Veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan het zonder vergunning uitvoeren van een hoeveelheid tritium(gas)

Gerechtshof Arnhem 22 januari 2013, LJN BY9127 De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven van het door zijn rechtspersoon medeplegen van de export van een hoeveelheid tritium(gas), terwijl de daarvoor benodigde vergunning ontbrak. Het transport betrof een retourzending tritium(gas) aan de leverancier. De verdachte heeft met zijn handelen de regelgeving die op dit gebied geldt niet in acht genomen en ten onrechte radioactief materiaal laten verzenden zonder vergunning.

Standpunt raadsman

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had om tritium(gas) zonder vergunning Nederland uit te voeren.

Voorts is betoogd dat de Verordening (EG) Nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik slechts betrekking heeft op een hoeveelheid van 40 Ci of meer, zodat de verdachte ten minste voor een deel van de tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken aangezien daarin ook 5 hoeveelheden van 10 Ci zijn opgenomen.

Oordeel hof

Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte bewust de kans dat het tritium(gas) zonder vergunning uitgevoerd zou worden heeft aanvaard of op de koop toe heeft genomen. De verdachte is er van uit gegaan dat een vergunning, zo die vereist was, door getuige (aan wiens bedrijf het transport was uitbesteed) zou worden aangevraagd en dat deze t.t.v. de export aanwezig zou zijn. Aldus is het hof van oordeel dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het zonder vergunning uitvoeren van het betreffende tritium(gas).

Naar het oordeel van het hof is bewezen dat B.V. X tritium(gas) heeft geëxporteerd, terwijl de daarvoor benodigde vergunning ontbrak (de overtreding). Bovendien kan deze (verboden) gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon B.V. X worden toegerekend: Een transport van tritium(gas) valt binnen de bedrijfsomschrijving, terwijl het transport de B.V. dienstig was en de B.V. erover mocht beschikken of het transport al dan niet zou plaatsvinden.

De verdachte, blijkens het Uittreksel van de Kamer van Koophandel van B.V. X van 17 juli 2009, de enige bestuurder van het bedrijf en als zodanig alleen/zelfstandig bevoegd, was bevoegd en redelijkerwijs gehouden om de verboden gedraging te voorkomen. De verdachte heeft zich, door in die hoedanigheid onvoldoende navraag te (blijven) doen over de vraag of de vergunning indien nodig inderdaad ook was afgegeven en informatie in te winnen, als opdrachtgever schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde overtreding. Het enkele feit dat verdachte de export heeft uitbesteed aan een ander doet daar niet aan af, ook al zou die ander een gespecialiseerde onderneming zijn.

Voor zover is betoogd dat de Verordening voor tweeërlei gebruik slechts betrekking heeft op hoeveelheden van 40 Ci of meer, moet volgens het hof uit de toepasselijke regelgeving worden afgeleid dat de uitzondering die in de noot is genoemd alleen geldt voor producten en toestellen die de stof tritium in welke vorm dan ook bevatten en ziet deze niet ook op stof zelf, ook niet wanneer een partij tritium in kleine eenheden is verpakt. Het verweer wordt om die reden verworpen.

Bewezenverklaring

Het bewezen verklaarde levert op feitelijk leiding geven aan door een rechtspersoon begaan van medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens art. 3:1 Algemene Douanewet.

Beroep op rechtsdwaling

De raadsman heeft betoogd dat bij de verdachte alle schuld afwezig was, omdat hij heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de gedraging. De verdachte is afgegaan op het advies van een instantie waaraan zodanig gezag en deskundigheid valt toe te kennen dat hij in redelijkheid op de deugdelijkheid van het oordeel mocht vertrouwen. Verzocht is om de verdachte van alle rechtsvervolging te ontslaan.

Standpunt OM

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat een beroep op rechtsdwaling alleen kan slagen indien de verdachte in het geheel geen verwijt valt te maken. De advocaat-generaal heeft daarbij onder meer gewezen op de rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake Probo Koala. Tevens heeft hij erop gewezen dat de verdachte in dit geval niet is geadviseerd over het al dan niet benodigd zijn van een vergunning. Het beroep op rechtsdwaling gaat niet op volgens de advocaat-generaal.

Oordeel hof

Uit het dossier blijkt dat de verdachte het bedrijf [B.V. Y] heeft ingeschakeld om een retourzending van tritium(gas) te verrichten. Hoewel de verdachte heeft verklaard dat dit een gerenommeerd bedrijf betreft, is gesteld noch gebleken dat dit bedrijf een onafhankelijke en onpartijdige adviseur is op dit gebied en een specifieke deskundigheid bezit ten aanzien van de vergunningen die benodigd zijn voor het transport van goederen als in het onderhavige geval. Ook blijkt niet dat de verdachte daadwerkelijk en expliciet door dit bedrijf is geadviseerd over de vergunningen die nodig zijn voor zo een export van tritium(gas), welke materie op zichzelf wel als complex is aan te merken. De verdachte is zelf echter al een aantal jaren actief in deze branche, zodat dit argument – mede bezien in hetgeen hiervoor is opgemerkt over de andere van belang zijnde factoren – niet doorslaggevend is geacht. Het handelen van de verdachte was derhalve wederrechtelijk en het beroep op rechtsdwaling faalt.

Beroep op feitelijke dwaling

Voor zover nog is betoogd dat de verdachte heeft gedwaald ten aanzien van de feiten, omdat hij niet wist of een vergunning was aangevraagd en/of aanwezig, is het hof van oordeel dat dit verweer eveneens faalt. Het had op de weg van de verdachte gelegen om na te gaan of een vergunning aanwezig was voor de export van de producten. De verdachte heeft onvoldoende zorg betracht om op de hoogte geraken van de eisen die de wet stelt aan export van het tritium(gas en aldus te voorkomen dat het transport zou worden uitgevoerd zonder de benodigde vergunning.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Strafoplegging

Het hof heeft in voornoemde omstandigheden aanleiding gezien om een geheel voorwaardelijke geldboete van € 10.000.- op te leggen. De ernst van het feit brengt met zich dat toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zoals verzocht door de raadsman, niet aan de orde kan zijn.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF