Veroordeling voor witwassen van contant geld door dit voorhanden te hebben en om te zetten. Geen niet-ontvankelijkheid OM i.v.m. aanhouding en doorzoeking met inzet van een arrestatieteam.

Rechtbank Oost-Brabant 24 januari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:295
 

Verdachte wordt veroordeeld voor het witwassen van hoeveelheden contant geld (tot een totaalbedrag van euro 130.000,-) door dit voorhanden te hebben en om te zetten (01 februari 2012 tot en met 31 mei 2012).

Verdachte heeft twee grote contante geldbedragen gestort op een door hem in Duitsland aangehouden bankrekening en vervolgens doorgestort naar een door hem in Spanje gehouden bankrekening op welke rekening het is vermengd met ander giraal geld, waarna verdachte het in drie opnames tot andere bedragen en een in totaal hoger geldbedrag van die bankrekening weer heeft omgezet naar contant geld. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit handelingen die gericht waren op het veilig stellen van crimineel geld.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de verdachte eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren over de herkomst van het geldbedrag en hetgeen hij dienaangaande naar voren heeft gebracht bovendien niet als een concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring kan gelden, het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking onvoldoende aanleiding heeft gegeven voor een nader onderzoek door het openbaar ministerie naar de herkomst van het geld. Verdachtes vage en niet-gesubstantieerde verklaring biedt eenvoudigweg onvoldoende concrete aanknopingspunten voor een dergelijk onderzoek.

Opgelegd wordt een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF