Veroordeling van werknemer wegens verduistering, oplichting en valsheid in geschrifte. Alternatief scenario verdachte niet aannemelijk geworden.

Rechtbank Amsterdam 3 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:524 Verdachte was werkzaam bij bedrijf 1 B.V. als planner. Zijn takenpakket bestond uit het inplannen van de vrachtwagens van de chauffeurs, een stukje onderhoud van alleen de vrachtwagens en het bijhouden van de urenregistratie van de chauffeurs. Hij verzorgde verder de administratie van de banden. Dit houdt in dat hij in het systeem verwerkte door welke boeren banden waren ingeleverd.

Verdachte heeft een bestelling geplaats voor een tablet. Dit is gebeurd zonder toestemming van zijn leidinggevende, wat niet de gebruikelijke gang van zaken is binnen het bedrijf. Het bedrijf heeft de facturen voor de tablet niet voldaan en de tablet is in bezit van de verdachte.

Daarnaast heeft verdachte telefonisch prijsafspraken met de boeren gemaakt, die afwijken van de standaard werkwijze, namelijk nadat de banden zijn opgehaald volgt een automatisch incasso. De boeren kregen korting als zij contant betaalden of het geld overmaakten naar het rekeningnummer van verdachte. De chauffeurs kregen van verdachte een begeleidingsbiljet mee met daarop de bovenstaande keuze voor de boeren. Verdachte heeft deze formulieren valselijk opgemaakt en zonder toestemming gebruikt. Tevens wordt vermoed dat verdachte onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van tankpassen, die de chauffeurs bij verdachte moesten inleveren. Ook heeft verdachte bij de administratie contant geld opgehaald om de keuring van een bedrijfsauto te betalen, echter heeft hij deze rekening niet betaald.

De verdachte heeft verklaard dat hij de tablet heeft besteld, in ontvangst heeft genomen en dat deze in zijn bezit is geweest. Later zou hij de tablet hebben verkocht. Aangaande de tankpassen geeft de verdachte aan dat hij daar af en toe weleens privé gebruik van maakte. Wat betreft de factuur van de autokeuring verklaard verdachte dat hij de factuur heeft vervalst. Ook het vervalsen van de facturen aan de boeren, door middel van het noteren van zijn eigen rekeningnummer, heeft verdachte toegegeven.

Verdenking

De verdachte wordt verdacht van:

  • Feit 1: het verduisteren van één of meer geldbedragen, een tablet en één of meer tankpassen, welke verdachte onder zich had uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking.
  • Feit 2: verdachte heeft zich voorgedaan als bonafide koper/afnemer, prijsafspraken gemaakt in strijd met de waarheid en facturen overhandigd met zijn eigen bankrekening en hiermee personen en bedrijven bewogen tot afgifte van enig geldbedrag en het teniet doen van een inschuld.
  • Feit 3: verdachte heeft zich voorgedaan als bonafide koper/afnemer en bedrijven bewogen tot afgifte van een tablet of één of meer koerierdiensten.
  • Feit 4: verdachte heeft zich voorgedaan als werknemer en heeft vervalste facturen ingeleverd bij de administratie, waardoor het bedrijf werd bewogen tot afgifte van één of meer geldbedragen.
  • Feit 5: het vervalsen van facturen door één of meer bedragen aan te passen en het vermelden van zijn eigen bankrekeningnummer.

Geldigheid van de dagvaarding

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding partiёel nietig dient te worden verklaard ten aanzien van feit 1, omdat onvoldoende duidelijk is om welke geldbedragen en handelingen het gaat.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding geldig is. De tenlastelegging moet worden bezien in het licht van art. 261 Sv, wat inhoudt dat de tenlastelegging bevat: het ten laste gelegde feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Ook wordt gekeken naar de achtergrond van het dossier. Op basis hiervan oordeelt de rechtbank dat het voldoende duidelijk is waartegen de verdachte zich moet verdedigen.

Standpunt OM

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de bekentenis van de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

Aangaande feit 1 dient de verdachte vrij te worden gesproken van verduistering van één of meer geldbedragen, omdat de verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan oplichting, ten laste gelegd onder feit 2.Wat betreft feit 3 dient de verdachte vrij te worden gesproken van oplichting van de tablet, nu de verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Daarnaast is sprake van een meerdaadse samenloop ten aanzien van de vervalste facturen onder het 5 ten laste gelegd omdat deze zien op de facturen van het onder 2 ten laste gelegde.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten.

Betreffende feit 1 geeft de verdediging aan dat de aankoop van de tablet besproken is met de werkgever en bedoeld was voor de uitvoering van zijn werkzaamheden. Ook had de verdachte toestemming van de eigenaar om één keer per week te tanken met de tankpas, waarbij de tankpas steeds werd ingeleverd.

Bij feit 2 is geen sprake van oplichting van de boeren en bedrijf 1 B.V., omdat de verdachte gesanctioneerd was door de directeur om de banden zwart op te kopen bij de boeren met gebruikmaking van zijn eigen bankrekening als bedrijfsactiviteit.

Aangaande feit 3 stelt de verdediging dat de verdachte zonder toestemming een tablet heeft besteld voor en betaald door bedrijf 1 B.V. Het zonder toestemming bestellen van de tablet levert geen oplichting op.

Wat betreft feit 4 is de factuur in opdracht van de directeur vervalst om een hotelrekening buiten de boeken te betalen, waardoor geen sprake is van oplichting.

Feit 5 heeft de verdachte bekend. Waarbij de het vervalsen van de facturen strafbaar blijft ondanks dat verdachte dit in opdracht heeft gedaan van de directeur.

Beoordeling rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat verduistering van de tablet en de tankpassen is bewezen. Uit het bewijsmiddel volgt dat de verdachte zonder toestemming van zijn werkgever de tablet heeft besteld, in zijn bezit heeft gehad en verkocht. Ook het gebruik van de tankpas was zonder toestemming. De tablet en de tankpas heeft de verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich gehad. Zowel het afdelingshoofd als de directeur verklaren dat verdachte de bestelling van de tablet moest annuleren en dat zij getracht hebben een afspraak te maken hieromtrent maar dat de verdachte nooit op een afspraak is verschenen. Aangaande de verduistering van de (contante) geldbedragen hebben zowel de officier van justitie als de raadsman aangevoerd dat het geld van de boeren is verkregen door oplichting dan wel valsheid in geschrift, de rechtbank volgt dit standpunt.

Feit 2

De rechtbank is van mening dat de verdachte de (contante) geldbedragen uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking zich heeft toegeëigend. Het geld behoorde aan het bedrijf op het moment dat de boeren contant afrekenden bij de chauffeur. Door het ontvangen van de contante geldbedragen van de chauffeurs en het niet afgedragen aan het bedrijf, heeft de verdachte zonder toestemming de geldbedragen zich toegeëigend. Daarnaast heeft de verdachte de boeren bewogen tot afgifte van een geldbedrag  doormiddel van een vervalste factuur met zijn eigen rekeningnummer erop. Het ligt in de rede dat de boeren het geldbedrag niet zouden hebben overgemaakt als zij wisten dat het op de rekening van de verdachte kwam in plaats van het bedrijf.

Feit 3

De rechtbank spreekt de verdachte hiervan vrij omdat dit feit niet bewezen kan worden verklaard.

Feit 4

De rechtbank geeft aan dat dit feit niet verder hoeft te worden besproken omdat ze niet door de feiten, omstandigheden en de gebruikte bewijsmiddelen wordt weerlegd.

Feit 5

De rechtbank is van oordeel dat de valsheid in geschrift, door het vervalsen van facturen door één of meer bedragen aan te passen en het vermelden van zijn eigen bankrekeningnummer bewezen kan worden door de bekennende verklaring van de verdachte. De rechtbank is niet van mening dat de verdachte handelde in opdracht van het bedrijf 1 B.V. Er zijn geen bewijsmiddelen die dit scenario ondersteunen.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: verduistering in dienstbetrekking, meermalen gepleegd;
  • Feit 2: oplichting, meermalen gepleegd;
  • Feit 4: oplichting, meermalen gepleegd;
  • Feit 5: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden. Daarnaast wordt de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de verdachte.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF