerkt als geheimhouderstukken.

Welke stukken vallen onder de geheimhoudingverplichting

a. akten van levering aandelen:

In het Handelsregister is vastgelegd wanneer en door wie de besloten vennootschap is opgericht, wie de bestuurders zijn, hoe de statuten luiden, hoe groot het geplaatste aandelenkapitaal is en wanneer de laatste jaarrekening is gedeponeerd. Uitsluitend in het geval een vennootschap slechts één aandeelhouder heeft, worden in het Handelsregister de gegevens van die ene aandeelhouder vermeld. Als er meerdere aandeelhouders zijn wordt niet in het Handelsregister of enig ander register opgenomen wie de aandeelhouders zijn. Onder de stukken bevinden zich veel akten levering aandelen waarbij veelal 4 (nieuwe) aandeelhouders betrokken zijn.

Veel gegevens uit de akten levering aandelen zijn dus niet openbaar en vallen onder de geheimhoudingsverplichting van de notaris en diens verschoningsrecht.

b. ontwerpakten en -volmachten, niet voor afschrift afgegeven akten, (concept)koopovereenkomsten, notulen van aandeelhoudersvergaderingen

De gegevens uit ontwerpakten levering onroerende zaken, levering aandelen, oprichting van besloten vennootschappen, statutenwijziging, ontwerpakten van hypotheek en niet voor afschrift afgegeven akten vallen onder de geheimhoudingsverplichting van de notaris en mitsdien onder diens verschoningsrecht. Dat geldt ook voor (concept)koopovereenkomsten onroerende zaken en (ontwerp)volmachten en notulen van aandeelhou- dersvergaderingen.

c. nota’s en declaraties voor verrichte werkzaamheden

De nota’s en declaraties voor verrichte werkzaamheden vallen eveneens onder de geheimhoudingsverplichting van de notaris en mitsdien onder diens verschoningsrecht. Dat geldt ook voor de e-mails en correspondentie van of aan de notaris en/of diens medewerkers.

d. (ontwerp)testamenten, (ontwerp)akten en documenten betreffende echtscheiding en alimentatie

De geheimhoudingsverplichting strekt zich eveneens uit over (ontwerp)testamenten, (ontwerp)akten huwelijkse voorwaarden, (concept)ali- mentatieovereenkomsten en echtscheidingsconvenant.

Voorwerp van strafbaar feit of tot het begaan daarvan gediend hebben

De verdenking van het Openbaar Ministerie is gebaseerd op het vermoeden dat de verdachten de strafbare feiten onder meer hebben gepleegd door de opbrengsten van illegaal internetgokken te investeren in vastgoed en/of te verhullen/verbergen door middel van financiële constructies waarbij gebruik wordt gemaakt van (buitenlandse) vennootschapstructuren. Het grote aantal transacties dat ten overstaan van notarissen heeft plaatsgevonden met betrekking tot levering onroerende zaken, vestiging hypotheek en levering aandelen is een aanwijzing voor de verdenking. Daarbij in aanmerking genomen de gestelde omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel, is de rechter-commissaris van oordeel dat de hiervoor omschreven akten van levering aandelen en de overige eerder genoemde documenten die in beginsel onder de geheimhouding vallen, voorwerp van de strafbare feiten uitmaken, dan wel daartoe gediend hebben als bedoeld in artikel 98 lid 2 Sv, en dat het verschoningsrecht van de respectievelijke notarissen daarvoor dient te wijken.

Toestemming

Vijf notarissen hebben aan de rechter-commissaris medegedeeld dat zij toestemming zouden hebben gegeven voor inbeslagname van de voorgelegde geheimhouderstukken indien dat vooraf was gevraagd. Op grond van de gegeven toestemming is er geen beletsel dat de van deze notarissen afkomstige stukken voor het onderzoek worden gebruikt.

De advocaten

De geheimhouderstukken en de geheimhoudingsverplichting

Uit de verkregen reacties van de advocaten blijkt het volgende: Alle advocaten, op één na, waarover hieronder meer, hebben zich ten aanzien van de voorgelegde stukken beroepen op hun verschoningsrecht en zouden geen toestemming hebben gegeven voor inbeslagname indien dat vooraf was gevraagd. Tevens hebben zij aangegeven dat de stukken geen voorwerp van strafbare feiten uitmaken of daartoe hebben gediend dan wel dat zij daarmee niet bekend zijn. De rechter-commissaris heeft geen aanleiding te twijfelen aan het standpunt van de advocaten.

Onder de geheimhouderstukken afkomstig van advocaten bevinden zich -onder meer- de volgende stukken:

  • opdrachtbevestiging
  • aandeelhoudersovereenkomst
  • (concept)koopovereenkomsten onroerende zaken en andere overeenkomsten
  • e-mails en correspondentie
  • declaraties en facturen
  • (concept)echtscheidings- en alimentatiedocumenten

Ook naar het oordeel van de rechter-commissaris strekt de geheim- houdingsverplichting van de advocaten zich uit over de voormelde stukken en kunnen zij onder het verschoningsrecht van de respectievelijke advocaten worden geschaard.

Voorwerp van strafbaar feit of tot het begaan daarvan gediend hebben

De verdenking van het Openbaar Ministerie is gebaseerd op het vermoeden dat de verdachten de strafbare feiten onder meer hebben gepleegd door de opbrengsten van illegaal internetgokken te investeren in vastgoed en/of te verhullen/verbergen door middel van financiële constructies, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van (buitenlandse) vennootschapstructuren. Het grote aantal transacties met betrekking tot onroerende zaken, vestiging van hypotheek en levering van aandelen die ten overstaan van notarissen hebben plaatsgevonden en de gestelde omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vormen aanwijzingen voor die verdenking. Ook een groot aantal van de bij advocaten aangetroffen stukken (correspondentie, e-mails, declaraties) zien op de advisering over aandelen- en vastgoed transacties, andere financiële transacties en dienstverlening anderszins aan verdachten. Gezien het voorgaande is de rechter-commissaris van oordeel dat voornoemde geschriften voorwerp van (de verdenking voor) de strafbare feiten uitmaken, dan wel daartoe gediend hebben en dat het verschoningsrecht van de respectievelijke advocaten daarvoor dient te wijken, met uitzondering van een in algemene bewoordingen vervatte opdrachtbevestiging alsmede een brief en declaratie die niet zien op de verdenkingen in deze zaak.

Buitenlandse notarissen en advocaten

De geheimhouderstukken en de geheimhoudingsverplichting

De griffier heeft de betreffende notarissen c.q. hun opvolgers, advocaten en arts per e-mail benaderd en daarbij meegedeeld dat de in kopie meegezonden akte in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar strafbare feiten zoals hiervoor omschreven onder verdachte 11 in beslag zijn genomen en de vraag voorgelegd of zij toestemming verlenen om de voor hem/haar of hun voorganger verleden akten en documenten te gebruiken in het onderzoek en, zo neen, dan te berichten of het stuk moet worden aangemerkt als een stuk waartoe zijn/haar geheimhoudingsplicht zich uitstrekt, ook als dit -voor zover van toepassing- een gepubliceerd, dus openbaar stuk is. Verder is gevraagd te laten weten of hem/haar bekend is dat het stuk voorwerp is van enig strafbaar feit of daartoe gediend heeft. Geen reactie is ontvangen van notaris 1 te vestigingsplaats, advocaat 1 te vestigingsplaats en naam arts, arts te vestigingsplaats. De rechter-commissaris heeft geen aanleiding te twijfelen aan het standpunt van de geheimhouders.

Uit de verkregen reacties van de advocaten blijkt - verkort weergegeven en voor zover relevant - het volgende:

Alle advocaten, op één na, waarover hieronder meer, hebben zich ten aanzien van de voorgelegde stukken beroepen op hun verschoningsrecht en zouden geen toestemming hebben gegeven voor inbeslagname indien dat vooraf was gevraagd. Tevens hebben zij aangegeven dat de stukken geen voorwerp van strafbare feiten uitmaken of daartoe hebben gediend dan wel dat zij daarmee niet bekend zijn. De rechter-commissaris heeft geen aanleiding te twijfelen aan het standpunt van de advocaten.

Onder de geheimhouderstukken afkomstig van notarissen bevinden zich -onder meer- de volgende stukken:

  • akten van oprichting vennootschap
  • akten levering onroerende zaken
  • opdrachtbevestiging
  • aandeelhoudersovereenkomst
  • (concept)koopovereenkomsten onroerende zaken en andere overeenkomsten
  • e-mails en correspondentie
  • declaraties en facturen
  • diverse akten

Ook naar het oordeel van de rechter-commissaris strekt de geheim- houdingsverplichting van de respectievelijke advocaten zich uit over de voormelde stukken en kunnen zij onder het verschoningsrecht van de respectievelijke advocaten worden geschaard.

Bij de stukken bevinden zich kopieën van originele akten van oprichting en overdracht van onroerende zaken. Deze akten bevatten openbare informatie. Niettemin zal de rechter-commissaris het standpunt van de geheimhouders respecteren en deze stukken beschouwen als geheimhouderstukken, waarop het verschoningsrecht van toepassing is.

Voorwerp van strafbaar feit of tot het begaan daarvan hebben gediend

Op de gronden zoals hiervoor ten aanzien van de Nederlandse notarissen en advocaten omschreven merkt de rechter-commissaris alle na te melden geschriften aan als voorwerp van strafbaar feit of tot het begaan daarvan hebben gediend.

Toestemming

Namens advocaat 6, lawyer te Spanje, heeft advocaat 7, per e-mail heeft laten weten dat de van advocaat 6 afkomstige documenten geen geheim- houdersstukken betreffen en dat hij toestemming zou geven voor inbeslagname.

Conclusie

De conclusie is dat er geen beletsel is voor de officier van justitie om de volgende stukken in het onderzoek te gebruiken:

  • De stukken ten aanzien waarvan de geheimhouders toestemming voor inbeslagname zouden hebben gegeven;
  • De stukken die worden aangemerkt als geen geheimhouderstuk;
  • De stukken die worden aangemerkt als geschriften die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of daartoe hebben gediend;

De stukken ten aanzien waarvan de geheimhouders toestemming voor inbeslagname zouden hebben gegeven zullen ter beschikking van de officier van justitie worden gesteld. De stukken die onder de geheimhoudingsverplichting en het verschoningsrecht vallen zullen worden geretourneerd aan de beslagene.

De overige hiervoor genoemde stukken zullen nog gedurende twee weken na dagtekening van deze beschikking in de kluis worden bewaard, zulks om belanghebbenden gelegenheid te geven beklag te doen op de voet van artikel 552a e.v. van het Wetboek van Strafvordering. Alle geheimhouders in Nederland zijn per heden in kennis gesteld van deze beslissing door toezending van een beslissing die ziet op de van hen afkomstige geheimhouderstukken. Het streven is om de buitenlandse geheimhouders zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van de beslissing.

Het is aan de officier van justitie om te beslissen of de stukken als processtukken worden aangemerkt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF