Veroordeling wegens opzetheling en voordeel trekken uit bijstandsfraude in de vorm van samenwoonfraude

Rechtbank Noord-Holland 12 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11788

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling door in de periode van ruim vijf jaar feitelijk samen te wonen met medeverdachte en gebruik te maken van de voorzieningen en levensmiddelen in de woning, waar op dat moment alleen medeverdachte ingeschreven stond met hun twee kinderen en die een uitkering op basis van de Wet Werk en Bijstand ontving, naar de maatstaf van alleenstaand ouder ontving.

Met het opgeven van onjuiste informatie aan de gemeente Haarlem, op basis waarvan deze gemeente het recht op, de duur en hoogte van haar bijstandsuitkering heeft vastgesteld, heeft medeverdachte de gemeente voor circa € 85.500,- benadeeld, geld waarvan ook verdachte in die periode genoten en geprofiteerd heeft, zonder dat de gemeente heeft kunnen toetsen of verdachte aan de voorwaarden voldeed om (van) een dergelijke uitkering te kunnen (mee)genieten.

Verdachte wist dat medeverdachte een uitkering voor een alleenstaande ouder genoot, hijzelf niet ingeschreven stond op het adres en was voorts op de hoogte van de vervolging en veroordeling van medeverdachte voor het plegen van een vergelijkbare uitkeringsfraude in de periode van 2000 t/m 2006. Dit alles heeft verdachte er niet van weerhouden voordeel te trekken uit de uitkeringsfraude die medeverdachte (wederom) heeft gepleegd. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

In weerwil van hetgeen door verdachte is bepleit ten aanzien van de ernst van het feit, namelijk dat als hij zich wel had ingeschreven zij een hoger bedrag aan WWB-uitkering zouden hebben ontvangen, namelijk gezinsbijstand, overweegt de rechtbank als volgt. De gemeente Haarlem is wel degelijk financieel benadeeld door het handelen van verdachte en medeverdachte. Op basis van de door medeverdachte onjuist verstrekte gegevens, is immers ten onrechte het recht op een bijstandsuitkering, alsmede de duur en hoogte daarvan vastgesteld. Verdachte heeft aangegeven te weten dat medeverdachte een bijstandsuitkering ontving en was tevens op de hoogte van haar veroordeling voor hetzelfde feit in 2009, maar heeft zich desalniettemin schuldig gemaakt aan opzetheling door van haar alleenstaande ouder-uitkering te leven, zonder de uitkerende instantie de mogelijkheid te geven te controleren of hij wel aan de bijbehorende voorwaarden voor een dergelijke uitkering voldeed. Het kan immers niet uitgesloten worden dat, indien verdachte zich wel had ingeschreven en zijn partner de juiste gegevens had opgegeven aan de gemeente Haarlem, de vaststelling van het recht op een WWB-uitkering, de duur en de hoogte daarvan helemaal niet voordeliger voor hen was geweest. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard in de ten laste gelegde periode ook inkomsten uit eigen werkzaamheden te hebben genoten. Mede om die reden bestaat de plicht om de juiste gegevens te verstrekken aan de uitkerende instantie en is het nalaten dit te doen, alsmede heling van de opbrengst van die fraude, wel degelijk een ernstig strafbaar feit en een feit waar dan ook – uit het oogpunt van normhandhaving en preventie – zware straffen op staan.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

Rechtbank Noord-Holland 12 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11786

Medeverdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Zij heeft gedurende een lange periode, namelijk van maart 2008 tot en met september 2013 onjuiste informatie verstrekt aan de gemeente Haarlem, die op basis van die onjuiste informatie haar een uitkering op basis van de Wet Werk en Bijstand heeft verleend. Medeverdachte heeft hiertoe ruim vijf jaar lang op de daartoe bestemde formulieren onjuiste opgave gedaan van haar woonsituatie en het beeld in het leven geroepen dat medeverdachte niet bij haar inwoonde, terwijl dit wel het geval was. Het handelen van medeverdachte had als gevolg dat de uitkeringsinstantie in onvoldoende mate heeft kunnen beoordelen of en in welke mate zij recht had op een uitkering, wat heeft geleid tot een aanzienlijk benadelingsbedrag, dat is vastgesteld op circa € 85.500,-. De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat medeverdachte in 2009 is veroordeeld voor hetzelfde feit met een pleegperiode van 2000 tot en met 2006 en dat deze veroordeling haar er kennelijk niet van heeft weerhouden om daarna nog steeds na te laten de gemeente de correcte gegevens te verstrekken, op basis waarvan haar bijstandsuitkering werd vastgesteld en verstrekt. Hieruit blijkt dat medeverdachte, tegen beter weten in, weigert het strafwaardig karakter van haar handelen in te zien of zich te laten beïnvloeden door de eerder opgelegde en uitgevoerde taakstraf. Een dergelijke handelwijze ondermijnt het stelsel van sociale zekerheid en de onderlinge solidariteit waarop degenen die daar terecht aanspraak op maken en zich wel aan de daarvoor geldende regels houden, moeten kunnen rekenen. De rechtbank rekent dit medeverdachte zwaar aan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF