Veroordeling eigenaar asbestsaneringsbedrijf wegens het op onzorgvuldige wijze verwijderen van asbest en valsheid in geschrifte meermalen gepleegd

Rechtbank Overijssel 1 februari 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:310  

Verdachte heeft op een dermate onzorgvuldige wijze asbesthoudende golfplaten verwijderd van een ligboxstal, dat asbest en asbestvezels op de onderliggende dupanelplaten, spanten en gordingen van de stal zijn achtergebleven. Hoewel verdachte wist van de achtergebleven resten asbest, heeft hij vervolgens welbewust de keuze gemaakt om de dupanelplaten, spanten en gordingen niet schoon te maken. Ten gevolge hiervan konden de achtergebleven asbestresten en de asbestvezels in de lucht vrijkomen en in de ligboxstal en daarbuiten verder verspreiden. Hierdoor konden nadelige gevolgen voor het milieu en gevaar voor de openbare gezondheid ontstaan.

Om zijn strafbare handelen te verhullen heeft verdachte vervolgens een analyserapport gemaild aan de inspecteur bouwzaken, welk rapport een valse voorstelling van zaken geeft omtrent de aanwezigheid van asbest in het dak van voornoemde ligboxstal. Uit het analyserapport volgt dat het monster asbestvrij is, echter is het door verdachte aangeleverde monster niet afkomstig van het dak van voornoemde veestal.

Daarnaast heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door op een vijftal begeleidingsbrieven voor de afvoer van asbest een valse locatie van herkomst in te vullen.

De rechtbank acht de bewezen verklaarde feiten zeer ernstig en rekent het verdachte zwaar aan dat hij in zijn hoedanigheid van eigenaar van een asbestsaneringsbedrijf niet de verantwoordelijkheid heeft genomen die hij als deskundige had bij het verwijderen van asbest. Te meer nu verdachte als gecertificeerd asbestsaneerder op de hoogte is van de wijze waarop asbestsaneringen conform de geldende wet- en regelgeving dienen te worden uitgevoerd en van de gevaren die asbestvezels kunnen opleveren.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 180 uur. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op met een proeftijd van twee jaren. Gedurende de proeftijd mag de verdachte geen werkzaamheden verrichten die verband houden met asbestsaneringen. De rechtbank ontzet hem uit het recht tot uitoefing van het beroep van asbestsaneerder voor een periode van twee jaar. Tot slot moet hij 5000 euro betalen aan het instituut Asbestslachtoffers.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 juni 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder strafrechtelijk is veroordeeld wegens soortgelijke feiten.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF