Veroordeling wegens oplichting: Hof komt tot andere straf dan Rb. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou verdiencapaciteit in de weg staan en dus de verhaalsmogelijkheden voor gedupeerden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1647 Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank betreffende de bewezenverklaring van oplichting van een groot aantal personen die op Marktplaats.nl hadden geadverteerd onder de rubriek “te koop gevraagd”.

De verdachte en zijn raadsman hebben zich ter terechtzitting van het hof van 5 februari 2016 beperkt tot het voeren van een strafmaatverweer. Een bewijsverweer is in hoger beroep niet (meer) gevoerd.

Verdachte heeft 143 personen opgelicht. In de meeste gevallen nam verdachte uit eigen beweging contact op met personen die via Marktplaats.nl een bepaald goed zochten. Nadat verdachte contact met deze personen had opgenomen, creëerde hij een sfeer van vertrouwen bij de slachtoffers, door onder andere te vertellen dat het goed toebehoorde aan zijn overleden vader of moeder. Daarna liet hij hen in goed vertrouwen het geld overmaken, maar de door de aangevers gekochte goederen werden nimmer geleverd. Zoals verdachte zelf heeft verklaard was hij hier op een gegeven moment dagelijks mee bezig. Gelet op de soms zeer omvangrijke e-mailwisselingen met aangevers, mag ook wel worden aangenomen dat verdachte hier op verschillende dagen een dagtaak aan had.

Verdachte heeft met deze gedragingen welbewust anderen benadeeld, kennelijk met geen ander doel dan zijn eigen financieel gewin. Verdachte heeft daarmee het vertrouwen van aangevers beschaamd en - meer in het algemeen - het vertrouwen aangetast dat personen in elkaar moeten en kunnen hebben bij het deelnemen aan het handelsverkeer via internet.

Verdachte heeft met zijn handelwijze in ongeveer een jaar ruim € 24.000 verdiend.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor oplichting. Uit het recÏasseringsrapport komt naar voren dat verdachte vanaf zijn vroege jeugd gedragsproblemen heeft gehad, zonder dat duidelijkheid bestaat over de oorzaken daarvan en vanaf zijn 20e verslaafd is aan cocaïne.

De rechtbank heeft opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij GGZ Reclassering in Den Haag en een ambulante behandelverplichting bij een forensische polikliniek van Palier of een polikliniek van de GGZ.

Het hof sluit zich grotendeels aan bij de strafmotivering van de rechtbank, maar komt in de staart daarvan tot de oplegging van een wezenlijk andere strafmodaliteit dan de rechtbank.

Het hof komt hiertoe omdat het hof - evenals de advocaat-generaal - een zwaarwegend belang toekent aan het optimaliseren van de kans dat de gedupeerden hun geld zo veel mogelijk terug zullen krijgen van de verdachte. Daarmee wordt immers evenzeer recht gedaan aan het aantal en de ernst van de door de verdachte gepleegde oplichtingszaken, zij het niet zo zeer op het punt van vergelding maar meer op het punt van de mogelijke financiële genoegdoening van de gedupeerden. Alhoewel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hier in beginsel zonder meer passend zou zijn, is dat in dit geval een minder geschikte vorm van bestraffing. Een dergelijke straf kan immers behoorlijk in de weg staan aan de verdiencapaciteit van de verdachte en aan de verhaalsmogelijkheden voor de gedupeerden. De gedupeerden hebben er uiteindelijk niets aan wanneer de verdachte na het uitzitten van zijn gevangenisstraf op zwart zaad zit en zij naar hun centen kunnen fluiten.

De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof van 5 februari 2016 stellig toegezegd dat hij er alles aan zal doen om alle gedupeerden schadeloos te stellen. Hij heeft erkend dat dit nog een hele opgave voor hem gaat worden in de komende jaren, maar heeft tevens aangegeven dat hij hier niet voor weg wil draaien en dat hij daartoe voldoende verdiencapaciteit kan genereren wanneer zijn thans in de opstartfase verkerende bedrijf goed van de grond komt.

Het hof heeft er tevens acht op geslagen dat de verdachte heeft verklaard dat hij is afgekickt van zijn jarenlange stevige verslaving aan cocaïne, dat de Reclassering hem ondergebracht heeft bij Palier en dat hij een nieuw (gezins)leven heeft opgebouwd.

Deze wending ten goede in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte lijkt te worden geïllustreerd door het uitblijven van nieuwe contacten met de politie en justitie.

Dit alles maakt dat de oplegging van de bijzondere voorwaarden die de rechtbank heeft verbonden aan het voorwaardelijk strafdeel thans niet meer aangewezen is.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaren met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 240 uur. 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF