Veroordeling penningmeester voor verduistering van kerkgelden. Verwerping van beroep op psychische overmacht.

Rechtbank Limburg 22 juni 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5298

De verdenking komt erop neer dat de verdachte, als penningmeester, € 752.477 van het Kerkbestuur Federatie van de parochies Heilige Christoforus en Heilige Geest te Roermond en Heilige Michael te Herten heeft verduisterd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de verdachte het feit in de periode van 31 maart 2015 tot en met 3 september 2015 heeft gepleegd. De officier van justitie heeft verwezen naar de aangifte van het Kerkbestuur Federatie van de parochies Heilige Christoforus en Heilige Geest te Roermond en Heilige Michael te Herten. Ook heeft de officier van justitie verwezen naar de bekennende verklaringen van de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe primair aangevoerd dat de opzet van de verdachte op de wederrechtelijke toe-eigening van de kerkgelden niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Volgens de raadsman heeft de verdachte nooit de intentie gehad om zich de kerkgelden toe te eigenen, heeft hij die kerkgelden nooit in zijn bezit gehad, is niet gebleken dat de verdachte enig geldelijk gewin heeft gehad en heeft de verdachte zich jarenlang onbezoldigd ingezet voor het bisdom.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de pleegperiode dient te worden ingekort tot de periode van 8 april 2015 tot en met 3 september 2015.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik heb in mijn functie van penningmeester de kerkgelden onrechtmatig gebruikt. De parochie van de Heilige Geest is een paar jaar geleden gefuseerd met de parochie van de Heilige Christoforus. Samen vormen zij één parochie. Deze heb ik benadeeld. Ik was als penningmeester bevoegd tot het doen van alle betalingen.

U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het onderzoek naar het bankrekeningnummer van de parochie Heilige Christoforus bleek dat er 14 transacties werden aangetroffen waarbij in de periode van 8 april 2015 tot en met 3 september 2015 gelden werd afgeschreven en overgemaakt naar onbekende rekeningen in het buitenland. Die 14 transacties zijn mij bij mijn politieverhoor voorgehouden en het is juist dat ik die transacties heb doorgevoerd vanaf de computer in mijn woning in Roermond. Ook heb ik van de rekening van de parochie € 10.000,- overgemaakt naar mijn eigen bankrekening en heb ik dat bedrag vervolgens weer overgemaakt naar een rekening in het buitenland. Daarnaast heb ik een bedrag van € 8.470,- op 31 maart 2015 van de rekening van de parochie overgeboekt naar een onbekende rekening in het buitenland. Het klopt dat ik op die manier in totaal € 760.947,- van de kerkgelden heb overgeschreven naar het buitenland.

Ik had hiervoor geen toestemming van de kerk en ik verwachtte dat, als ik die toestemming gevraagd zou hebben aan de kerk, die toestemming niet gekregen zou hebben. Ik heb die gelden aangewend om een vrouw te helpen die ik via facebook had leren kennen.

Verbalisant heeft een analyse gemaakt van de verkregen historische bancaire informatie. Hij heeft daarover gerelateerd:

De bankrekeningen [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] betreffen de rekeningen vanaf welke de gelden van de kerkelijke instellingen werden verduisterd in de periode gelegen tussen 31 maart 2015 en 3 september 2015. Rekeninghouder van beide bankrekeningen is de Parochie Heilige Christoforus te Roermond.

Samenvatting bankrekening 1

Resumerend kan worden gesteld dat in de periode tussen 8 april 2015 en 3 september 2015 tot een totaalbedrag van € 752.477,- onrechtmatig van deze bankrekening was afgeschreven (gedebiteerd) en daarmee verduisterd. Dit vond plaats in 15 transacties: 14 maal werden gelden getransfereerd naar buitenlandse bankrekeningen en 1 maal werd geld overgemaakt naar een eigen privébankrekening.

Samenvatting bankrekening 2

Na analyse bleek dat deze bankrekening op 31 maart 2015 een bedrag van € 8.470,- onrechtmatig was afgeschreven (gedebiteerd).

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in zijn hoedanigheid van penningmeester – zonder dat hij daartoe gerechtigd was - een bedrag van in totaal € 760.947,- dat toebehoorde aan de kerk heeft afgeschreven van de rekeningen van de kerk en dat hij die gelden heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor die gelden waren bestemd. Verdachte heeft daardoor als heer en meester heeft over de kerkgelden beschikt en aldus zich de kerkgelden opzettelijk en wederrechtelijk toegeëigend. Het verweer dat er geen sprake zou zijn van opzet, wordt verworpen.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, als penningmeester, van 31 maart 2015 tot en met 3 september 2015 een bedrag van ongeveer € 752.477,- heeft verduisterd. De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken van het aan hem ten laste gelegde medeplegen, nu hiervoor geen wettig en overtuigend bewijs uit het procesdossier voorhanden is.

Psychische overmacht

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht. De raadsman heeft gesteld dat de verdachte aanvankelijk uit naastenliefde heeft gehandeld en dat hij de alleenstaande en eenzame ‘ [naam] ’ wilde helpen bij, onder meer, het verkrijgen van haar erfenis. Op enig moment voelde de verdachte zich echter, uit angst voor chantage en uit schaamte, gedwongen om door te gaan met het verduisteren van kerkgelden, omdat de verdachte zijn eigen spaargeld had uitgegeven zonder medeweten van zijn echtgenote en omdat hij compromitterend beeldmateriaal met deze [naam] had gedeeld. Daar draagt aan bij dat de documenten uit Ivoorkust die verdachte had gevraagd om enige zekerheid te hebben over de bestemming van de door hem over te maken gelden niet van echt waren te onderscheiden.

Rb: Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij zich schaamde en vreesde voor chantage, maar dat er van daadwerkelijke chantage geen sprake was, zulks in antwoord op een daartoe expliciet door de rechtbank gestelde vraag ter terechtzitting. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat het handelen van verdachte, telkens wanneer hij kerkgelden overboekte naar de bankrekeningen in het buitenland, het gevolg is geweest van een van buiten komende drang waaraan hij redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. De rechtbank verwerpt mitsdien het beroep op psychische overmacht.

Bewezenverklaring

  • Verduistering, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 14 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF