Veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk voor BTW-fraude

Rechtbank Utrecht 7 februari 2013, LJN BZ1104 De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. al dan niet samen met een ander of anderen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting ten name van zijn eenmanszaak heeft gedaan;
  2. al dan niet samen met een ander of anderen valsheid in geschrift heeft gepleegd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van circa twee jaren schuldig gemaakt aan BTW-fraude. In dat verband heeft hij meermalen facturen en vrachtbrieven vervalst en onjuiste belastingaangiftes gedaan. Hiermee heeft hij de Staat benadeeld voor een bedrag van € 285.000.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF