Veroordeling voor het feitelijk leiding/opdracht geven aan bedrieglijke bankbreuk door twee rechtspersonen. Vrijspraak voor deelneming aan een criminele organisatie.

Rechtbank Almelo 23 juli 2012, LJN BX2351


Verdenking
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 

Feit 1: in de periode van 25 november 2008 tot en met 20 september 2009 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van [F BV] goederen aan de boedel heeft onttrokken, baten niet heeft verantwoord, inventaris/voorraden/auto’s beneden de waarde heeft vervreemd en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht, dan wel dat [F BV] bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven. 

Feit 2: in de periode van 1 november 2009 tot en met 5 juli 2011 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van Speed Trans BV goederen aan de boedel heeft ontrokken en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht, dan wel dat Speed Trans BV bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven. 

Feit 3: in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 5 juli 2011 deel heeft genomen aan een criminele organisatie.


Vrijspraak De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair en feit 2 primair is tenlastegelegd. Met name kan niet worden bewezen dat verdachte de verweten gedragingen, die naar het oordeel van de rechtbank als handelingen van de rechtspersoon moeten worden aangemerkt, als persoon zou hebben medegepleegd. 

De rechtbank is tevens van oordeel dat feit 3 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, omdat niet is gebleken dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat als oogmerk het plegen van misdrijven had. 

Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte de feiten sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair heeft begaan: 

Feit 1: Bij de overname van de aandelen van F waren zowel verdachte als de medeverdachte W betrokken. Uit de aantekeningen van F en de verklaringen van medeverdachte W en getuige T leidt de rechtbank af dat verdachte na de overname van F BV toezicht heeft gehouden op de bedrijfsvoering van de BV. Na die overname is sanitair vanuit de voorraad van F BV in een vrachtwagen naar de woning van medeverdachte W gebracht. Dit sanitair is door W doorverkocht aan derden zonder dat de opbrengst van die verkopen ten goede is gekomen aan F BV. Verdachte is betrokken geweest bij het verzamelen van sanitair voor de verkoop. 

Verder heeft verdachte in opdracht van de medeverdachte een factuur aan F BV ad € 71.400,-afgegeven aan de voormalige eigenaresse van F BV, F. In eerste instantie heeft F geweigerd om deze factuur te voldoen, maar op aandringen van verdachte heeft zij een deelbetaling van € 23.800,- gedaan. Daarbij heeft zij aangegeven dat als gevolg van die aanbetaling leveranciers van F BV niet meer betaald konden worden. De rechtbank leidt uit het dossier af dat er geen sprake is geweest van een nieuwe vestiging van F BV. Door de deelbetaling zijn de schuldeisers van F BV benadeeld. 

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte bij en na de overname van F BV nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte W. Op basis van door hen gemaakte afspraken en een door hen overeengekomen taakverdeling hebben verdachte en W tezamen feitelijk leiding gegeven aan de strafbare gedragingen van F BV. 

Feit 2: Verdachte is ook nauw betrokken geweest bij de overname van Speed Trans BV. De voormalig eigenaar, K, heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte een proef- en saldibalans heeft aangeleverd waarbij verdachte zou hebben gezegd dat hij deze balansen moest overleggen met W. 


Verdachte was volgens K geïnteresseerd in betalingen van debiteuren aan Speed Trans BV, met name in het moment dat de bedragen waren bijgeboekt. Verdachte belde iedere dag als hij wist dat een bedrag overgemaakt zou worden. Hij gaf na bijboeking van het bedrag opdracht om het bedrag dat overbleef na aftrek van de lopende verplichtingen direct, als spoedopdracht, over te maken naar de rekening van D. Op deze wijze zijn twee geldbedragen ad € 7000,- en € 25.000,- in opdracht van verdachte aan de D overgemaakt. 


Uit het dossier blijkt dat de bankrekening van K Management BV door K is gebruikt als functionele rekening voor Speed Trans BV en dat via deze rekening op 4 december 2009 € 7000,- en op 7 december 2009 € 25.000,- is overboekt naar de bankrekening van D. Uit de aangifte van de curator Kuipers blijkt dat K Management BV tot en met 2009 de administratie van Speed Trans BV heeft bijgehouden. Voormalig eigenaar K heeft verklaard dat K Management BV factureerde voor Speed Trans BV en dat hij na de overname door D tot en met december 2009 de debiteuren- en crediteurenadministratie heeft bijgehouden. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat voornoemde bedragen tot het vermogen van Speed Trans BV hebben behoord. 

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte bij en na de overname van Speed Trans BV nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte W. Op basis van door hen gemaakte afspraken en een door hen overeengekomen taakverdeling hebben verdachte en W tezamen feitelijk leiding gegeven aan de strafbare gedragingen van Speed Trans BV. 


Verdachte wordt veroordeelt tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF