Veroordeling wegens bijstandsfraude. Rb houdt rekening met inactieve houding gemeente Veenendaal, waardoor situatie gedurende een zeer lange periode heeft kunnen voortduren.

Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:945

Verdachte en medeverdachte zijn sinds 1993 met elkaar gehuwd.Uit onderzoek naar het bijstandsdossier van sociale zaken blijkt dat verdachten vanaf 8 januari 2001 een bijstandsuitkering ontvingen. In eerste instantie was dit in de vorm van een Wet Werk en Bijstand-uitkering, die op 1 februari 2009 werd omgezet in een Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen-uitkering, in de vorm van een maandelijkse uitkering en een lening. Op 1 augustus 2009 is de bijstandsuitkering van verdachten door de gemeente Veenendaal ingetrokken en teruggevorderd.

Verdachten worden ervan verdacht dat zij gedurende de periode dat zij een bijstandsuitkering ontvingen bij de volgende bedrijven betrokken zijn geweest:

  • Restaurant te Nijmegen, in de periode van 14 januari 2001 tot 7 augustus 2002;
  • Café te Beuningen, in de periode van 12 augustus 2002 tot 15 juli 2004;
  • Klussenbedrijf, in de periode van 6 september 2002 tot 3 maart 2003;
  • Klussen, in de periode van 1 april 2009 tot het einde van de ten laste gelegde periode;
  • Restaurant te Veenendaal, in de periode van 1 maart 2009 tot het einde van de ten laste gelegde periode

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van strafrechtelijk verwijtbaar handelen van verdachte. Op de inkomstenverklaringen moet aangegeven worden welke inkomsten iemand gehad heeft. Verdachte en zijn echtgenote hebben dit zo uitgelegd dat zij pas inkomsten moesten opgeven op het moment dat zij deze ook daadwerkelijk hadden ontvangen. Verdachte en zijn echtgenote hebben echter nooit daadwerkelijk inkomsten ontvangen.

Voorts zijn verdachte en zijn echtgenote tegenover de gemeente steeds open geweest over hun plannen met betrekking tot eventueel te starten ondernemingen of eventueel te ontplooien activiteiten. Dit kan vastgesteld worden aan de hand van de verslagen van het re-integratiebureau, bijvoorbeeld op pagina’s 765 en 862 van het dossier. De verdediging heeft aangevoerd dat er derhalve bij verdachte en zijn echtgenote geen sprake is geweest van het opzettelijk nalaten de benodigde gegevens te verstrekken.

Het oordeel van de rechtbank

Formulieren

Door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Veenendaal is aan verdachte en medeverdachte tot 1 september 2005 maandelijks een formulier verstrekt voor de verstrekking van gegevens. Door middel van dit formulier moeten vragen beantwoord worden en/of eventuele veranderingen aangegeven worden.Verdachte heeft op de formulieren voor de verstrekking van gegevens van de gemeente Veenendaal van 1 oktober 2001 tot en met 31 maart 2005 ingevuld dat er geen wijziging waren in het inkomen van hemzelf en zijn echtgenote medeverdachte. De formulieren zijn zowel door verdachte als door medeverdachte ondertekend.

Vanaf 1 april 2005 tot 1 augustus 2009 zijn verdachte en medeverdachte verplicht om wijzigingen door middel van een wijzigingsformulier WWB door te geven. Bij het ingestelde dossieronderzoek werd in het dossier van verdachte en medeverdachte geen wijzigingsformulier aangetroffen.

Op grond van de door verdachte en medeverdachte ingevulde gegevens heeft de gemeente Veenendaal de uitkering maandelijks gecontinueerd.

Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat zij en haar man ieder jaar een heronderzoeksformulier moesten invullen en ondertekenen. Zij hebben bij die formulieren fotokopieën van inschrijvingen van ondernemingen in het register van de Kamer van Koophandel overgelegd en melding gemaakt dat zij met de ondernemingen wilden starten. Van de gemeente kregen zij echter de opmerking dat zij moesten stoppen. Daarom hebben zij later niet bij de gemeente opgegeven dat ze met de ondernemingen waren begonnen. Medeverdachte heeft verklaard dat zij weet dat dit niet helemaal juist was.

Restaurant te Nijmegen

Op 14 februari 2001 heeft verdachte een huurovereenkomst gesloten ten behoeve van de horecabedrijfsruimte gelegen aan de adres te Nijmegen. Deze huurovereenkomst is door middel van een beëindigingsovereenkomst beëindigd per 1 augustus 2002.

Op 29 juni 2001 is tussen de heer A en medeverdachte een arbeidsovereenkomst gesloten, waarbij medeverdachte in dienst is getreden als werknemer bij restaurant te Nijmegen op 1 augustus 2001, voor een bruto salaris van NLG 2.550,- per maand.

Uit de handelsregisterhistorie van de Kamer van Koophandel blijkt dat restaurant van 23 augustus 2001 tot 1 maart 2002 op naam van medeverdachte heeft gestaan.

Op 1 oktober 2001 is tussen Exploitatie Maatschappij B.V. (exploitant) een exploitatieovereenkomst gesloten met medeverdachte (mede-exploitant), zaakdoende onder de naam te Nijmegen, ten behoeve van het plaatsen van twee kansspelautomaten. De netto-exploitatieopbrengsten van de speelautomaten worden tussen partijen verdeeld in de verhouding 50% voor de exploitant en 50% voor de mede-exploitant. Op 1 oktober 2001 zijn medeverdachte en verdachte met Exploitatie B.V. een schuldbekentenis aangegaan voor een bedrag van NLG 25.000,-. Op 1 oktober 2001 heeft naam Exploitatiemaatschappij B.V. een cheque van NLG 25.000,- uitgeschreven aan medeverdachte.

B heeft verklaard dat restaurant van verdachte was, maar dat de vergunningen op naam van zijn vrouw medeverdachte stonden, vanwege haar diploma sociale hygiëne. In de vier maanden dat B mede-eigenaar van het restaurant is geweest, haalde verdachte dagelijks geld uit de kassa. Voorts kreeg verdachte geld uit de omzet.

A heeft verklaard dat hij in 2001 samen met verdachte een restaurant heeft gehad te Nijmegen. Verdachte heeft een huurcontract voor dat pand afgesloten en bij de speelautomatenhandelaar een lening geregeld. A en verdachte hebben ongeveer vier maanden verbouwd en hebben het restaurant daarna geopend. Verdachte werkte in de bediening. Voorts heeft A verklaard dat verdachte en hij iedere dag NLG 50,- of 60,- uit de kassa haalden als loon.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij restaurant in 2001 heeft overgenomen van C. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij in 2001/2002 gedurende vijf à zes maanden heeft geklust in restaurant. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij een schuldbekentenis is aangegaan ter hoogte van NLG 25.000,- om de zaak te verbouwen. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat de gemeente Veenendaal hem vertelde dat hij niet in de Kamer van Koophandel ingeschreven mocht staan terwijl hij een bijstandsuitkering ontving en heeft de gemeente hem verteld dat hij zich moest uitschrijven.

Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat verdachte restaurant helemaal heeft verbouwd en dat ze daarna drie maanden open zijn geweest. Van de contactpersoon bij sociale zaken hoorden zij vervolgens dat ze zich moesten laten uitschrijven uit de Kamer van Koophandel, omdat een uitkering en een restaurant niet samen gingen. Voorts heeft medeverdachte verklaard dat zij een lening hebben afgesloten om de zaak te verbouwen.

Café te Beuningen

Op 12 augustus 2002 hebben verdachte en medeverdachte een huurovereenkomst gesloten ten behoeve van de bedrijfsruimte te Beuningen, ingaande per 1 maart 2003.

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat verdachte en medeverdachte op 21 januari 2003 als vennoten zijn toegetreden bij café te Beuningen.

Op 11 augustus 2003 is door de gemeente Beuningen aan verdachten verdachte en medeverdachte ten behoeve van Café een vergunning verleend voor het exploiteren van een horecabedrijf in het perceel te Beuningen, ingaande per 1 september 2003.

Op 30 mei 2003 zijn verdachte en medeverdachte een geldleningsovereenkomst aangegaan met Amusement B.V. voor een bedrag van € 30.000,-. Op 30 mei 2003, 25 juni 2003 en 27 augustus 2003 is door naam Amusement B.V. een bedrag van € 10.000,- gecrediteerd aan verdachte en medeverdachte, ten behoeve van de plaatsing van speelautomaten.

Op 1 juni 2004 heeft verdachtemedeverdachte met D een arbeidsovereenkomst gesloten, waarbijmedeverdachte per 12 juni 2004 als bedrijfsleidster in dienst is getreden bij Stadscafé te Beuningen. De in deze arbeidsovereenkomst afgesproken werktijden zijn dagelijks van 16:00 uur voor een bruto salaris van € 1850,- per maand.

E heeft verklaard dat verdachte in woonplaats een jongerencafé was begonnen, terwijl hij nog in een uitkering zat. Hij was al een paar maanden begonnen met het café en had zijn uitkering door laten lopen. E heeft verdachte daar op aangesproken.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het huurcontract voor café op zijn naam heeft gezet. Voorts heeft hij verklaard dat hij de lening van € 30.000,- heeft gebruikt voor de inrichting van het café en dat hij een deel van de lening in geld heeft gehad. Verdachte heeft het hele interieur aangepast en apparatuur geplaatst. De verbouwing was van augustus 2002 tot de opening in september 2003. Het café is open geweest tot november 2003. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij omzet heeft gedraaid en de opbrengsten van de speelautomaten in eerste instantie zelf eruit haalde.

Medeverdachte heeft bij de politie over café verklaard dat verdachte daar na restaurant een café heeft gehad. Verdachte is vijf maanden met de verbouwing van het pand bezig geweest. Voorts heeft medeverdachte verklaard dat F speelautomaten heeft geplaatst en dat zij als tegenprestatie een geldlening ontvingen. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel zou G op zijn naam zetten in verband met de uitkering van verdachte en medeverdachte. Voorts heeft medeverdachte verklaard dat hun WSNP werd gestopt, omdat zij voor de bewindvoerder hadden verzwegen dat zij een café hadden. Medeverdachte heeft tevens verklaard dat zij hun werkzaamheden als zelfstandige niet hebben doorgegeven aan de gemeente Veenendaal en dat zij wel weet dat zij deze werkzaamheden hadden moeten doorgeven.

Klusbedrijven:

Klussenbedrijf

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat Klussenbedrijf van 6 september 2002 tot 21 februari 2003 werd gedreven door verdachte.

Klussen

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat naam Klussen vanaf 1 april 2009 op naam van verdachte heeft gestaan.

H heeft verklaard eigenaar te zijn van bouwmarkt en verdachte te kennen omdat hij een deel van zijn bouwmaterialen bij naam haalde. H heeft verklaard dat verdachte het bouwbedrijf naam heeft. Voorts heeft hij verklaard dat verdachte als laatste restaurant naam aan de adres aan het verbouwen was en dat verdachte verbouwingen doet aan pizzeria’s en shoarmazaken. H heeft bouwmateriaal geleverd voor verbouwingen in Roermond, Beuningen en Nijmegen, waarbij de eigenaren van de zaken steeds met H afrekenden.

E heeft verklaard dat verdachte verschillende verbouwingen heeft gedaan, in ieder geval in Wageningen, Veenendaal en Beuningen.

Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat verdachte samen met I een verbouwing in Stadskanaal heeft gedaan. Het geld van de verbouwing werd verrekend met de openstaande huurschuld van café. De rest van het bedrag werd overgemaakt op de bankrekening van J. Dat geld was bedoeld voor verdachte.

Restaurant te Veenendaal

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat restaurant te Veenendaal vanaf 26 mei 2009 wordt gedreven door K.

K heeft verklaard dat verdachte en medeverdachte hem begin 2009 vertelden dat zij een nieuw restaurant wilden beginnen. In mei 2009 vertelde verdachte dat hij met de verbouwing bezig was en vroeg K om het restaurant voor een week op zijn naam te zetten. K is met verdachte naar de Kamer van Koophandel gereden en heeft het restaurant naam op zijn naam gezet. Ook het huurcontract heeft K op zijn naam gezet, omdat verdachte problemen met de gemeente had. Voorts heeft K verklaard dat verdachte de verbouwing van het pand heeft geregeld.

L heeft verklaard dat zij eigenaar is van het pand te Veenendaal. Omstreeks half februari 2009 hoorde zij dat er belangstelling was van een nieuwe huurder voor het pand. Kort daarna belde ene heer verdachte haar. L herkent op de door verbalisanten getoonde foto de man die zich voorstelde als verdachte. Verbalisanten relateren dat de foto die zij aan L toonden een foto van verdachte was. Verdachte ontving de sleutels van het pand van de vorige huurder. Enige tijd daarna betaalde verdachte een bedrag van € 5.000,- aan L als een soort borg die met de huur zou worden verrekend. Het huurcontract is op 1 maart 2009 ingegaan. L heeft verklaard dat zij altijd zaken deed met verdachte en met hem ook de verbouwing had doorgesproken.

M heeft verklaard dat verdachte in restaurant een klus heeft gedaan. Toen M naam in mei 2009 kocht heeft M de schuld van verdachte overgenomen. De vorige eigenaar moest die schuld nog aan verdachte betalen. Het ging om ongeveer € 12.000,-. Voorts heeft M verklaard dat medeverdachte van mei 2009 tot oktober 2009 heeft gewerkt bij naam. Zij kreeg een loonstrookje. Medeverdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij gewerkt heeft voor naam.

Ten aanzien van alle ondernemingen

X, klantmanager bij de gemeente Veenendaal, heeft verklaard dat het bij verdachten steeds bleef bij plannen voor nieuw op te starten ondernemingen. Er gebeurde vervolgens niets concreets. Voorts heeft X verklaard dat verdachte had moeten opgeven waar hij mee bezig was op het moment dat er sprake was van concrete plannen en een begin van uitvoering hiervan.

Bewijsoverwegingen

Opzet

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachten niet opzettelijk hebben nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken, omdat zij de gemeente Veenendaal steeds hebben ingelicht over hun plannen met betrekking tot op te starten ondernemingen. De rechtbank volgt dit standpunt niet en overweegt daartoe als volgt. Uit de gespreksverslagen en de heronderzoeksformulieren blijkt weliswaar dat verdachten tegenover de gemeente hebben verteld over hun plannen met betrekking tot op te starten ondernemingen en daarbij een enkele keer een inschrijving van de Kamer van Koophandel hebben overgelegd. Op het moment dat de plannen van verdachten echter concreet werden en zij huurovereenkomsten aangegaan waren, vergunningen hadden aangevraagd en daadwerkelijk gingen werken in hun bedrijven, werd dit niet gemeld aan de gemeente. Ook werden hiervan geen bescheiden overgelegd aan de gemeente. Medeverdachte heeft daarover verklaard dat zij niet hebben opgegeven dat zij daadwerkelijk waren begonnen met werken, omdat zij bij restaurant naam van de gemeente te horen hadden gekregen dat ze daarmee moesten stoppen, omdat een uitkering en een eigen bedrijf niet samen gingen. Ook verdachte heeft verklaard dat hij van de gemeente te horen had gekregen dat hij zich moest laten uitschrijven bij naam, omdat hij daar niet ingeschreven mocht staan terwijl hij een uitkering ontving. Verdachten waren aldus op de hoogte van het feit dat zij gegevens aan de gemeente moesten verschaffen, maar zijn hierna verder gegaan met restaurant naam en hebben daarna nog een aantal ondernemingen opgestart zonder hierover alle benodigde gegevens te verstrekken aan de gemeente. De rechtbank stelt op grond van deze feiten en omstandigheden vast dat verdachten meermalen opzettelijk hebben nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken aan de gemeente Veenendaal.

Voordeel

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachten nooit enige inkomsten hebben gehad uit de door hen opgestarte ondernemingen. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Verdachten zijn ten behoeve van restaurant en ten behoeve van café tot tweemaal toe een lening aangegaan, waarvan uit de bewijsmiddelen blijkt dat het geld ook daadwerkelijk aan verdachten is uitgekeerd. Dat het geld van deze leningen vervolgens in de verbouwing van de panden is gestoken, doet niet af aan het feit dat verdachten hierdoor voordeel hebben genoten. Ook het aangaan van een lening moet vermeld worden op de herkeuringsformulieren ten behoeve van de bijstandsuitkering. Voorts blijkt uit verschillende getuigenverklaringen dat verdachte regelmatig geld uit de kassa’s of de speelautomaten haalde en blijkt dat medeverdachte in loondienst heeft gewerkt voor verschillende ondernemingen.

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van medeplegen van het opzettelijk plegen van bijstandsfraude. De formulieren die verdachten ten behoeve van hun uitkering moesten invullen betroffen echtpaarformulieren. Verdachten stonden daarmee voor de juistheid van die formulieren voor elkaar in. Zij hebben beiden de formulieren ondertekend en waren steeds op de hoogte van elkaars werkzaamheden.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het aan haar ten laste gelegde feit heeft begaan.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.

De echtgenote van verdachte, medeverdachte, wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren wegens medeplegen van in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF