Veroordeling voor gewoontewitwassen, onderdeel van onderzoek Vinson

Rechtbank Noord-Holland 21 november 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:11226

In onderhavige zaak heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte in de periode van januari 2010 tot en met januari 2012 heeft beschikt over substantieel meer vermogen in Nederland en Kaapverdië dan zij op basis van haar legaal inkomen over die periode, zijnde in totaal € 34.779,- (te weten € 18.854,- loon in 2010 en € 15.925,- loon in 2011), heeft kunnen genereren. Tevens is op 18 januari 2010 een bedrag van € 18.000,- gestort op haar ING rekening en dit bedrag is vervolgens op 26 januari 2010 door geboekt naar haar BCA rekening te Kaapverdië. Verdachte heeft haar buitenlandse BCA rekeningen met bijbehorende saldi nimmer doorgegeven aan de Belastingdienst in Nederland. Er zijn door verdachte in de periode van februari 2010 tot en met januari 2011 ook meerdere contante stortingen gedaan op haar ABN Amro rekening, waarbij het opvallend is dat dit steeds bedragen zijn van € 500,- of een veelvoud daarvan. De rechtbank leidt uit een en ander af dat de legale inkomsten van verdachte geen ruimte lieten voor het bezit van grote hoeveelheden contant geld. Het overboeken van en naar buitenlandse rekeningen duidt onder deze omstandigheden op het willen verhullen van het geld (in ieder geval deels afkomstig uit Nederland) op deze rekeningen. Verdachte heeft tot aan de inhoudelijke behandeling van de zaak ter zitting gezwegen over de herkomst van dit geld. Ter zitting heeft zij verklaard dat een deel van het geld op de BCA rekeningen afkomstig is van een bedrijf in Portugal waar haar ex man, de vader van (één van) haar kinderen, vennoot is. Deze verklaring is echter op geen enkele wijze onderbouwd door middel van een registerinschrijving of andere relevante bedrijfsstukken. Deze verklaring, alsmede de verklaring van verdachte dat zij het geld dat door haarzelf werd gestort op haar ING rekening in ieder geval kreeg overhandigd van haar ex-man, terwijl verdachte tevens verklaart dat haar ex sinds 2009 gedetineerd is in Lissabon en de stortingen op voornoemde rekening plaatsvinden tussen januari 2010 en september 2011 in welke periode haar ex vastzat, is dermate ongeloofwaardig dat de rechtbank daaraan geen waarde hecht. Overigens merkt de rechtbank in dit verband nog op dat uit het dossier blijkt (p. 14) dat de ex-man van verdachte eveneens gedetineerd zit in verband met een opiumdelict, zodat ook niet kan worden uitgesloten dat als het geld wel van haar ex-man afkomstig zou zijn, verdachte dit geld op haar rekening heeft laten zetten om de opbrengsten van de opiumdelicten die haar ex-man heeft gepleegd wit te wassen. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte in 2005 in Frankrijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren ter zake betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen. Niet in de laatste plaats neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte op 22 november 2012 door deze rechtbank -hoewel niet onherroepelijk- is veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf voor – kort gezegd – het medeplegen van de invoer van heroïne en cocaïne en de voorbereidingshandelingen daartoe. Verdachte zou daarbij een belangrijke rol hebben gehad in het betalingsverkeer van de organisatie en uit dien hoofde ook over geld van de organisatie hebben beschikt.

Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat het geld van misdrijf afkomstig is en dat verdachte, nu zij ten aanzien van de herkomst van het geld niet-aannemelijke en niet-verifieerbare verklaringen heeft afgelegd, dit ook wist.

Van belang daarbij is dat verdachte, door het niet opgeven van de buitenlandse tegoeden aan de Belastingdienst, het veelvuldig omzetten van chartaal geld in giraal geld door de stortingen op de Nederlandse rekeningen van verdachte en het vervolgens doorstorten van tenminste een deel van het geld naar de BCA rekeningen in Kaapverdië, de herkomst van het geld heeft verborgen en verhuld (zie ook ECLI:NL:HR:2013:BY8957).

Gelet op de periode waarin verdachte voornoemde handelingen heeft verricht, te weten bijna 2 jaren, en de frequentie van de stortingen van en naar de verschillende rekeningen in Nederland en Kaapverdië, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Bespreking voorwaardelijk verzoeken van de raadsman

De raadsman van verdachte heeft het voorwaardelijke verzoek - voor het geval de rechtbank de verklaring van verdachte dat het geld afkomstig was van (het bedrijf van) haar ex-man niet zou volgen - gedaan tot het oproepen van de ex-man van verdachte, [ex-man], als getuige, nu deze volgens verdachte ook toegang had tot de rekeningen bij Banco Comercial Do Atlântico en daar geld op stortte. Derhalve zou deze [ex-man] iets kunnen verklaren over de herkomst van het geld, aldus de raadsman.

Het voorwaardelijk verzoek van de raadsman wordt gedaan op een erg laat moment en voorts is datgene wat verdachte heeft verklaard over de machtiging van die [ex-man] tot voornoemde rekeningen en de uit een vennootschap afkomstige storting(en) op geen enkele wijze onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Het horen van deze getuige acht de rechtbank dan ook niet noodzakelijk voor enig te nemen beslissing in dit stadium van het onderzoek en wordt derhalve niet gehonoreerd.

In het verlengde daarvan wijst de rechtbank tevens het andere voorwaardelijke verzoek van de raadsman om de bankgegevens over de periode van 2000 tot 2010 op te vragen, af. Nu verdachte zich op het standpunt stelt dat het geld afkomstig is van haar ex-man en zij dit standpunt op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt, valt niet in te zien wat het toevoegen van de bankgegevens van tien jaar voor de ten laste gelegde periode bijdraagt aan deze onderbouwing. Verdachte heeft zelf ook niet aangegeven dat uit stortingen uit die periode zou kunnen blijken dat het geld daadwerkelijk van haar ex-man afkomstig is dan wel een legale herkomst heeft. Ook deze verzochte gegevens acht de rechtbank derhalve niet noodzakelijk voor enig te nemen beslissing in dit stadium van het onderzoek en wordt derhalve niet gehonoreerd.

Bewezenverklaring

Het bewezen verklaarde levert op: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF