Veroordeling voor het smokkelen van beschermde dieren, het benadelen van dierenwelzijn en het als houder onthouden van zorg aan dieren

Rechtbank Amsterdam 7 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1086

Verdachte en haar mededaders hebben op weg naar Spanje 259 reptielen, waaronder beschermde hagedissen en schildpadden, in koffers vervoerd van Mexico naar Schiphol. De reptielen werden vervoerd voor het geld dat met de handel in reptielen kan worden verdiend. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de feiten in eendaadse- en/of meerdaadse samenloop zijn begaan.

De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet dieren dienen naar het oordeel van de rechtbank hetzelfde beschermde belang, namelijk het waarborgen van dierenwelzijn en –gezondheid en het voorkomen van dierenleed, maar leveren aparte strafbare feiten op, zonder dat sprake is van onderlinge rangorde tussen deze strafbare feiten. Dit leidt tot de conclusie dat deze feiten, die eenheid laten zien in plaats en tijd en waarvan de strafbedreiging gelijkluidend is, in eendaadse samenloop zijn begaan, in de zin van artikel 55, eerste lid, Wetboek van Strafrecht. De overtreding van artikel 13 Flora- en faunawet, dat de bescherming en instandhouding van in het wilde levende planten- en diersoorten beoogt te waarborgen, is in meerdaadse samenloop met de andere feiten begaan, in de zin van artikel 57 Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de ernst van de feiten, het concurrentievoordeel dat verdachte zich samen met haar mededaders heeft proberen te verschaffen en de financiële gevolgen voor de overheid, oplegging van een gevangenisstraf van 4 maanden en een geldboete van € 10.000,-.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF