Veroordeling wegens niet (tijdig) deponeren van jaarrekening. Beroep op psychische overmacht verworpen: vrees misbruik door criminelen destijds niet oorzaak niet deponeren, maar tijdgebrek.

Gerechtshof Amsterdam 19 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4153

De verdachte heeft niet uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening van dat boekjaar openbaar gemaakt door nederlegging van de jaarrekening ten kantore van het handelsregister. 

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de verdachte haar jaarrekeningen niet heeft gedeponeerd omdat het risico dat criminelen misbruik maken van de bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde bedrijfsinformatie te groot is. De verdachte weigert aldus om principiële redenen de verkorte balans te deponeren.

Het hof verstaat dit verweer als een beroep op psychische overmacht. Dit verweer strandt reeds op de omstandigheid dat de vrees voor misbruik van de te deponeren informatie door criminelen destijds voor de verdachte niet de reden was voor het begaan van de ten laste gelegde overtreding.

Dit blijkt uit de verklaring van de vertegenwoordiger van de verdachte afgelegd ten overstaan van de verbalisant op 17 november 2014. Hij verklaarde dat hij wist dat op de verdachte de wettelijke verplichting rustte om de jaarstukken te deponeren, maar dat dit er door tijdgebrek en drukke werkzaamheden voor klanten bij is ingeschoten.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de vertegenwoordiger van de verdachte verklaard, dat hij zich inderdaad pas later heeft bedacht dat er overwegende bezwaren van principiële aard kleven aan het nakomen van de publicatieverplichting.

Voor zover het verweer zo zou moeten worden begrepen, dat de verdachte zich beroept op onverbindendheid van de verplichting tot deponering die is opgenomen in artikel 2:394 van het Burgerlijk Wetboek wegens strijd met een hoger belang, geldt dat het verweer onvoldoende is onderbouwd.

Ten overvloede wordt nog het volgende overwogen.

Destijds is ervoor gekozen, de door de verdachte gevoerde onderneming onder te brengen in een besloten vennootschap. Dit heeft voordelen en nadelen. Een van de gevolgen van het onderbrengen van een onderneming in een besloten vennootschap is, dat de vermogenspositie van de ondernemer minder transparant is. Dit gebrek aan transparantie wordt, in het belang van het handelsverkeer, door de deponeringsverplichting enigszins gemitigeerd. Namens de verdachte zijn geen valide redenen aangevoerd waarom het bieden van de beperkte transparantie, die door nakoming van de bestreden wetsbepaling wordt bewerkstelligd, in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd.

Bewezenverklaring

  • Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2:394 van het Burgerlijk Wetboek, begaan door een rechtspersoon.

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 900,00 waarvan € 300,00 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 


Lees hier de volledige uitspraak.
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF