Veroordeling van voormalig ambtenaar gemeente Tiel wegens valsheid in geschrift, oplichting, witwassen & verduistering

Rechtbank Gelderland 26 maart 2014,  ECLI:NL:RBGEL:2014:2069

Achtergrond

Via het detacheringsbureau Maandag werkte verdachte als werkcoach bij de gemeente Tiel op de afdeling Werk Inkomen en Zorg (WIZ).

Op 8 augustus 2011 deed aangever namens de gemeente Tiel aangifte tegen verdachte, nadat op 3 augustus 2011 door de ING bank een signaal was afgegeven dat er merkwaardig betaalgedrag werd geconstateerd. Door medewerkers van de ING bank was geconstateerd dat er diverse grote bedragen door de gemeente Tiel werden overgemaakt in het kader van re-integratie naar een rekeningnummer van een reeds bij de Kamer van Koophandel uitgeschreven onderneming, welke bedragen steeds contant werden opgenomen. Naar aanleiding hiervan is een intern onderzoek bij de gemeente Tiel ingesteld. Daaruit bleek dat de op de bedragen betrekking hebbende facturen onder vermelding van het ‘rugnummer’ van verdachte waren doorgezet voor betaling naar de financiële afdeling. Op 5 augustus 2011 is de detacheringsovereenkomst met verdachte per direct beëindigd.

getuige 1, werkzaam bij de gemeente Tiel op de afdeling ‘archief’, is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard facturen met betrekking tot de re-integratie te scannen. Deze facturen werden door de werkcoaches aangeleverd. getuige 1 heeft verder verklaard dat verdachte de werkcoach was die bijna dagelijks kwam met facturen. Dit was vaker dan de andere werkcoaches, die gemiddeld twee keer per week kwamen. In het begin bracht verdachte de facturen aan het begin van de dag. Vanaf maart 2011 kwam zij aan het eind van de dag, tegen de tijd dat werknemers van het archief naar huis gingen. Zij begon facturen op te sparen en pas dan in te leveren. Volgens getuige 1 deed verdachte dit om te voorkomen dat er kritisch naar de facturen gekeken zou worden. De facturen moesten namelijk diezelfde dag nog worden ingescand.

Getuige 2, facilitair medewerker bij de gemeente Tiel, is ook als getuige gehoord. Hij was op dat moment verantwoordelijk voor het uitbetalen van uitkeringen. Hij heeft verklaard dat het hem opviel dat verdachte vanaf mei 2011 vaak direct na het scannen facturen al in het werkproces zette, in tegenstelling tot sommige andere werkcoaches, die dit pas weken na het scannen deden. Verdachte kwam op vrijdagen wel eens vragen of specifieke betalingen al waren weggeboekt. Voorheen deed zij dit nooit. In juni en juli 2011 kwam zij ook vaak vragen of bepaalde facturen waren betaald. Ze noemde dan bijvoorbeeld de naam medeverdachte 2 uit Den Haag. getuige 2 verklaarde twijfels te hebben gehad over twee nagelstudio’s. Rekeningen van boven de € 5.000,-- moesten besproken worden met cheffin aangever. Het viel getuige 2 op dat verdachte vaak net onder dat bedrag bleef. In een werkoverleg heeft getuige 2 melding gemaakt dat er de laatste tijd veel grote bedragen werden overgemaakt. Hij noemde geen namen, maar dacht daarbij aan verdachte. Ook was hij van mening dat verdachte opeens in zee ging met kleine crediteuren die ver van Tiel verwijderd waren, zoals uit Den Haag en Amstelveen. Omdat getuige 2 werkzaam was bij de afdeling facilitair, heeft hij zich er niet mee bemoeid.

Verdachte is op 20 maart 2012 buiten heterdaad aangehouden.

Werkcoaches speelden bij de gemeente Tiel een centrale rol in en voerden de regie bij de re-integratie van uitkeringsgerechtigden (ook wel klanten genoemd). Aan de hand van een intakegesprek met de betreffende klant werden mogelijkheden van een re-integratie (bijvoorbeeld als stagiair of werknemer) bij een bedrijf bekeken en onderzocht. Met sommige bedrijven had de gemeente overeenkomsten gesloten over dit soort trajecten. Deze bedrijven werden dan ook wel ‘contractpartijen’ genoemd. De werkcoaches hadden zelf de bevoegdheid om bij dergelijke bedrijven trajecten in te kopen voor hun klanten. Bij bedrijven waarmee de gemeente geen overeenkomsten had afgesloten (zogenoemde ‘niet-contactpartijen’), kon de werkcoach tot een bedrag van € 4.000,- een traject inkopen. Hieraan diende dan wel een offerte vooraf te gaan. Bij bedragen boven de € 4.000,- had de werkcoach een paraaf van de leidinggevende nodig.

De betaling van dergelijke trajecten verliep als volgt. Het bedrijf factureerde aan de gemeente. De facturen gingen via de receptie/postkamer – waar ze werden voorzien van een datumstempel – naar de verantwoordelijke werkcoach. De coach controleerde de factuur en fiatteerde deze. De factuur (met daarop handgeschreven het klantnummer en het nummer van de werkcoach (ook wel rugnummer genoemd)) ging vervolgens naar het archief en werd daar gescand. De digitale factuur werd in het systeem GWS gekoppeld aan de klant. Dit koppelen werd ook wel ‘het aanmaken van een werkproces’ genoemd. De facturen kwamen op deze wijze automatisch in de ‘werkvoorraad’ van de betreffende werkcoach. De werkcoach moest daarna in het systeem GWS overgaan tot het betaalbaar stellen van de factuur. Dit systeem genereerde eenmaal per week een betaallijst van alle betaalbaar gestelde facturen. De financiële afdeling verzorgde tot slot de daadwerkelijke betaling van de facturen, maar oefende geen rechtsmatigheidscontrole uit. Facturen van ‘niet contractpartijen’ konden pas worden uitbetaald, wanneer de financiële afdeling – op aanvraag van de werkcoach – het bedrijf als ‘crediteur’ had aangemaakt in het GWS systeem.

In de periode van 25 januari 2010 tot en met 5 augustus 2011 werkte verdachte als werkcoach bij de gemeente Tiel. Haar rugnummer was ‘087’.

Verdachte wordt verweten dat zij gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste facturen. Dit zou zij hebben gedaan doordat op facturen namen van klanten zijn vermeld die überhaupt geen recht hadden op een uitkering of re-integratietraject, doordat op facturen bedrijven stonden vermeld die reeds waren uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en doordat op facturen werkzaamheden stonden vermeld die niet waren verricht en ook niet verricht zouden gaan worden. Deze handelswijze is aan haar ten laste gelegd als – naast het gebruik maken van valse facturen (geschriften) – het oplichten van de gemeente Tiel en het witwassen van een geldbedrag. De rechtbank zal hieronder verschillende zaaksdossiers behandelen en tot slot overwegen of zij van oordeel is dat deze ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hij is van oordeel dat verdachte de op de facturen te vermelden klantgegevens doorgaf aan onder andere medeverdachte 1 en medeverdachte 2, waarna de valse facturen werden opgemaakt en verzonden naar de gemeente Tiel. Deze werkwijze heeft de officier van justitie in het bijzonder gebaseerd op de verklaring van medeverdachte 2 en de processen-verbaal met betrekking tot de historische telefoongegevens. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie partiële vrijspraak bepleit heeft voor de witwashandelingen voorhanden hebben en verwerven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten 1 en 2 met uitzondering van zaakdossiers 10 en 11. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat ondanks het feit dat de facturen zijn ingevoerd in het GWS systeem met het ‘rugnummer’ van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze gegevens heeft ingevoerd. Bij de gemeente Tiel was geen enkele controle en daarom valt niet uit te sluiten dat iemand anders met ‘het rugnummer’ van verdachte deze gegevens heeft ingevoerd. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Tevens is onduidelijk – mocht er als een geldbedrag door verdachte zijn witgewassen – hoe groot dit bedrag dan is geweest.

Bewezenverklaring

Feit 1: Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Feit 2: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Feit 3: Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

Feit 4: Verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden waarvan 3 voorwaardelijk.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF