Veroordeling wegens valselijk opmaken van verkeersregelaarspassen om ongecertificeerde verkeersregelaars in te kunnen zetten

Rechtbank Amsterdam 6 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2414

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van verkeersregelaarspassen om ongecertificeerde verkeersregelaars in te kunnen zetten op opdrachten. 

Deze verkeersregelaars hebben de cursus die ze hadden moeten volgen om gecertificeerd te worden niet gevolgd. Daarmee heeft verdachte in elk geval risico’s voor de verkeersveiligheid in het leven geroepen; verkeersregelaars moeten immers niet voor niets zo’n cursus volgen. Ten slotte is sprake geweest van oneerlijke concurrentie, nu andere bedrijven die verkeersregelaars inzetten wél gecertificeerde en opgeleide mensen leveren en daarvoor kosten maken, die verdachte niet heeft gemaakt en niet heeft willen maken.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft als standpunt naar voren gebracht, onder verwijzing naar haar pleitaantekeningen, dat de ten laste gelegde periode te ruim is, in die zin dat er geen bewijs is voor de gehele periode. Zo heeft getuige verklaard dat buiten het incident op 28 november 2014 nooit problemen zijn geweest met naam BV Volgens de raadsvrouw betekent dit dat slechts de periode na 28 november 2014 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Verder heeft de raadsvrouw bepleit dat de Stichting Verkeersregelaars Nederland onderzoek heeft gedaan naar de geldigheid van 31 verkeersregelaarspassen. Hieruit is gebleken dat niet 31 maar 19 personen zonder geldige verkeersregelaarsbevoegdheid door naam BV zijn ingezet.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte sprake is van een bekennende verdachte, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

In het proces-verbaal van verhoor heeft verdachte verklaard dat hij sinds 8 juni 2011 de uiteindelijke enig aandeelhouder en bestuurder is van naam BV en dat hij de verkeersregelaarspassen eerder heeft gemaakt dan in oktober/november 2014 (bewijsmiddel 2). Met de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat de periode van 22 juni 2011 tot en met 9 februari 2016 bewezen kan worden verklaard.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte 23 aanstellingscertificaten, namelijk alle aanstellingscertificaten met spelfouten in de titel en plaats van afgifte en/of alle aanstellingscertificaten die op naam zijn gesteld van mensen die onbekend zijn bij SVNL, valselijk heeft opgemaakt en opzettelijk heeft gebruikt. De stelling van de verdediging dat alleen de 19 certificaten die op naam zijn gesteld van mensen die (dossierpagina 142) onbekend zijn bij SVNL valselijk zijn opgemaakt gaat niet op, nu vast staat dat voor enkele mensen, die wél bekend waren bij SVNL (te weten: persoon 8 , persoon 9 en persoon 28 ) toch valse certificaten zijn opgemaakt, aangezien deze duidelijk als zodanig te herkennen zijn aan de spelfouten; en ook de pas op naam van persoon 17 was, terwijl hij niet wordt genoemd op de lijsten op dossierpagina’s 141 en 142, evident vals, aangezien ook die aan de spelfouten te herkennen is.

Bewezenverklaring 

Valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Gelet op de hoeveelheid valse passen en de lange periode waarin verdachte passen heeft vervalst, zou oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede liggen. Aangezien verdachte evenwel niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, ziet de rechtbank, net als de officier van justitie, aanleiding om verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden plus een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen. Tevens weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee in deze straf; op deze wijze wordt zijn financiële situatie niet verslechterd door detentie. Omdat de rechtbank iets minder bewezen acht dan de officier van justitie, komt zij tot een iets lagere taakstraf te weten 160 uur in plaats van de geëiste 180 uur.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly and PDF ^