Veroording voor het feitelijk leiding/opdracht geven aan bedrieglijke bankbreuk door twee rechtspersonen

Rechtbank Almelo 23 juli 2012, LJN BX2350

Verdachte staat in eerste aanleg terecht voor het samen met anderen plegen van bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) doordat hij in het (zicht van het) faillissement o.a. goederen aan de boedel heeft onttrokken, schuldeisers heeft bevoordeeld en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht. Voorts wordt verdachte deelname aan een criminele organisatie ten laste gelegd.

De OvJ heeft gevorderd dat de genoemde feiten bewezen worden verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

De rechtbank is van oordeel dat deelname aan een criminele organisatie niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, omdat niet is gebleken dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat als oogmerk het plegen van misdrijven had. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd.

Met betrekking tot de strafoplegging neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich als tussenpersoon en vertegenwoordiger voor medeverdachte bezig gehouden met de aankoop van twee rechtspersonen die in financiële problemen verkeerden. Verdachte heeft alle onderhandelingen en besprekingen in verband met beide overnames gevoerd. De overdracht van de aandelen vond plaats voor een symbolisch bedrag van € 1,-. Daarnaast zijn door de aandeelhouder/bestuurder bedragen van € 10.000,-- en € 12.500,-- voor de overnames betaald, van welke bedragen telkens een substantieel deel bij verdachte terecht is gekomen.


Na de overnames hebben onzakelijke onttrekkingen aan het vermogen van beide rechtspersonen plaatsgevonden, waardoor de schuldeisers van de rechtspersonen benadeeld zijn. Beide rechtspersonen zijn failliet verklaard. Door zo te handelen heeft verdachte, samen met medeverdachte W, de gemeenschap veel schade toegebracht. Het wettelijke systeem rond faillissementen is geweld aangedaan. Het vertrouwen in een goede en integere afwikkeling van faillissementen is geschonden.


De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

 

Nicole Priems
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF