Verweer uitsluiting DNA-bewijs wegens onbetrouwbaarheid verworpen

Rechtbank Noord-Holland 11 februari 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1026

Verdachte heeft een 51-jarige vrouw een vreselijke dood laten sterven. Het slachtoffer is op gruwelijke wijze door verdachte, die zij in haar eigen woning had gelaten in het kader van haar werk als prostituee, doodgeslagen in haar eigen woning. Verdachte heeft het slachtoffer meerdere malen gestompt, geslagen en geschopt. Het slachtoffer heeft daarbij letterlijk alle hoeken van haar slaapkamer gezien. Verdachte heeft het slachtoffer ook vastgebonden met duct tape en op de grond geworpen, kennelijk om haar te bewegen te vertellen waar zij het geld had dat zij in een kluis in haar woning zou hebben.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen nu

het DNA-bewijs dat is verkregen als gevolg van sporenonderzoek onbetrouwbaar moet worden geacht en voor het overige onvoldoende bewijs in het strafdossier aanwezig is om te kunnen vaststellen dat verdachte de dader is geweest van het gewelddadig overlijden van slachtoffer 1. De raadsman heeft hiervoor gewezen op de geconstateerde contaminatie van sporen. Het DNA-profiel van een persoon genaamd persoon is aangetroffen op de in de woning van slachtoffer 1 aangetroffen rol duct tape, terwijl deze persoon rond het moment van het geweldsmisdrijf op slachtoffer 1 uit andere hoofde gedetineerd zat. Door onzorgvuldig sporenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft deze contaminatie van sporen kunnen plaatsvinden. De resultaten van dit onderzoek Cronjé zijn daarom niet langer als betrouwbaar te beschouwen en kunnen niet tot het bewijs dienen. Het aangetroffen DNA-spoor in het spoor met SIN-nummer AAEZ1684NL bevat een dusdanig kleine hoeveelheid celmateriaal van verdachte dat dit eveneens door contaminatie, of bij eerder bezoek van verdachte kan zijn achtergelaten. Het zelfde geldt voor het spoor met SIN-nummer AAEZ1704NL. Bij uitsluiting van het DNA-bewijs is voor het overige onvoldoende bewijs in het strafdossier aanwezig om het ten laste gelegde te bewijzen en verdachte moet daarom worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank stelt voorop dat zeer zorgvuldig met DNA-bewijs moet worden omgegaan. Ondanks strenge protocollen en procedurele normeringen heeft er in onderhavige strafzaak een contaminatie van het spoor met SIN-nummer AAEZ1730NL plaatsgevonden.

Het NFI heeft op verzoek van de rechtbank onderzoek gedaan naar de wijze van totstandkoming van deze contaminatie. In het door het NFI hierover opgestelde rapport is uiteengezet dat enkele dagen eerder dan het onderhavige DNA-onderzoek startte met betrekking tot celmateriaal van verdachte, op dezelfde onderzoekstafel onderzoek naar kleding van persoon heeft plaats gevonden. Omdat deze kleding een extreem hoge concentratie DNA bevatte die afkomstig was van persoon en het schoonmaken van de onderzoekstafel kennelijk onvoldoende nauwkeurig is gebeurd, is waarschijnlijk celmateriaal afkomstig van persoon in de bemonstering AAEZ1730#01 van verdachte terecht gekomen. Aldus is waarschijnlijk sprake geweest van laboratorium contaminatie. Het NFI heeft verder ook vastgesteld dat er geen reden is om aan te nemen dat de overige DNA-profielen van het sporenmateriaal in onderzoek Cronjé ontstaan zouden zijn door contaminatie van celmateriaal dat afkomstig kan zijn van onderzoeksitems van verdachte, nu er in die periode geen ander onderzoek ten aanzien van verdachte bij het NFI heeft plaatsgevonden, van waaruit contaminatie zou kunnen zijn opgetreden.

De rechtbank is, gelet op de resultaten van het door het NFI verrichte onderzoek naar de contaminatie van een spoor van oordeel dat, hoewel het sporenmateriaal met SIN-nummer AAEZ1730NL is gecontamineerd, het nog steeds mogelijk is betrouwbare uitspraken over de bemonsteringen in onderzoek Cronjé te doen. De resultaten van het DNA-onderzoek van het NFI dienen derhalve niet te worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank verwerpt dan ook het gedane verweer tot bewijsuitsluiting.

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF