Veroordeling wegens opzettelijk doen van onjuiste aangiften Omzetbelasting: houding verdachte wordt als strafverzwarend aangemerkt

Rechtbank Amsterdam 2 augustus 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6173

Verdachte heeft in het kader van zijn eenmanszaak en als feitelijk leidinggever van een vennootschap gedurende een aantal jaren opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan. Hij heeft daartoe op inventieve wijze telkens een groot deel van zijn omzet buiten het zicht van de Belastingdienst gehouden. Door het niet verantwoorden van de omzet die wel was gegenereerd is er een omzetbelasting-nadeel van in totaal € 371.299,- ontstaan. Kennelijk om dit te verhullen heeft hij geen deugdelijke administratie gevoerd, ten gevolge waarvan tevens een inkomstenbelasting-nadeel is ontstaan, dat door de Belastingdienst op een bedrag van € 868.869,- is begroot.

Verdachte heeft zich van bovenstaande kennelijk geen enkele rekenschap gegeven. Ook heeft hij geen enkel berouw getoond. Integendeel, verdachte roept via verschillende media anderen op om geen belasting te betalen. Gelet hierop moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte, als hij de kans krijgt, weer dit soort strafbare feiten zal plegen. Bovendien probeert hij anderen aan te zetten tot het plegen van dezelfde soort strafbare feiten, hetgeen een ontwrichtende werking heeft voor de samenleving. Deze houding van verdachte wordt uitdrukkelijk als strafverzwarend aangemerkt.

Blijkens een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juni 2016 is verdachte eerder veroordeeld, waarvoor hij thans in een proeftijd loopt, maar niet voor soortgelijke feiten.
 

Bewezenverklaring 

  • Feit 1: feitelijk leiding geven aan het opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
     
  • Feit 2: het opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
     
  • Feit 3: feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk een feit begaan, omschreven in artikel 68, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
     

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF