Veroordeling financieel adviseur wegens oplichten klanten

Rechtbank Gelderland 24 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1040

Verdachte had voorafgaand aan zijn strafbare handelen een vertrouwensband met de aangevers. Hij werkte als financieel adviseur en heeft diverse financiële zaken voor de aangevers ook naar behoren verzorgd. Met sommige aangevers had verdachte een vriendschaps- dan wel familieband. In het kader van zijn financiële dienstverlening heeft verdachte de aangevers bewogen tot het overboeken van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen op zijn (zakelijke) bankrekening. Daartoe heeft verdachte per aangever verschillende redenen aangevoerd, zoals het aflossen van een hypotheek of het openen van een nieuwe spaarrekening. Daarbij heeft verdachte toegezegd de ontvangen bedragen door te boeken naar de door hem voorgehouden doelen. Verdachte heeft echter de geldbedragen voor zijn eigen doeleinden gebruikt.

Verdachte heeft verklaard dat hij bij zijn handelen wist dat het hoogst ongebruikelijk was om cliënten van een financieel adviseur om geldbedragen, bestemd voor andere doeleinden, eerst op de bankrekening van de financieel adviseur te laten storten. Gebruikmakend van de bestaande vertrouwensband, heeft verdachte de aangevers toch bewogen de geldbedragen op die manier aan hem over te maken. Hierbij hield verdachte de aangevers een financieel advies voor en zegde daarbij toe voor de uitvoering van dat advies zorg te dragen; bijvoorbeeld: doorbetaling van de gelden ter aflossing van een hypotheekschuld of ter storting op een te openen spaarrekening. In sommige gevallen heeft verdachte zijn advies per email bevestigd. Daarbij was echter voor verdachte van meet af aan duidelijk dat hij de overgemaakte geldbedragen zou gaan gebruiken voor een ander doel dan hij de betreffende benadeelde heeft doen geloven: zijn financiële (bedrijfs)toestand was slecht en hij had de betreffende geldbedragen nodig om naar zijn zeggen het ene gat met het andere te dichten. Om die reden liet hij de gelden overmaken naar zijn eigen rekening. Ook uit de smoezen en leugens die verdachte aangevers vertelde toen zij onraad roken en informeerden naar de afwikkeling rondom de betalingen (aflossing hypotheek, storting op spaarrekening e.d.), blijkt het oogmerk van verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake van een samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van strafrecht. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van oplichting.

Uit het voorgaande vloeit voort dat verdachte de geldbedragen door de oplichting onder zich heeft gekregen. Nu hij de bedragen niet anders dan door misdrijf onder zich had, kan er geen sprake zijn van verduistering. Van dit deel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.
 

Bewezenverklaring 

  • Oplichting, meermalen gepleegd.
     

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly and PDF