Veroordelingen voor oplichting met obligatiefondsen

Een 66-jarige man uit Soest is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar voor onder meer oplichting met obligatiefondsen in Duits vastgoed. De man wordt door de rechtbank gezien als de initiator van de oplichting. Ook zijn vrouw en zoon en drie medewerkers werden veroordeeld.

Obligatiefondsen

Honderden beleggers investeerden in totaal 24 miljoen euro in de fondsen Hypothecaire Vastgoed Obligaties (HVO), Duitse Investeringsmaatschappij Holland B.V.(DIM), Duits Participatiefonds B.V. (DPF) en Weststaete. Het was de bedoeling dat de inleg gebruikt zou worden voor het aankopen van vastgoedobjecten in Duitsland. Vastgoed werd echter maar in beperkte mate gekocht en geld werd doorgesluisd naar andere fondsen of voor andere (privé)doelen gebruikt.

Prospectussen

In de prospectussen werd onder meer beweerd dat de beleggingen een zeer gering risico en hoge rendementen kenden en dat er onafhankelijk toezicht werd uitgeoefend. Door op deze manier zekerheden en informatie aan beleggers voor te spiegelen, terwijl de verdachte wist dat deze niet bestonden of op geen enkele wijze waargemaakt zouden worden, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan oplichting.

Zoon en echtgenote

De 32-jarige zoon van de hoofdverdachte, die aan de oplichting meewerkte werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. De echtgenote van de man werd veroordeeld tot een gevangenisstraf (die ze al in voorarrest heeft uitgezeten) en een werkstraf wegens valsheid in geschrift. Eén verdachte werd vrijgesproken.

BV’s

Ook een groot aantal vennootschappen die door de verdachten bestuurd werden, waren gedagvaard. De rechtbank kon gezien het bewijs aan deze rechtspersonen geldboetes opleggen, maar omdat de BV's inmiddels allemaal failliet zijn, zou een boete ten koste gaan van de boedel en daarmee de slachtoffers benadelen. Daarom legde de rechtbank in al deze zaken geen straf op.

Slachtoffers

In het strafproces hadden zich 391 benadeelde partijen gevoegd. De vorderingen van deze partijen zijn al tijdens de zitting in september dit jaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat ze een te grote belasting voor het strafproces vormden. Slachtoffers kunnen hun vordering wel bij de curator indienen.

Lees de volledige uitspraken:

 

Print Friendly and PDF